BeschrijvingEen komeet is in principe niets meer dan een vuile sneeuwbal. Ze bestaan voor het grootste deel uit ijs en steengruis, met sporen van organische verbindingen. De gemiddelde komeet is ook niet erg groot, enkele kilometers in doorsnede, wat hen bij de kleinere leden van het zonnestelsel onderbrengt.De karakteristieke staart hebben ze ondermeer aan hun samenstelling te danken. Bij het naderen van de zon verdampt het ijs aan de oppervlakte. De komeet omhult zich zo meet een wolk gas en stof, de coma genaamd. Onder invloed van de zonnewind, worden deze deeltjes weggeblazen. Het lichte gas vormt een lange, kaarsrechte staart die van de zon af is gericht. Het zwaardere stof vormt een kortere, gebogen staart. Vermits een komeet zo klein is, en er bij elke passage een deel van de massa
verdampt, hebben ze maar een beperkte levensduur. Hooguit enkele honderden
omwentelingen. Daarna blijft er hooguit een poreuze klomp steen over. De planetoïde
Phaeton is waarschijnlijk zo'n uitgedoofde komeetkern. HerkomstEr zijn eigenlijk twee soorten kometen. De langperiodieke, die maar eens om de honderden jaren verschijnen, of na een verschijning nooit meer waargenomen worden. En de kortperiodieke, zoals de komeet van Halley, die een regelmatige baan hebben en om de enkele tientallen jaren terugkeren.De langperiodieke zijn afkomstig uit de Oort-wolk, de kortperiodieke uit de dichterbij gelegen Kuiper-gordel. De Oort-wolk reikt waarschijnlijk tot 10 biljoen km. Objecten hierin kunnen door passerende sterren uit hun baan worden getrokken en naar de zon toevallen. Voor objecten uit de Kuiper-gordel zijn het eerder de reuzenplaneten die voor de verstoringen zorgen. |
![]() De komeet Borrelly. |