De Woschod

Het sardienenblik

In 1963 zaten de Russen met een probleem. De Amerikanen zouden in 1965 de tweepersoons Gemini-capsule lanceren, terwijl hun eigen driepersoons Sojoez-capsule pas ten vroegste in 1967 zou klaar zijn. Ze wilden nog voor de Amerikanen een meerpersoonscapsule lanceren. Sergej Koroljov, de Russische hoofdingenieur, besloot de oude Wostok dan maar een beetje aan te passen. De schietstoel werd geschrapt, de capsule zou in het vervolg mét bemanning neerkomen. Hiervoor werden er hulpraketjes toegevoegd. Omdat de capsule zelfs zonder schietstoel nog vrij krap was, konden de kosmonauten ook geen ruimtepak aandoen.

Ondanks dit lapwerk werd de capsule op 6 oktober 1964 onbemand getest onder de naam Kosmos-47. De vlucht duurde 1 dag.

Op 12 oktober 1964 gingen drie kosmonauten op weg met de Woschod-1. De vlucht duurde maar een dag, veel langer konden Vladimir Komarov, Boris Jegorov en Konstantin Feoktistov het niet uithouden in de krappe capsule. Het was ook de eerste keer dat er een wetenschapper (Feoktistov) en een dokter (Jegorov) meegingen.
De Amerikanen waren natuurlijk verbaasd, ze wisten immers niet dat het schip maar een opgelapte Wostok was.

De eerste ruimtewandeling

Op 22 februari 1965 werd de Kosmos-57 gelanceerd, een onbemande test voor de Woschod-2. Tijdens het testen van de luchtsluis werd per ongeluk een zelfvernietigingscommando gegeven. Ondanks deze mislukking werd besloten door te gaan met de bemande vlucht.

Met de Woschod-2 werd dan de eerste ruimtewandeling ooit uitgevoerd. Er waren maar 2 astronauten aan boord, voor de derde was geen plaats meer nu er ruimtepakken en een luchtsluis meemoesten.
De Amerikanen lieten bij de wandelingen tijdens de Gemini-vluchten het hele schip leeglopen, maar de Russen gebruikten een primitieve luchtsluis. De reden hiervoor was typisch Russisch. De Woschod zat namelijk vol oude radiobuizen, die zouden ontploffen als de lucht werd weggepompt.
Op 18 maart 1965 maakte Aleksej Leonov zijn wandeling. Hij moest ondermeer een kleine filmcamera losmaken, en die mee terug naar binnen nemen. Dit bleek niet zo eenvoudig. Het ruimtepak stond veel te bol en was uitgerekt: zijn handen en voeten zaten niet meer volledig op de juiste plaats. Toen hij dan toch de camera binnen had, wou hij zelf in de luchtsluis kruipen. Dit ging echter niet, omdat de opblaasbare sluis te smal was voor zijn uitgezette pak. Leonov moest eerst met een ventiel wat lucht uit het pak laten, voor hij naar binnen kon.
De landing liep ook verkeerd. De automatische piloot werkte niet naar behoren. Pavel Bjeljajev en Leonov moeten de capsule met handbesturing aan de grond zetten. De capsule kwam neer midden in de besneeuwde bossen van de Oeral. Omdat de dichtsbijzijnde open plaats 20 kilometer verder was, konden de kosmonauten niet onmiddelijk opgehaald worden. Er werden voedselpaketten gedropt en ze moesten overnachten tussen de huilende wolven. De volgende dag landde een helikopter op de open plaats, en ging een reddingsteam op ski's achter de kosmonauten zoeken. Dit duurde de hele dag, en er moest weer voedsel worden gedropt, ditmaal voor de kosmonauten én het bergingsteam. Nog een dag later kon iedereen dan op de ski's de helikopter bereiken.

Verdere missies

Onder de naam Kosmos-110 werd een Woschod-capsule met twee honden gelanceerd op 22 februari 1966. Er werden enkele biologische onderzoeken gedaan, waarna de capsule op 15 maart veilig terug op aarde neerkwam.

Vier verdere bemande vluchten, waaronder een vlucht met alleen vrouwelijke astronauten en de eerste ruimtewandeling van een vrouw, werden afgelast. Reden was de race naar de maan met de nieuwe Sojoez.

Links:
» home       » site kaart       » info       » contact
Laatst aangepast: 5.3.2005
Copyright © 2000-2005, Maarten Driesen