Het Apollo-project

Apollo 1 Apollo 7 Apollo 8 Apollo 9 Apollo 10 Apollo 11
Apollo 12 Apollo 13 Apollo 14 Apollo 15 Apollo 16 Apollo 17
Apollo-Sojoez Skylab Skylab 1 Skylab 2 Skylab 3
Na het Gemini-project waren de Amerikanen klaar voor hun grote uitdaging: een man op de maan zetten, en liefst vr de Russen. President Kennedy had op 25 mei 1961 beloofd dat er nog dat decennium een Amerikaan op de maan zou staan. Om dit doel te bereiken begonnen de Amerikanen met het Apollo-project.
Hier volgt eerst wat algemene uitleg over de capsule, de logo's brengen u naar de pagina's van elke afzonderlijke vlucht, inclusief Apollo-Sojoez en de Skylab-vluchten. Over de Saturn-raket is ook informatie beschikbaar.

Vluchtschema

Bij de start van het project werden er drie manieren overwogen om op de maan te geraken:
  1. Direct ascent: een grote raket lanceert een capsule, die in zijn geheel op de maan landt.
  2. Earth orbit rendezvous: een schip wordt in een baan om de aarde samengebouwd in twee of meer lanceringen met een kleinere raket.
  3. Lunar orbit rendezvous: een schip wordt met een grote raket in een keer naar de maan gelanceerd, maar landt niet in zijn geheel.
Optie 1 werd geschrapt vanwege de enorme raket die nodig zou zijn. Een schip dat op de maan kan landen n de terugkeer in de atmosfeer kan maken is immers veel zwaarder dan twee aparte modules die elk maar n taak hebben. Optie 2 werd geschrapt omdat men niet zeker was of het samenbouwen van een schip in een baan wel technisch haalbaar was vr 1970. Uiteindelijk koos men dus voor optie 3: een schip met 3 modules die samen gelanceerd worden.

De command module, CM

Deze module is het eigenlijke centrum van het schip. De astronauten verblijven hier tijdens de vlucht en besturen het schip ook van hier uit. De luchtdruk in de capsule wordt op ongeveer 1/3 van de luchtdruk op zeeniveau gehouden. De beperkte ruimte is volgepropt met instrumenten en doet ook dienst als keuken en badkamer. Centraal staan de drie zetels die uitgerust zijn met schokbrekers om de klap van de landing mee op te vangen.
De buitenkant van dit gedeelte is bekleed met een hitteschild, want dit is het enige stuk van het schip dat terugkeert in de atmosfeer.

De CM's werden na elke vlucht opgevist en staan nu tentoongesteld in verschillende musea:

  • Apollo-1: NASA Langley Research Center; Hampton, Virginia (VS)
  • Apollo-6: Fernbank Science Center, Atlanta, Georgia (VS)
  • Apollo-7: Frontiers of Flight Museum, Dallas, Texas (VS)
  • Apollo-8: Chicago Museum of Science and Industry; Chicago, Illinois (VS)
  • Apollo-9: San Diego Aerospace Museum, San Diego, California (VS)
  • Apollo-10: Science Museum; Londen, Engeland
  • Apollo-11: National Air and Space Museum; Washington, D.C. (VS)
  • Apollo-12: Virginia Air and Space Center, Hampton, Virginia (VS)
  • Apollo-13: Kansas Cosmosphere and Space Center; Hutchinson, Kansas (VS)
  • Apollo-14: Astronaut Hall of Fame; Titusville, Florida (VS)
  • Apollo-15: USAF Museum, Wright-Patterson Air Force Base; Dayton, Ohio (VS)
  • Apollo-16: US Space and Rocket Center; Huntsville, Alabama (VS)
  • Apollo-17: NASA Johnson Space Center; Houston, Texas (VS)
  • Apollo-Sojoez: NASA Kennedy Space Center; Cape Canaveral, Florida (VS)
  • Apollo-Sojoez test CM: Museum of Flight; Seattle, Washington (VS)
  • Skylab 1: Naval Aviation Museum; Pensacola, Florida (VS)
  • Skylab 2: NASA Glenn Research Center; Cleveland, Ohio (VS)
  • Skylab 3: National Air and Space Museum; Washington, D.C. (VS)

De service module, SM

Dit is de grootste module. Hierin bevinden zich de brandstof- en zuurstofvoorraad, het elektrisch systeem, de hoofdmotor en enkele kleinere stuurmotoren. De hoofdmotor dient om de capsule in een baan om de maan te brengen en om terug te keren naar de aarde. De module wordt vlak voor de terugkeer in de atmosfeer afgestoten.
De combinatie met de command module wordt de CSM genoemd.

De lunar module, LM

De lunar module dient enkel om op de maan te landen. De ietwat vreemde vorm is het gevolg van het ontbreken van een atmosfeer op de maan. Hierdoor is er geen aerodynamische vorm nodig. De LM bestaat uit twee gedeelten: de daaltrap en de stijgtrap. De daaltrap huisvest het landingsgestel, wetenschappelijke uitrusting voor gebruik op de maan en de motor die gebruikt wordt bij de landing. De stijgtrap bevat een klein bemanningscompartiment, de instrumenten voor de besturing, en de motor om op te stijgen van het maanoppervlak.
Merk op dat er maar een kleine motor nodig is om op te stijgen van de maan, tegenover de ganse Saturn-V voor het opstijgen van de aarde. Dit is te wijten aan de kleinere zwaartekracht op de maan en het ontbreken van een atmosfeer die nog een extra remmende kracht uitoefent.

De LM's waren niet gebouwd voor terugkeer in de atmosfeer en hebben zodoende het volgende lot ondergaan:

  • Apollo-9: verbrand in de atmosfeer
  • Apollo-10: in een baan om de zon
  • Apollo-11: neergestort op de maan; locatie onbekend
  • Apollo-12: neergestort op de maan; 356' zuid, 2112' west
  • Apollo-13: verbrand in de atmosfeer
  • Apollo-14: neergestort op de maan; 325' zuid, 1940' west
  • Apollo-15: neergestort op de maan; 2622' noord, 015' oost
  • Apollo-16: neergestort op de maan; locatie onbekend
  • Apollo-17: neergestort op de maan; 1958' noord, 3030' oost
De LM's liet men na de missie meestal neerstorten op de maan voor de seismometers. Uit de data van zo'n inslag kan waardevolle informatie over het inwendige van de maan gehaald worden.
Saturn-V

De Saturn-V bij de lancering van de Apollo-17.

Links:
» home       » site kaart       » info       » contact
Laatst aangepast: 20.3.2005
Copyright © 2000-2005, Maarten Driesen