Venusverkenners

De Venera-sondes

De Venus-1 (pas vanaf nummer 4 gebruikte men de naam Venera) werd in 1961 gelanceerd, maar miste de planeet op een afstand van 100000 km. De Venus-2 vloog in 1966 op 24000 km langst de planeet, de Venus-3 stortte te pletter op de planeet.
De Venera-4 moest in 1967 een zachte landing uitvoeren, maar viel uit tijdens de afdaling na 94 minuten. De Venera-5 en -6 waren de volgende pogingen om te landen, maar mislukten eveneens. Samen met de Venera-4 werd ook een reservesonde meegestuurd, de Kosmos-167, maar die verbrandde in de aardatmosfeer. Het is mogelijk dat de Venera-6 de reservesonde was voor de Venera-5.
Met de Venera-7 werd nog eens gepoogd een zachte landing te maken. Ditmaal werd er een kleinere parachute gebruikt, omdat men dacht dat de vorige sondes kapot waren gegaan door de lange tocht door de barre atmosfeer. De sonde bereikte ditmaal inderdaad de oppervlakte, maar de klap kwam nogal hard aan. De sonde zond nog 23 minuten verstoorde signalen uit. Toch was dit een groot succes voor de Sovjet-Unie: het was de eerste succesvolle landing op een andere planeet. Voor de Venera-8 werd voor een iets lagere snelheid gekozen. Deze sonde bereikte de oppervlakte onbeschadigd, maar zond nog maar 13 minuten, omdat de tocht door de woeste Venusatmosfeer langer had geduurd.
De Venera-9 en -10 uit 1975 waren meer succesvolle sondes. Ze bereikten allebei de oppervlakte, en konden gedurende ongeveer een uur blijven uitzenden. Ze namen ondermeer de eerste foto's van het oppervlak van Venus.
De Venera-11 en -12 werden in 1978 gelanceerd. Ze hadden beide ondermeer Franse apparatuur aan boord. De afdaalsondes konden echter geen foto's doorsturen.
De Venera-13 en -14 stuurden weer wel foto's door, ondermeer de eerste panoramafoto's in kleur van Venus. Er werd ook getest hoe hard de Venusbodem was door een stalen pin in de bodem te drijven. Dit mislukte echter omdat de pin op de lenskap van de camera terechtkwam.
De Venera-15 en -16 hadden geen landers aan boord, maar brachten in 1983 het oppervlak in kaart m.b.v. radar.
In 1984 werden de Vega-1 en -2 gelanceerd. Zij moesten ook de komeet van Halley onderzoeken onderweg. Vandaar ook de naam: een samentrekking van Venera en Galea (Halley). Er werd uit elk van de moedervaartuigen een lander en een ballon met instrumenten neergelaten, waarna ze verder koers zetten naar de komeet.

Amerikaanse sondes

In 1962 passeerde de Mariner-2 Venus op 35000 km. De Mariner-5 vloog op 4000 km voorbij Venus, de Mariner-10 op 5760 km. Enkel de Mariner-10 heeft foto's doorgestuurd.
In 1978 werden de Pioneer-Venus-1 en -2 gelanceerd. Het eerste toestel had een radar aan boord, het tweede had enkele kleine afdaalsondes bij, die echter niet gemaakt waren om het oppervlak te bereiken.
In 1990 kwam de Magellan in een baan om Venus. Dit vaartuigje heeft bijna de ganse oppervlakte in kaart gebracht met zijn radar, met een betere resolutie dan ooit tevoren. Nadat de radar uitviel, heeft men uit de schommelingen van de sonde nog veel kunnen afleiden over de zwaartekracht van de planeet.
Op 11 oktober 1994 heeft men het tuig laten opbranden in de dichte Venusatmosfeer.
radarkaart

Een deel van de radarkaart die met behulp van de Magellan werd geconstrueerd.
(foto NASA/JPL-Caltech)

» home       » site kaart       » info       » contact
Laatst aangepast: 15.2.2006
Copyright © 2000-2006, Maarten Driesen