Het pendelwerkboek


Het pendelen is evenals het wichelroedelopen een eeuwenoud gebruik.
In de loop der tijd zijn er al heel wat-zowel goede als slechte boeken over pendelen verschenen. Het is voor diegene die serieus onderzoek doet naar dit verschijnsel dan ook niet gemakkelijk de juiste gegevens te verzamelen. Een aantal vragen die hierbij aan de orde komen, zijn:
-Kan iedereen pendelen?
-Kan men het leren?
-Hoe kan men vaststellen of laten vaststellen of je pendel gevoelig bent?
-Kun je onder elke omstandigheid pendelen?
-Zijn er gevaren aan verbonden? Zoja, welke?

In de eerste plaats wil ik in deze inleiding proberen duidelijk te maken hoe pendelen nu eigenlijk in zijn werk gaat en waarop het gebaseerd is. Vervolgens zal ik ingaan op de zojuist gestelde vragen.
Bij het pendelen is het allereerst van belang-overigens net als bij het wichelroedelopen- van tervoren heel duidelijk te bepalen op welke wijze aangegeven wordt, wat ja’ en wat nee’, wat positief en wat negatief is. Je kunt dat geheel zelf bepalen. Je kunt bijvoorbeeld een slingerende beweging, vergelijken met nee schudden,als negatief, en een tegengestelde beweging als ja knikken, als positief beschouwen. Ook is het mogelijk een linksdraaiende cirkel beweging als nee en negatief te benoemen, terwijl je een rechtsdraaiende cirkelbeweging als ja en positief aanduidt.
Een stilstaande pendel kan dan betekenen dat de vraag niet juist is gesteld; het is dan noch ja noch nee, noch pos. Noch neg. Bij het stellen van de vraag gaan we ervan uit dat we iets vragen waarvan het antwoord ons niet bekend is, maar wel belangrijk is om te weten.
Het ‘vragen naar de bekende weg’, dient dan ook achterwege te worden gelaten. We moeten de pendel op een verantwoorde manier gebruiken, ook in ethisch opzicht. Daarmee bedoel ik dat de pendel niet moet gehanteerd worden om iets te weten te komen dat verkeerd gebruikt wordt of zou kunnen worden.
De vraag van bijvoorbeeld een wantrouwende echtgenote, of haar man een buitenechtelijke relatie er op na houdt, zou je niet mogen beantwoorden.
In dit werkboek probeer ik een aanzet te geven om eventuele gaven op dit gebied verder te ontwikkelen. Een begaafde pendelaar, helderziende of helderwetende persoon kan bepalen of en in welke mate je pendelgevoelig bent. Je kunt daar ook zelf achter komen door blindproeven door anderen te laten voorbereiden, die je uitvoert met wichelroede of pendel. Een voorbeeld van zo’n proef is de volgende, je neemt tien de zelfde luciferdoosjes en laat de andere een voorwerp in twee of drie doosjes doen, het is nu jouw taak met behulp van pendel of wichelroede te bepalen in welk doosje de voorwerpen zich bevinden.
Dit soort proeven kun je steeds verder uitbreiden en toepassen op allerlei tereinen, zo kun je bijvoorbeeld van iemand met een duidelijke afwijking of ziekte trachten vast te stellen waar het stoorveld zich bevind, een diagnose proberen te stellen en vervolgens controleren of deze klopt.

Wat kun je allemaal uitpendelen?

In principe alles, beter is de vraag wat is er zinvol? Het is beslist niet aan te bevelen het pendelen te gebruiken om egoistische en materialistische dingen te bereiken. Dat lukt niet en is verspilling van energie. Op een verkeerd gerichte instelling komt een onzuiver antwoord. Lotto-cijfers uitpendelen en dergelijke kun je dus beter achterwege laten, het is nutteloze tijdsverspilling.
Kun je onder alle omstandigheden pendelen?


Nee, je kunt alleen pendelen als je in totale harmonie met jezelf en met je omgeving bent, bijvoorbeeld niet direct na een hevige ruzie.
Wil je een bepaalde gave, zoals het pendelen, goed gebruiken, dan moet je aan onderstaande voorwaarden voldoen.
-Je moet geen negatieve gevoelens koesteren zoals haat, jaloezie, achterdocht.
- Je moet niet gaan pendelen, als je niet onbevangen staat tegenover het te ontvangen antwoord.
- Je moet over een lichamelijke en geestelijke conditie beschikken.
- Je moet niet pendelen over zaken die je niet aangaan.
- Je moet niet pendelen over jezelf of anderen, als de informatie die daarbij vrijkomt, negatief of ten nadele van wie dan ook gebruikt zal worden.
- Je moet de informatie die je ontvangt over bepaalde personen nooit aan derden doorgeven, zonder dat de personen in kwestie daarvan op de hoogte zijn.
- Je moet niet pendelen in een omgeving waarin de harmonie verstoord is tengevolge van bijvoorbeeld luidruchtige muziek of ruzies op de achtergrond.
- Je moet niet pendelen om jouw kundigheid te bewijzen of om nieuwsgierigheid of de zucht naar sensatie van anderen te bevredigen.
- Je moet niet even tussen neus en lippen door iets willen uitpendelen, je moet er echt voor gaan zitten.

 

Zijn er gevaren verbonden aan het pendelen?


Zoals er geen enkele activiteit bestaat die geheel ongevaarlijk is, is ook pendelen niet zonder risico. Niemand is volmaakt, een volmaakte pendelaar bestaat niet. Als je op ontvangen antwoorden voor honderd procent vertrouwt, en er zonder meer op gaat blindvaren, kan dat negatieve consequenties hebben. Het bewuste en onbewuste kennisveld dienen op elkaar afgestemd te zijn, een eenheid te vormen.
Antwoorden die vanuit het onbewuste kennisveld tot je zijn gekomen door middel van helderziendheid, helderhorendheid, helderwetendheid, heldervoelendheid en pendelen moeten in overeenstemming worden gebracht en een eenheid vormen met het bewuste kennisveld. Dan pas kun je er iets mee gaan doen. Met regelmaat van de klok ontmoet je mensen, die beweren dat ze bij het pendelen antwoorden ontvangen die door hun geestelijke begeleider worden gegeven. Weer anderen ontvangen boodschappen van overledenen, geesten of entiteiten uit werelden of zijsferen. Ik wil nadrukkelijk stellen dat die antwoorden vanuit het eigen onderbewuste komen. In welke mate ons onderbewuste is afgestemd op geeste’lijke entiteiten en van welk alooi deze entiteiten zijn, is afhankelijk van ons eigen geestelijk en mentaal niveau. Als de antwoorden bij het pendelen via ons onderbewustzijn onder invloed staat van bepaalde entiteiten, is de betrouwbaarheid van deze infotmatie evenredig aan onze innerlijke motivatie. Het gevaar bij het pendelen is dat de drijfveren onjuist zijn, waardoor de antwoorden ook niet betrouwbaar zijn. Daarbij bedriegen we in feite onszelf en anderen, met het gevolg dat de situatie alleen maar verergert in plaats van betert.


Wie kunnen de radiesthesie beoefenen?


In feite alle personen die een bepaalde paranormale gevoeligheid bezitten. De praktijk heeft aangetoond dat vier van de vijf mensen over een dergelijke gevoeligheid beschikken, veelal zonder dat men zich daar zelf bewust van is. Het staat dus vast, dat veel mensen over een dergelijke begaafdheid beschikken zonder dat ze het zelf weten. Bij experimenten is tevens naar voren gekomen, dat personen die interesse hebben in deze gebieden, belangrijk hogere juiste resultaten boeken dan diegene, die er helemaal gen interesse in hebben. Aangezien u beste lezer, ook tot de geintersseerden behoort (want anders was u dit verslag niet aan het lezen) betekend dit, dat de kans dat u ook over de benodigde paranormale gevoeligheid beschikt, mischien wel een van 9 op 10 is. Paranormale vermogens moet men dan ook niet zo zeer zien als een gave die slechts een enkeling ten deel valt, doch als een volkomen natuurlijke eigenschap, die ieder van ons bezit. Bij de meesste personen is deze eigenschap latent aanwezig. Dit betekend, dat men geleidelijk aan deze vermogens moet leren ontwikkelen. Dit kost oefening en vooral in het begin blijven de resultaten nog wel eens uit. Maar zoals overal geldt ook hier, dat de aanhouder wint.

Hoe maak ik een pendel?

Er zijn pendels voor diverse soorten onderzoekingen. Wie pas begint kan volstaan met een ring aan een draadje of een schietlood.
Het gewicht van een pendel is geheel afhankelijk van de persoonlijke instelling. Zelf prefeer ik een lichte pendel, daarom maak ik gebruik van een grote kurk, waar ik precies door het midden een grote stopnaald had gestoken. Door het oog van de naald was dan een dunne draad gestoken die ik tussen duim en wijsvinger vasthield. Van groot belang hierbij is, dat de naald precies door het middelpunt gaat, een kleine afwijking en de pendel hangt scheef!!! Het voordeel van deze pendel is dat men vrijwel op de milimeter nauwkeurig iets kan aanwijzen


De eerste stap, het zich leren te ontspannen


Zoals we reeds hebben gezien, is het leren aanvoelen van de onbewuste spierreflexen bij anderen feitelijk heel erg gemakkelijk. U leert het zo en moet u er alleen nog wat in oefenen om ook de meest fijne impulsen te kunnen waarnemen. Oefen dus zoveel mogelijk, zowel met vrienden en bekenden als onbekenden.
Iets moeilijker word het de eigenlijke impulsen te leren aanvoelen. Dit lukt u als beginner feitelijk pas wanneer u in staat bent u volledig te ontspannen.

Het hanteren van de pendel


De pendel is een voorwerp van metaal, hout, steen, glas, diamant of een ander materiaal dat is opgehangen aan een draadje of kettinkje. Als je nauwkeurig te werk wilt gaan verdiend het aanbeveling om een ronde, enigsinds puntige vorm te nemen. Welk materiaal je gebruikt doet er niet toe, ook niet of je een draad of ketting hanteert. Zoals reeds eerder gesteld gaat het om een spierreactie van onszelf die van uit het onbewuste via het onderbewuste, via het onwillekeurige zenuwstelsel naar onze hand wordt geleid.
De idiale lengte van de draad of ketting kun je zelf bepalen, meestal ligt die ergens tussen de tien en de twintig centimeter. Het verdient aanbeveling om boven aan het touwtje of ketting een verdikking aan te brengen, waardoor het niet zo gauw uit de vingers glipt.
Er bestaan vele soorten pendels wat materialen of vormgeving betrefd. Kies het materiaal en de vorm die je prettig vind. Alle pennen schrijven, maar je kunt kiezen uit balpennen, rollerpennen en vulpennen in verschillende kleuren soorten en vormen. Je kiest de kleur en het model dat je het meeste aanspreekt, daar werk je mee, dat verbeterd je stemming iets wat heel belangrijk is.


Het leren beheersen van de pendel


Het eerste wat u moet leren is de pendel te laten luisteren naar de bevelen die uit u bewustzijn komen. Allereerst krijgen we het te doen slingeren en stoppen van de pendel op bevel. In gedachten stelt u zich goed voor dat de pendel de ‘ja’ beweging maakt. Hieronder verstaan we het bewegen van de pendel van u vandaan en naar u toe. Men zou het kunnen vergelijken met iemand die ‘ja’ knikt.
Vandaar ook de naam. U moet zich in gedachten er een beeld van maken dat de pendel inderdaad die beweging maakt; u moet het als het ware in uw geestesoog zien gebeuren. Als alles goed gaat dan moet de pendel ook die beweging beginnen te maken. Mischien in het begin nog maar heel zwak, maar dat hindert niet. Het gaat er alleen om een bewegingin de gewenste richting te krijgen. Lukt het niet, dan geeft u de pendel een duwtje in de gewenste richting en concentreert u zich geheel op het gevoel dat het zwaaien van de pendel in de gewenste richting in uw vingertoppen geeft. Herhaal dit nog een paar keer en probeer dan weer uitsluitend met u gedachten de pendel in beweging te krijgen. Wanneer u dan nog geen resultaat heeft, kan het zijn dat u toch de de pendeldraad nog te krampachtig in de hand houdt.
Een andere veel gemaakte fout is dat u in gedachte niet voldoende duidelijk het beeld maakt van het uitzwaaien van de pendel.
Zonder dat u zich hat beeldvorm voorstelt zult u als beginneling weinig succes kunnen boeken. Blijft het niet lukken, schei er dan mee uit en probeer de volgende dag opnieuw. Pas wanneer u na een week oefenen nog geen enkele beweging in de pendel in de gewenste richting hebt gekregen, kan het vermoeden bestaan dat u bij de weinigen behoort die er totaal geen aanleg voor hebben.
Hebt u succes - dan gaat u in gedachten de pendel weer laten stoppen. Hierbij stelt u zich goed voor hoe de pendel elke keer duidelijk minder en minder ver uitslaat, totdat deze weeral stilhangt. Indien het u gelukt is de pendel te laten bewegen, dan kan het niet anders of oof dit lukt u. Oefen het laten zwaaien van de pendel en het weer stil zetten enige keren, zodat het moeiteloos gaat en u ook een behoorlijke uitslag van de pendel krijgt.