Jupiter

Gegevens

Jupiter Diameter: 143 000 km
Afstand tot de zon: 778 miljoen km
Omlooptijd: 11 jaar en 10 maanden
Rotatietijd: ± 9 uur en 55 minuten
Dichtheid: 1330 kg/m3 (water: 1000)
Zwaartekracht: ± 25 m/s2 (aarde: 9,81)
Temperatuur in de wolkenbanden: ± -135░C

Jupiter is de eerste gasreus die we tegenkomen. Ze bevat dubbel zo veel massa als alle andere planeten samen. De naam gasreus is eigenlijk verkeerd gekozen, want Jupiter bestaat waarschijnlijk voor het grootste deel uit vloeibaar helium (10%) en waterstof (90%) rond een vaste kern van steen en ijs. Er zijn ook sporen van ondermeer methaan, ammoniak en water gevonden. Men meent dat deze samenstelling overeenkomt met de oernevel waaruit het zonnestelsel ontstond. Saturnus heeft ongeveer dezelfde samenstelling, Uranus en Neptunus, de andere twee reuzen, hebben heel wat minder helium en waterstof. De vaste kern van Jupiter wordt geschat op 10 Ó 15 aardmassa's.
Het totale volume van de planeet is ongeveer 1300 keer dat van de aarde.
De snelle rotatie van Jupiter heeft tot gevolg dat de planeet aan de polen is afgeplat.

Oppervlaktekenmerken

Het is moeilijk om bij gasreuzen van een oppervlak te spreken, maar ja.
Het meest opvallende kenmerk zijn de gekleurde wolkenbanden en de Grote Rode Vlek. Deze vlek is een enorme wervelstorm die al driehonderd jaar geleden voor het eerst werd opgemerkt. Ze is groot genoeg om de aarde twee maal te omvatten. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe een wervelstorm zo lang kan blijven bestaan, maar het ontbreken van een verstorend vast landoppervlak zal er wel iets mee te maken hebben.
De wolken bestaan uit gecondenseerde ammoniak en zwavelverbindingen. Er is veel kans dat de diepere wolkenlagen gedeeltelijk uit water bestaan, zoals hier op aarde. Op Jupiter komen naast de Grote Rode Vlek nog veel andere stormen voor. Ze worden veroorzaakt door convectiestromingen die uit het binnenste van Jupiter komen. De planeet geeft vanuit het centrum namelijk aanzienlijke hoeveelheden warmte af, die door convectie naar boven getransporteerd worden. Deze warmte wordt afgegeven bij het langzaam samentrekken van Jupiter onder invloed van de zwaartekracht. Jupiter krimpt dus langzaam. Dit effect wordt het Kelvin-Helmholtz-mechanisme genoemd. Ook bij Saturnus en Neptunus wordt dit waargenomen. Enkel Uranus lijkt af te wijken.

Verdere informatie

De hoge druk (4 miljoen atmosfeer) in het binnenste van de planeet zorgt ervoor dat het waterstof er metallisch wordt. In deze speciale vloeibare toestand, is waterstof een goede geleider van elektriciteit. Dit is de oorzaak van het enorm krachtige magnetische veld van de planeet. Aan de achterkant strekt dit veld zich uit tot voorbij de baan van Saturnus, 650 miljoen km verder; aan de zonzijde is het ingedeukt door de zonnewind en reikt het maar enkele miljoenen km ver. Dit magnetisch veld doet ook dienst als grote deeltjesversneller: de stralingsgordels van Jupiter zijn dodelijk.
Jupiter heeft een enorm aantal manen: tot nu toe zijn er een kleine 60 ontdekt, waarvan de bekendste ongetwijfeld de vier Galile´sche manen zijn. De overige maantjes zijn veel kleiner. De meest interessante maan is ongetwijfeld Europa, een grote ijsbal waar wel eens leven zou kunnen voorkomen.
De Galile´sche manen werden in 1610 door Galile´ ontdekt. Dit was de eerste maal dat er hemellichamen rond een ander object dan de aarde leken te draaien. Het was voor Galile´ een bewijs voor het heliocentrische universum van Copernicus.
Uit berekeningen volgt ook dat Jupiter zowat het grootste formaat planeet is dat er kan bestaan. Lichtere planeten zijn kleiner, zwaardere planeten zouden inkrimpen door de grotere zwaartekrachtswerking.
Jupiter bezit ook een ijle stofring. Het binnenste deel wordt veroorzaakt door vier kleine maantjes, het buitenste deel bestaat uit stof van de vulkanen op Io. Ze werden pas ontdekt op foto's van de Voyagers.
Jupiter

Jupiter met rechtsonder de Rode Vlek.

Jupiter, Io en Europa
Jupiter met Io en Europa.

(foto NASA/JPL-Caltech)

» home       » site kaart       » info       » contact
Laatst aangepast: 14.2.2006
Copyright © 2000-2006, Maarten Driesen