Titan

Titan is de grootste maan van Saturnus. Ze werd door Huygens ontdekt in 1655. Een tijdlang werd gedacht dat het ook de grootste in het zonnestelsel was, maar uiteindelijk bleek Ganymedes groter te zijn. Titan is immers bedekt met een dikke atmosfeer, waardoor men eerst niet wist waar het oppervlak lag. Ze bestaat waarschijnlijk uit een mengsel van gesteenten en waterijs.
De 5150 km grote maan heeft een atmosfeer met een druk van anderhalve atmosfeer, 50% meer dan op de aarde. Ze blijkt ook nog eens voor het grootste deel uit stikstof te bestaan, net als op aarde. Het was een verassing dat de atmosfeer zo aards bleek te zijn. Mars, een stuk groter dan Titan, beschikte vroeger ook over een atmosfeer, maar heeft die niet lang kunnen vasthouden. Dat Titan dat toch kon, ligt aan de enorm lage temperatuur, lager dan -180įC.
Bij deze temperatuur komen er op Titan zeeŽn van vloeibaar ethaan voor, met continenten van ijs, steen en bevroren koolstofdioxide. Mogelijk zijn er vulkanen te vinden, die vloeibaar water uitstoten. In de atmosfeer komen ook grote hoeveelheden organische verbindingen voor, die in de hogere luchtlagen gevormd worden onder invloed van de zonnestraling. Deze verbindingen regenen uiteindelijk neer op de oppervlakte, waar ze een dikke laag organische modder vormen. De omstandigheden op Titan gelijken vrij sterk op die van de oer-aarde, als het wat warmer was zou er mogelijk leven kunnen ontstaan.
De Huygens-sonde die in januari 2005 afdaalde op Titan heeft beelden doorgestuurd van meren, rivierbeddingen, eilanden en bronnen. Op het moment van de landing stonden de meren en rivieren droog, waarschijnlijk lag dit aan het seizoen. Het moet onlangs immers nog geregend hebben, want Huygens landde in de modder.
» home       » site kaart       » info       » contact
Laatst aangepast: 27.2.2005
Copyright © 2000-2005, Maarten Driesen