|
De vorming van melkwegstelsels is nog niet helemaal duidelijk.
Melkwegstelsels hebben namelijk de neiging gegroepeerd voor
te komen. Zo'n groep noemt een cluster. Tussen deze clusters
zijn er open ruimten met diameters van miljoenen lichtjaren.
Het probleem is dat niemand weet of het interstellaire gas
zich eerst in die vorm heeft verzameld, waarna de melkwegstelsels
zijn ontstaan, of dat eerst de melkwegstelsels zijn ontstaan,
waarna ze zich in die vorm hebben gegroepeerd. Het meest gangbare idee is dat het stof en gas zich eerst tot grote wolken heeft verzameld onder invloed van kleine temperatuursverschillen die na de oerknal achterbleven. Het heelal moet een kleine miljard jaar later gevuld geweest zijn met deze wolken waterstof en helium. In dit gas kunnen er zich lokale verdichtingen hebben voorgedaan, waaruit de eerste sterren ontstonden. Toen de zwaarste sterren na een paar miljoen jaar ten onder gingen, hebben ze als supernova grote gebieden in beweging gebracht door schokgolven. Deze gebieden hebben zich waarschijnlijk verdicht tot melkwegstelsels. Waar er veel gas en stof aanwezig was, begon dit te roteren en tot een schijf af te platten. Dit zouden uiteindelijk de spiraalstelsels worden. Plaatsen met weinig overgebleven gas, konden nooit een schijf vormen, en werden een elliptisch stelsel. De zware, kortlevende sterren zijn dus allang uitgedoofd in elliptische stelsels, en er konden geen nieuwe gevormd worden bij gebrek aan waterstof. Wat overblijft zijn de oude, rode sterren. De spiraalstelsels zijn echter nog gevuld met gas. Hier komen dus nog veel jonge, heldere, blauwe sterren voor, die de spiraalarmen verlichten. |
|