|
Lanceerdatum: 11 april 1970
Commandant: James Lovell CM-piloot: Jack Swigert LM-piloot: Fred Haise Command module: Odyssey Lunar module: Aquarius Geplande landingsplaats: Fra Mauro De missie begon reeds slecht. Enkele dagen voor de start kreeg Charles Duke (Apollo-16) de rode hond. Men vreesde dat hij de Apollo-13 bemanning ook had besmet. Vermits Ken Mattingly nooit rode hond had als kind, kon hij mogelijk op weg naar de maan ziek worden. Hij werd dus vervangen door Swigert. En bij de start viel een motor van de tweede trap uit, waardoor de andere vier langer moesten werken. Toen de Apollo-13 werd gelanceerd leken de maanvluchten al
routine te worden. 46 uur na het vertrek zei Joe Kerwin in
het vluchtleidingscentrum nog: "Het schip lijkt ons in goede
conditie te zijn. We vervelen ons dood hier." Negen uur later,
op 13 april, explodeerde een zuurstoftank in de SM. Die
zuurstof diende niet alleen om te ademen, maar ook voor elektriciteitsproductie
in de brandstofcellen en voor water, een bijprodukt van deze
cellen. Lovell, Swigert en Haise zaten dus op 322 000
km van de aarde in de problemen. Het eerste probleem dat
ze moesten oplossen was de dalende zuurstofvoorraad en elektriciteitstoevoer
in de CSM. Men besloot de hele CSM stil te leggen en de LM
als reddingssloep te gebruiken. Die was ontworpen om twee
man een dag of drie in leven te houden. Voor drie man was
er niet genoeg energie. Om het toch uit te houden moest ondermeer
de verwarming uit. De temperatuur zakte hierdoor tot bijna
het vriespunt. Ook ontstond er een probleem met de luchtzuivering. Die
was eveneens berekend op 2 astronauten. Men moest de filters van de LM
vervangen door die van de CM. Spijtig genoeg hadden die niet dezelfde
vorm (LM en CM waren van verschillende fabrikanten). Met wat karton en
plakband kon dit gelukkig opgelost worden. Terug in een baan om de aarde moesten ze de LM die hen zo trouw had gediend dan verlaten, want die was niet gebouwd voor terugkeer in de atmosfeer. De astronauten kropen terug in de verlamde CM en stootten de LM en de beschadigde SM af. Pas toen konden ze zien hoe zwaar die eigenlijk beschadigd was. Er was nog even vrees dat het hitteschild beschadigd was bij de explosie, maar dat bleek vals alarm te zijn. Vier dagen na de explosie kwam de Apollo-13 dan op 17 april terecht in de Stille Oceaan, nabij Samoa. De astronauten waren moe en ziek, maar hadden het overleefd. |
|