Na het Apollo-project begonnen de Amerikanen met de bouw
van de Shuttle. Het moest een vervoermiddel worden dat meerdere
malen kon herbruikt worden om de kosten te drukken. Het moest
ook snel na de landing terug klaargemaakt kunnen worden voor
de volgende vlucht. Het idee bestond om met een kleine vloot
bijna elke week een lancering te doen.
De orbiterDit is het eigenlijke ruimtevliegtuig. Het heeft een lengte van 37,2 meter en een spanwijdte van 24 meter. Het weegt 68 ton en kan een maximale last van 29,5 ton in een lage baan (300 km) brengen. Voor een hogere baan moet de IUS, de inertial upper stage gebruikt worden, een kleine stuwraket, om de lading vanuit het ruim te lanceren. De maximale last geld voor een lancering evenwijdig met de evenaar. Voor een baan om de polen daalt de nuttige last tot 18 ton.Er zijn 6 orbiters gebouwd. De eerste, de Enterprise, werd voor tests gebruikt en heeft alleen enkele zweefvluchten gemaakt. De Columbia, de eerste die gelanceerd werd, is op 1 februari 2003 geëxplodeerd. De Challenger is op 28 januari 1986 geëxplodeerd. De Endeavour, de Atlantis en de Discovery vliegen nog altijd. De orbiter bestaat uit een drietal grote delen. Het voorste deel
deel omvat het bemanningsverblijf. Hier is ook de cockpit
gesitueerd. Het hitteschild van de orbiter bestaat uit duizenden keramische
tegeltjes die op de romp zijn aangebracht. Onder deze tegeltjes
bevinden zich nog isolerende dekens. De witte tegeltjes zijn
gemaakt op basis van silicium. De 30000 zwarte tegeltjes
zijn behandeld met koolstof om een temperatuur van meer dan
1200°C te weerstaan. Elk tegeltje is op maat gemaakt en past
in principe maar op één plaats. Na elke vlucht worden alle
tegeltjes gecontroleerd. De brandstofDe grote stuwstoftank levert brandstof voor de SSME's van de orbiter. Ze is 48 meter lang en heeft een diameter van 8,4 meter. Ze bevat 600 ton vloeibare zuurstof en 100 ton vloeibare waterstof. Op minder dan 10 minuten wordt dit allemaal verstookt.De twee vaste-brandstofraketten zijn 45,5 meter lang, 3,7 meter in diameter en wegen elk 580 ton. Ze werken op een mengsel van ammoniumperchloraat, aluminiumpoeder en andere toevoegingen. Ze leveren het grootste deel van de stuwkracht tijdens de start. Na 2 minuten zijn ze opgebrand en komen aan een parachute neer in de Atlantische Oceaan. Ze worden dan terug bijgevuld en kunnen op die manier 20 keer opnieuw gebruikt worden. De toekomstDe Shuttle heeft nooit de beloftes waar kunnen maken. Ten eerste bleek het onderhoud moeilijk. Een vlucht per week is onmogelijk, twee vluchten per orbiter per jaar is al veel. Het onderhoud bleek ook veel duurder te zijn dan men had verwacht.Nog factoren die de prijs omhoog duwen zijn de bemanning en het eigen gewicht. Op elke reis moet er immers een orbiter van 68 ton mee omhoog. Een traditionele wegwerpraket kan met dezelfde brandstof meer nuttige last omhoogbrengen. De Shuttle is eigenlijk alleen maar nuttig als er echt een bemanning met apparatuur aanwezig moet zijn. Voorbeelden zijn de herstelling van de Hubble of de bouw van het ISS. Om gewoon wat experimenten uit te voeren is het veel te duur. Beter is om éénmalig een ruimtestation te lanceren en dit dan te bevoorraden met goedkope wegwerpraketten. De Russen hebben zo jarenlang voor een fractie van het Shuttle-budget de Mir in de lucht kunnen houden. De NASA heeft plannen voor een goedkopere opvolger voor de Shuttle. Spijtig genoeg is er geen geld voor de ontwikkeling. Nu 40 procent van de actieve vloot is geëxplodeerd, is er wellicht wat meer wil voor een alternatief. De Lockheed Venture Star wordt misschien wel uit de diepvries gehaald. Laat ons hopen. |
|