|
WeersatellietenDe eerste echte weersatelliet was de Amerikaanse TIROS (Television and InfraRed Observation Satellite), gelanceerd in 1960. Deze sonde gaf vrij ruwe video- en infraroodbeelden vanop 720 km hoogte. De opvolger was de Nimbus, die vanuit een polaire baan de hele aarde in kaart kon brengen. Later werden de geavanceerde NOAA-satellieten gelanceerd naar een polaire baan. Deze maken foto's in verschillende golflengten en kunnen hiermee veel meer informatie vergaren.In de jaren '70 werd met de Meteosat-1 begonnen aan een netwerk van geostationaire satellieten die constant de aarde in de gaten kunnen houden. Momenteel bestaat dit netwerk uit de Meteosat-7 op de nulmeridiaan, de Meteosat-5 boven de Indische Oceaan, de Japanse GMS-5 boven Indonesië, de Amerikaans GOES-10 boven de Stille Oceaan en uiteindelijk de eveneens Amerikaanse GOES-8 boven Zuid-Amerika. De Meteosat-6 word boven Afrika in reserve gehouden als één van de andere satellieten (tijdelijk) buiten werking is. In 2003 zou de tweede generatie Meteosats de oude moeten gaan vervangen. AardobservatieDe bekendsten van dit soort satellieten zijn waarschijnlijk de Amerikaanse Landsats. De eerste werd in 1972 gelanceerd, ondertussen zitten we al aan Landsat-7. Deze satellieten hebben allerlei aspecten van de aarde bestudeerd, zoals de effecten van steden en landbouw op de omgeving.Een andere satelliet is de Franse SPOT. Zij is vooral bekend om de beelden van hoge resolutie. De Ikonos, een commerciële Amerikaanse satelliet, kan zelfs beelden maken met een resolutie van 1 meter die door iedereen te koop zijn. Op zo'n foto's is het mogelijk de buurman in zijn tuin te zien liggen. |
![]() Meteosat-foto. De continenten zijn er bij getekend.![]() Landsat-foto van San Francisco. De kleuren duiden de soort bebouwing of begroeiing aan. |