De buitenplaneten

De Pioneers

In 1972 werd de Pioneer-10 gelanceerd, een jaar later gevolgd door de Pioneer-11. Eind 1973 scheerde de Pioneer-10 langst Jupiter. Voor de eerste keer kon men Jupiter van dichtbij waarnemen. De Pioneer-10 bleef niet in een baan rond de planeet, en vloog door. Uiteindelijk is men in 1997 opgehouden met de sonde te volgen. Op 7 februari 2003 werd het laatste signaal van het scheepje opgevangen. De nucleaire energiebron is na dertig jaar te zwak om nog een detecteerbaar signaal uit te zenden.
De pioneer-11 bereikte Jupiter in 1974, en vloog daarna door naar Saturnus. Ook dit toestel bevindt zich momenteel in de buitenregionen van ons zonnestelsel. Het contact werd in 1995 verbroken toen de antenne verkeerd werd gericht. Pogingen om de antenne terug op de aarde te richten zijn mislukt. Omdat ze ooit het zonnestelsel zouden verlaten, hebben de beide toestellen een plaquette aan boord met daarop informatie over hun herkomst. Misschien worden ze ooit opgepikt door een buitenaardse beschaving.

De Voyagers

Zowat de meest ambitieuze verkenners tot nu toe zijn de beide Voyagers. Tijdens hun lancering stonden de planeten Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus in een bijzonder gunstige stand. De Voyager-1 vertrok in 1977, en bezocht Jupiter in 1979 en Saturnus in 1980. Het vaartuigje is momenteel het verst verwijderde voorwerp door mensenhanden gemaakt.
De Voyager-2 werd een paar dagen voor de eerste gelanceerd, en bezocht zelfs vier planeten: Jupiter in 1979, Saturnus in 1981, Uranus in 1986 en Neptunus in 1989. Veel van wat we tegenwoordig over deze planeten weten, is afkomstig van de twee Voyagers.
Er is nog dagelijks contact met beide scheepjes via het Deep Space Network van het JPL. Er is nog brandstof en nucleair materiaal aan boord om tot 2020 door te gaan.

De Galileo en de Cassini

Deze sondes werden gebouwd om de twee grootste planeten in het zonnestelsel te bestuderen, Jupiter en Saturnus. In tegenstelling tot de vorige sondes, moeten zij in een baan rond de planeten komen, wat veel meer mogelijkheden geeft.

De Galileo werd in 1989 gelanceerd, en kwam in 1995 bij Jupiter aan. De tocht duurde zo lang, omdat de sonde onderweg langst Venus en de aarde passeerde. Het toestel was namelijk te zwaar om in één keer naar Jupiter te vliegen, en moest met behulp van de zwaartekracht van Venus en de aarde extra snelheid krijgen. Er werden onderweg ook planetoïden bezocht, Gaspra en Ida. Galileo had ook een atmosfeersonde bij, die meer informatie opleverde over de atmosfeer van Jupiter. De verschillende manen van Jupiter, en dan vooral Io en Europa, werden eveneens uitgebreid onderzocht. Op 28 februari 2003 werd de missie gestaakt. De brandstof aan boord begon op te raken en de sonde zal na een laatste rondje in de atmosfeer van Jupiter terecht komen.

De Cassini werd 1997 gelanceerd, en heeft een gelijkaardig ingewikkeld traject gevolgd als de Galileo. De sonde zal daarom pas in 2004 bij Saturnus aankomen. Ze heeft eveneens een atmosfeersonde bij, de Huygens, die op de maan Titan zal terechtkomen.

Io

Eén van de vele Galileo-foto's van de Jupitermaan Io. De kleurschakeringen zijn met de computer wat bijgewerkt om het contrast te vergroten. In werkelijkheid ziet de maan er doffer uit.
(foto NASA/JPL-Caltech)

de Cassini
De Cassini wordt gereedgemaakt voor de lancering.
Rechts is de beschermende kap over de Huygens-lander te zien.
(foto NASA/JPL-Caltech)

» home       » site kaart       » info       » contact
Laatst aangepast: 15.2.2006
Copyright © 2000-2006, Maarten Driesen