Buiten de vier grote Galileïsche manen, beschikt Jupiter
over nog een grote groep manen. Na de vluchten van de
Voyager-1
en -2 waren er in totaal 16 bekend, na de Galileo-missie
werd het totaal op zo'n 39 gebracht. Sinds mei 2003
zit Jupiter zelfs op 60. Over deze laatsten is echter nog
maar weinig met zekerheid geweten. Alleen de eerste
16 hebben al lang een naam gekregen, en hier is het meest
over bekend. We zullen het dus vooral daar over hebben. Onlangs
zijn er nog 11 maantjes benoemd, hier zijn echter nog maar
weinig gegevens over bekend.
De binnenste maantjes en de stofringVanaf een afstand van 29000 km boven het oppervlak is Jupiter omgeven door een ijle stofring. Stof dat zich zo dicht bij de planeet bevindt, kan daar niet eeuwig blijven zweven, en moet dus constant bijgevuld worden. Dit is de taak van vier kleine maantjes die zich vlak bij Jupiter bevinden.De binnenkant van de stofring is vrij dicht. Dit stof is afkomstig van Metis en Adrastea, 19 en 13 kilometer groot. Door inslagen van puindeeltjes, wordt er voortdurend nieuw puin gecreëerd, dat door de geringe zwaartekracht op de maantjes in een baan rond Jupiter terecht komt. Deze twee maantjes bevinden zich amper 60 000 km boven het planeetoppervlak, terwijl Jupiter zelf een straal van meer dan 70 000 km heeft. De volgende twee maantjes, Amalthea en Thebe, bevinden zich op iets grotere afstand, namelijk op respectievelijk 177 500 en 220 000 km van het midden van de planeet. Deze maantjes zijn groter dan de twee vorige, ze houden dus meer puin vast, en de stofring is hier dan ook veel ijler. Amalthea, nochtans de vijfde grootste maan van Jupiter, is niet zwaar genoeg om een bolvorm aan te nemen door de eigen zwaartekracht. De lange as van het maantje wijst steeds naar de planeet. De prograde onregelmatige maantjesDeze groep van vier maantjes bevindt zich gemiddeld op meer dan 11 miljoen km van Jupiter, oftewel 160 keer de straal van de planeet. Ze maken een hoek van 30° graden met het evenaarsvlak van Jupiter, in tegenstelling tot de binnenste maantjes en de Galileïsche manen, die bijna in het vlak liggen.De maantjes heten Elara, Lysithea, Himalia en Leda. Ze hebben ongeveer het formaat van de binnenste maantjes, en zijn waarschijnlijk ingevangen planetoïden. De retrograde onregelmatige maantjesDeze vier maantjes bevinden zich nog verder van Jupiter. Ze draaien in de 'verkeerde' richting rond de planeet. De meeste andere manen draaien in tegenwijzerzin rond hun planeet, net als de planeten rond de zon. Deze maantjes draaien in wijzerzin rond.Sinope, Pasiphae, Carme en Ananke, zoals ze heten, staan gemiddeld op meer dan 22 miljoen km van de planeet. Ze maken eveneens een hoek van ongeveer 30° met het evenaarsvlak, maar in de andere richting. Dit zijn waarschijnlijk ook ingevangen planetoïden. |
![]() Het maantje Amalthea. De kleur wordt veroorzaakt door zwavel, afkomstig van Io's vulkanen. Copyright Calvin J. Hamilton. |