Apollo-11

Lanceerdatum: 16 juli 1969
Commandant: Neil Armstrong
CM-piloot: Michael Collins
LM-piloot: Edwin Buzz Aldrin
Command module: Columbia
Lunar module: Eagle
Landingsplaats: de Zee van Rust

Na de succesvolle vlucht van de Apollo-10 kon NASA eindelijk de belofte van president Kennedy inlossen: een Amerikaan op de maan vóór 1970. Op 16 juli vertrok de Apollo-11 onder grote belangstelling van pers en publiek: rond Cape Canaveral waren miljoenen mensen samengestroomd om de lancering mee te maken. De vlucht naar de maan duurde 3 dagen en verliep zeer voorspoedig. 76 uur na de lancering werd een baan rond de maan bereikt. Na een kleine rustperiode kropen Armstrong en Aldrin in de LM. Na het ontkoppelen inpecteerde Collins de buitenkant vanuit de CM, waarna de daalmotor werd aangezet.Hierdoor vertraagde de LM om in een baan te komen met laagste punt op 14,5 km. Hier werd de daalmotor terug aangezet om snelheid te verliezen voor een zachte landing.
Op 20 juli landde de Eagle in de Mare Tranquilitatis. De landing was niet zonder problemen verlopen. Het geplande landingsterrein lag bezaaid met rotsblokken. De astronauten moesten verder vliegen op handbesturing, en met nog 20 seconden brandstof in de tank, vonden ze toch een geschikte plaats om de LM neer te zetten, 6 km van de geplande locatie. Normaal moesten de astronauten daarna rusten, maar Aldrin en Armstrong voelden zich nog goed. Daarom besloten ze wat vroeger naar buiten te gaan, na een kleine maaltijd. Het duurde nog wel een uur voor ze hun ruimtepak aan hadden.
De camera op de LM filmde Neil Armstrong toen hij naar buiten kwam en voet op de maan zette met de woorden: "That's one small step for man, one giant leap for mankind." De eerste taak van Armstrong was wat foto's maken en een schep maangrond uit te graven. Moest de missie door een probleem worden afgebroken, dan was dat tenminste aan boord. Niet lang daarna volgde Aldrin. De astronauten bleven 2 uur en 30 minuten op het oppervlak en verzamelden ruim 20 kilo maanstenen. Ze zetten ook wat apparatuur op, zoals een zonnewinddetector, en seismometer en een laser-reflector. En natuurlijk de Amerikaans vlag niet vergeten. Het opzetten lukte niet helemaal, ze hing wat scheef. Het is interessant om op te merken dat er maar twee foto's bestaan van Armstrong op de maan, buiten de videofilm van de LM. Armstrong had immers de camera bij en nam hier alleen foto's mee van Aldrin.
Terug in de LM konden ze zich opmaken voor het vertrek. Na het buitengooien van alle overbodige apparatuur konden ze even rusten tot Collins met de CSM in een gunstige positie zat.

Na het opstijgen vanop de maan koppelde de LM terug met de CSM. De LM werd hierna terug afgestoten en stortte op de maan neer. De daaltrap van de LM die nog op de maan stond bevatte immers een seismometer die de schok van het neerstortende deel moest waarnemen. Uit deze gegevens kon men meer te weten komen over het inwendige van de maan. Op de ladder van de daaltrap hing ook nog een plaquette met de volgende tekst:

"Here man from the planet Earth first set foot upon the moon. July 1969, A.D. We came in peace for all mankind."
Door het slechte weer in het landingsgebied moest dit 346 km verlegd worden. Uiteindelijk kwam de capsule dan op 24 juli, na een vlucht 8 dagen en 3 uur, neer in de Stille Oceaan. Na de landing moesten de astronauten nog 21 dagen in quarantaine blijven. De NASA had immers schrik dat de astronauten onbekende maanbacteriŽn meebrachten. Dit bleek niet zo te zijn, en na de vlucht van Apollo-14 werd deze maatregel geschrapt.

Buzz Alrdin
Aldrin gefotografeerd door Armstong bij het verlaten van de LM.

voetafdruk

Voetafdruk van (waarschijnlijk) Aldrin.

Ticker tape
Ticker tape parade voor de astronauten van de Apollo-11.

» home       » site kaart       » info       » contact
Laatst aangepast: 19.4.2005
Copyright © 2000-2005, Maarten Driesen