DE STANDAARD VAN DE CATHARINAPARKIET.
FYSIEKE EIGENSCHAPPEN:
Conditie: Om voor een hoge puntenwaardering in aanmerking te komen is de conditie een eerste vereiste. De ogen moeten goed (mooi) rond en helder zijn.
Formaat: De Catharinaparkiet moet een forse indruk geven. Het formaat moet aangepast zijn aan het type. (Lichaamsverhoudingen). Lengte ongeveer 17 cm.
Model: De Catharinaparkiet maakt een gedrongen indruk. De staart is wigvormig. De vleugels liggen strak langs het lichaam, zelfs een beetje in de borstbevedering getrokken. De vleugels mogen elkaar aan het einde niet kruisen. De kop is gelijkmatig gewelfd en mag geen smalle indruk maken. De borst is goed gerond.
Houding: De Catharinaparkiet heeft een wat gedrukte, bijna horizontale houding en zit daarbij vaak wat voorover.
Snavel: De snavel maakt geen al te forse indruk en is ten opzichte van het lichaam niet al te groot. De snavel dient mooi rond gebogen te zijn. De ondersnavel is bijna niet te zien en wordt bedekt door de bovensnavel.
Bevedering: De bevedering dient rein en geheel compleet te zijn en goed aaneengesloten te worden gedragen.
Poten: De poten zijn vrij zacht en mogen niet ruw of vuil zijn. Twee tenen naar voren en twee tenen naar achteren gericht, met aan elke teen een nagel, welke niet te lang en goed natuurlijk gebogen dient te zijn. De tenen moeten de zitstok volledig kunnen omklemmen.
DE TEKENING VAN DE (CATHARINAPARKIET).
KLEUR, TEKENING: Kop/Lichaam: Vanaf een ongepigmenteerd voorhoofdsbandje van ongeveer 5 mm breed bevindt zich op de bovenschedel, overgaand in nek, rug en stuit een fijne, regelmatige, zwarte tekening (omzoming). Ook de flanktekening, die al vlak onder en achter de wangen begint, is zwart en moet duidelijk aanwezig zijn, zonder onderbreking. Deze zwarte omzoming loopt door tot op de dijen. Deze tekening gaat achter de poten en op het achterlijf over in zwarte stippen. Deze stippen moeten een regelmatig verloop hebben.
Vleugels: Aan de vleugelbocht bevindt zich een zwarte vlek. Deze is egaal zwart en mag geen onderbrekingen vertonen. Ongeveer 1 cm onder deze zwarte vlek bevindt zich de eerste ondulatietekening en ongeveer 1 cm daaronder bevindt zich de tweede ondulatie- tekening. Ongeveer 2 cm daar weer onder bevindt zich de derde ondulatietekening. Deze ondulatietekeningen, welke regelmatig aanwezig moeten zijn, mogen niet onderbroken zijn.
Staart: De primaire staartveren en onderstaartdekveren hebben langs de schacht een zwarte tekening. De twee middelste, iets verlengde staartpennen, zijn bij de man nagenoeg geheel zwart. Bij de pop is slechts het uiteinde zwart. Op de bovenstaartdekveren loopt de stiptekening vanuit de flanken door. Deze hebben aan de punt van elke veer een zwarte tekening.
Verschil tussen man en pop. Mannen en poppen zijn in het algemeen goed van elkaar te onderscheiden. Het duidelijkst is dit te zien aan de primaire staartveren. Bij de man is de punt daarvan over een lengte van ongeveer 1 Y2 cm diepzwart, terwijl bij de pop slechts het uiterste puntje zwart is. Verder heeft de man soms een wat grovere schoudervlek en vleugeltekening. Bij sommige poppen is de afstand tussen de rijen met zwarte vleugeltekening wat minder. Omdat eigenlijk alleen de staarttekening een geslachtskenmerk is, wordt in de kleurstandaard geen aparte beschrijving gegeven van man en pop. De verschillen zijn te gering.