|
Melkwegstelsels kunnen ingedeeld worden in verschillende
klassen, al naargelang hun vorm. Dit heet de Hubble-classificatie. Een overzichtje:
Elliptische stelselsDeze stelsels hebben geen bijzondere structuur. Ze hebben de vorm van een bol of een platte schijf. Ze worden aangeduid met de letter E, gevolgd door een cijfer van 0 tot 7. 0 wilt zeggen bolvormig, 7 is lensvormig.Er zijn ook verschillende formaten mogelijk. De kleinste zijn de dwerg-elliptische stelsels, met diameters tussen de 4000 en 10000 lichtjaar (onze melkweg heeft een diameter van meer dan 100000 lichtjaar). Ze komen voor als begeleiders van grotere melkwegstelsels, zoals onze Melkweg. Er komen ook reuze-elliptische stelsels voor. De grootste kunnen een diameter van bijna 2 miljoen lichtjaar bereiken. Ze hebben de aanduiding gE (g van giant) of cD. Spiralen en balkspiralenHet meest opvallende kenmerk van deze stelsels zijn natuurlijk de spiraalarmen. Bij gewone spiraalstelsels vertrekken de armen vanaf een bolvormige verdikking in het midden, bij balkspiralen vertrekken ze vanuit een min of meer langwerpige verdikking.Spiraalstelsels worden aangeduid met de letter S, gevolgd door a, b of c. Bij c zijn de armen het meest uitgesproken. Onze melkweg is waarschijnlijk een Sb-stelsel, hoewel een balkspiraal niet helemaal uitgesloten is. De vorm kan immers niet duidelijk waargenomen worden door de vele gas- stofwolken in de Melkweg. Balkspiralen worden aangeduid met SB, eveneens gevolgd door a, b of c. De Grote Magelhaense Wolk, het stelsel dat het dichtst bij de Melkweg ligt, heeft wel iets weg van een zeer onregelmatige balkspiraal. Onregelmatige stelselsDeze komen niet zoveel voor. Het zijn stelsel zonder enige structuur. Ze zouden kunnen ontstaan bij botsingen tussen twee regelmatige stelsels. Een regelmatig stelsel kan ook door een passerend reuze-elliptisch of ander zwaar stelsel aan stukken gescheurd worden. Veel begeleidende stelsels van de Melkweg zijn bijvoorbeeld door de aantrekkingskracht van de Melkweg onherkenbaar vervormd.SterpopulatiesEen belangrijk onderscheid tussen de meeste elliptische en spiraalstelsels zijn de sterren die er in voorkomen.De spiraalarmen worden gekenmerkt door grote gaswolken waarin jonge, hete, blauwe sterren in voorkomen. Dit noemt men Populatie I-sterren. In de kern van spiraalstelsels komt maar weinig gas voor waaruit nieuwe sterren kunnen ontstaan. Hier zijn de meeste sterren dus oude, rode sterren, de zogenaamde Populatie II-sterren. Deze sterren komen ook voor in een grote bolvormige halo rond een spiraalstelsel. De meeste elliptische stelsel bevatten weinig stof en gas. Zodoende bestaan ze dus ook vooral uit Populatie II-sterren. De sterren bevatten ook veel minder metalen. Metalen worden immers voornamelijk in zware, hete sterren gevormd en die komen nu eenmaal niet voor in de elliptische stelsels. Dit onderscheid heeft te maken met de vorming van deze stelsels. |
![]() M87, een reuze-elliptisch stelsel. Het bevat zoveel sterren dat ze niet afzonderlijk herkenbaar zijn.
|