Emissienevels

Emissienevels behoren tot de meest spectaculaire verschijnselen in de melkweg. De bekendste is waarschijnlijk de Orionnevel in het zwaard van Orion. Eén van de grootste is de Tarantulanevel in de Grote Magelhaense Wolk, met een doorsnede van 300 parsec.

Een emissienevel straalt zelf licht uit, in tegenstelling tot een reflectienevel. Ze worden van binnen uit verhit door zogenaamde O- en B0-sterren. Dit zijn zeer hete sterren die het gas van de nevel verwarmen en ioniseren, d.w.z. dat de atomen van hun elektronen worden ontdaan. Als de atomen terug een elektron invangen, zenden ze licht uit. Dit is maar een zeer simpele voorstelling. De nevel bestaat immers uit verschillende atoomsoorten (voornamelijk H), en de elektronen hebben verschillende energieėn, waardoor er licht van een andere golflengte wordt geproduceerd. Omdat H in de meeste nevels overheerst, hebben deze nevels ook overwegend de rode kleur van geļoniseerde waterstof. Op foto's is soms ook bijvoorbeeld de groene kleur van geļoniseerd zuurstof of het blauw van geļoniseerd zwavel zichtbaar.
Deze O- en B0- sterren ontstaan normaal gezien uit de nevel die ze verlichten. Het Trapezium, een stel van vier sterren midden in de Orionnevel, ontstond zo uit deze nevel.

NGC2237
NGC 2237, de Rosette nevel.
Het lege gebied in het midden wordt vrijgeblazen door een klein groep sterren, NGC 2244, die ook voor de verlichting zorgen.

» home       » site kaart       » info       » contact
Laatst aangepast: 18.3.2005
Copyright © 2000-2005, Maarten Driesen