Naamgeving van sterren

Het blote oog

De helderste of meest opvallende sterren aan de hemel hebben vaak een Arabische naam. Deze namen stammen meestal uit de tiende eeuw, de bloeitijd van de Arabische astronomie. Enkele bekende voorbeelden zijn Deneb, Aldebaran, Betelgeuse, Rigel, ...
Toen in het Westen de astronomie aan haar bloei begon, bleek het al vlug ondoenlijk alle sterren een naam te geven.

Het Bayer systeem
De eerste die met een oplossing kwam, was Johann Bayer. In zijn systeem uit 1603 kreeg de helderste ster in een sterrenbeeld de 1ste letter uit het Griekse alfabet, de tweede helderste de tweede letter, enzovoort. Alpha Centauri is dus de helderste ster in het sterrenbeeld Centaurus.
Enkele minder heldere sterren kregen een hoofdletter of kleine letter uit het Romeinse alfabet, zoals p Eridani of N Velorum.
Deze letter wordt steeds gevolgd door de genitief van de Latijnse naam van het sterrenbeeld.

Het Flamsteed systeem
Ook Bayer kwam in de problemen, er zijn nu eenmaal maar een beperkt aantal letters in het alfabet. Flamsteed loste dit in zijn catalogus uit 1725 op door de sterren een nummer te geven, min of meer gebaseerd op de positie in hun sterrenbeeld. Zo werd bijvoorbeeld Omicron Eridani ook bekend als 82 Eridani.
Ook dit systeem heeft zijn gebreken, zo hebben veel sterren op het zuidelijk halfrond nooit een Flamsteed nummer gekregen.

De telescoop

Met de komst van serieuze telescopen waren er opeens meer sterren zichtbaar dan ooit konden benoemd worden. Er werden verschillende catalogi en systemen ontwikkeld die zich vaak op één type van ster concentreerden. Hierdoor overlappen deze catalogi vaak en er zijn sterren die onder tien verschillende namen bekend zijn.
De meesten van deze catalogi benoemen een ster op de volgende manier: XXYYYY, waarbij XX één of meer letters zijn die de catalogus aanduiden, en YYYY het nummer van de ster in die catalogus.
Zo is Alpha Centauri ook bekend als SAO 252838, de 252838ste ster uit de catalogus van het Smithsonian Astrophysical Observatory.

De Bonner Durchmusterung catalogus (BD, CD, CP)
Deze catalogus uit 1859-1862 bevat 325037 noordelijke sterren, plus een supplement uit 1886 van 134833 zuidelijke sterren. Later werd dit nog aangevuld met de Cordoba Durchmusterung (613959 sterren) uit 1892-1932 en de Cape Photographic Durchmusterung (454877 sterren) uit 1895-1900, beide met sterren op het zuidelijk halfrond.

Bright Star catalogus (HR, BS, Yale)
Bevat bijna alle sterren helderder dan magnitude +6.5 en wordt gepubliceerd door het Yale University Observatory. Het origineel uit 1908 met 9096 sterren werd gepubliceerd als de Harvard Revised Photometry Catalogue. Momenteel zit deze catalogus aan zijn vijfde editie.

De Giclas catalogus (G)
Ook gekend als de Lowell Proper Motion Survey catalogus. Deze catalogus uit de jaren '70 bevat 11747 sterren met een hoge snelheid.

De Gliese catalogus (Gl, Wo, GJ)
Een driedelige catalogus van dichtbijzijnde sterren, gepubliceerd door W. Gliese en (later) H. Jahreiß. De drie delen dateren van 1957, 1969 en 1993.

De Henry-Draper catalogus (HD)
Deze catalogus uit 1918-1924 bevat 272150 sterren mét hun spectraalklasse.

De Hipparcos catalogus (HIP)
Een catalogus met 118218 sterren die door de Hipparcos werden onderzocht.

Gliese 623

Gl623, de 623ste ster uit de catalogus van Gliese.

» home       » site kaart       » info       » contact
Laatst aangepast: 27.2.2005
Copyright © 2000-2005, Maarten Driesen