|
|
Lanceerdatum: 3 maart 1969
Commandant: James McDivitt
CM-piloot: David Scott
LM-piloot: Russel Rusty Schweickart
Command module: Gumdrop
Lunar module: Spider
Op 3 maart 1969 werd de Apollo-9 gelanceerd om de maanlander
voor de eerste keer bemand te testen in een baan om de aarde.
De CSM werd eerst aan de LM gekoppeld, zodat de astronauten konden
overstappen. Vervolgens werd getest hoe de besturing van de
ganse CSM-LM combinatie verliep.
Er werd ook een ruimtewandeling uitgevoerd met het PLSS,
het Portable Life Support System. Dit was ontwikkeld om op
de maan mee rond te lopen en was nodig om bij een mislukte koppeling over
te stappen van de LM naar de CSM. Normaal had dit twee uur moeten
duren, maar omdat Schweickart misselijk werd en moest overgeven, werd dit
even uitgesteld en bleef hij uiteindelijk maar 40 minuten in het luik staan.
Daarna werd de LM losgekoppeld voor tests. McDivitt en Schweickart
verwijderden zich dan bijvoorbeeld 175 km in de LM, terwijl Scott in
de CSM achterbleef. Het was de eerste maal dat er met een schip werd
gevlogen dat niet in staat was om terug te keren naar de aarde. Gelukkig
verliep alles goed, ook de koppeling.
Om de communicatie tussen de twee schepen te vereenvoudigen, kregen ze
allebei een aparte roepnaam. De NASA was het echter niet helemaal eens
met de namen die de astronauten hadden gekozen.
De landing moest door het slechte weer op de landingsplaats
uitgesteld worden en de capsule maakte dan maar een extra
omloop. Op 13 maart, na een vlucht van 10 dagen en één uur
kwam de capsule dan neer in de Atlantische oceaan.
|
|