Skylab

Skylab 1 Skylab 2 Skylab 3
zonnepaneel

Close-up van het beschadigde zonnepaneel.

Skylab
Skylab boven de aarde. Bemerk het ontbrekende zonnepaneel.

De gigantische Saturn-V werd na de Apollo-maanvluchten nog maar één keer gebruikt. De laatste trap van de raket werd omgebouwd tot een vliegend laboratorium, het Skylab. Het was het eerste Amerikaans ruimtestation.

Problemen

Het station had al meteen van in het begin te kampen met problemen. Door trillingen tijdens de start was een deel van het meteorietenschild losgekomen. Dit had een zonnepaneel meegesleurd. Een deel van het schild kwam bovendien vast te zitten in het tweede zonnepaneel, waardoor dit niet uit kon vouwen.
Het station werd gemanoeuvreerd om de zonnepanelen van het ATM, het gedeelte met een telescoop, maximaal op de zon gericht te houden. Hierdoor liep de temperatuur in het bewoonbare gedeelte echter sterk omhoog tot meer dan 52°C. Het schild moest immers ook een deel van de zonnewarmte tegenhouden. De vlucht van de eerste bemanning werd tien dagen uitgesteld terwijl ingenieurs naar een oplossing zochten. Er werd een procedure opgesteld voor de herstelling, die de bemanning in moest oefenen. Vlak voor de eerste vlucht werd het bemanningsgedeelte van het station van de zon weggedraaid om de temperatuur te doen dalen.

De bemande vluchten

De vluchten naar het station werden ondernomen met Apollo-capsules, gelanceerd door de Saturn-IB. Er werden in het totaal drie vluchten gemaakt. Er bestaat wat verwarring over de nummering van de vluchten. De eerste nummering geeft aan de lancering van het Skylab de naam Skylab-1, de bemande vluchten heten dan Skylab-2, -3 en -4. De tweede nummering, die ook gebruikt wordt op de emblemen, noemt de lancering gewoon Skylab, de bemande vluchten heten dan Skylab-1, -2 en -3. Ik geef eigenlijk de voorkeur aan die tweede nummering. Klikken op de emblemen boven aan de pagina brengt u naar de afzonderlijke vluchten.
» home       » site kaart       » info       » contact
Laatst aangepast: 20.3.2005
Copyright © 2000-2005, Maarten Driesen