Het hotel Tassel (1892)

hotel tassel

Het hotel Tassel was het eerste bouwwerk dat Horta zelfstandig bouwde nadat hij zich had gevestigd. Het wordt ook internationaal erkend als de eerste volwaardige uiting van art nouveau architectuur in Europa. Het herenhuis werd in 1892 ontworpen voor Horta’s vriend, Emile Tassel, die professor was aan de ULB. Emile vond de belangrijkste plek in zijn huis, de werkkamer, daarom kreeg die een voorkeursbehandeling. Dit hotel zorgde voor een breuk met de traditionele burgerlijke architectuur. Horta oogstte ook meteen succes met dit huis en sleepte andere bestellingen in de wacht, zoals het Hotel Solvay en het Hotel van Eetvelde.

Victor Horta was diegene die als eerste in een privé-woning metalen structuren gebruikte. Zo maakte hij het mogelijk om binnen enkele steunmuren weg te laten dankzij het gebruik van smeedijzeren zuiltjes en ijzeren bogen. Hij maakte ook gebruik van talrijke zichtbare of verborgen lichtbronnen waardoor de verlichting iets magisch krijgt.
Dankzij natuursteen kon hij de mogelijkheid creëren om aan de gevel, als aanloop naar het gebogen erkerraam, een golvende lijn te schenken.

In dit huis vinden we typische kenmerken van Horta terug: de grote ruimte die aan de trap wordt toebedeeld, het verschil in vorm en afmetingen van op elkaar uitgevende vertrekken. Het gevoel van vrijheid en ruimtelijkheid dat hierdoor wordt gecreëerd, wordt verstrekt door de wijze waarop de verschillende niveaus op elkaar inwerken.

De nieuwe stijl wordt vooral binnen teruggevonden. Alle materialen zijn aan de ornametale uitdrukking ondergeschikt. Ijzer, steen, glas, mozaïeken en hout, alles past zich aan het onderling vervlochten lijnenritme aan.
Brusselse huizen maakten het noodzakelijk het interieur kunstmatig groter te maken. Glazen daken die het licht van boven door de open verdiepingen naar binnen lieten vallen en zo in verticale lijn een vergroting tot gevolg hadden, of spiegels die tegenover elkaar stonden en zo de vertrekken tot in het oneindige voortzetten, droegen hiertoe bij. Vanuit deze regelrechte noodzaak heeft Horta een artistiek principe ontwikkeld, Waarbij zijn oplossingen de aanleiding vaak te boven gingen. In ‘hotel Tassel’ is deze ruimtelijke vergroting echter slechts in een beginstadium verwezenlijkt.
De vormgeving van de ijzeren zuilen volgens planten motieven is beïnvloed door klassieke voorbeelden, maar is origineel met het oog op het gebruikte materiaal. Ongebruikelijk is vooral de behandeling van de drager die de trapleuning ondersteunt. De drager is in verschillende stukken verdeeld – wat een statisch motief zou kunnen hebben. Het is echter aannemelijker dat er zuiver esthetische redenen voor zijn: de onderslagbalk wordt daardoor in het bewogen geheel van de compositie opgenomen. Vanuit de splitsing ervan kon de ronde overgang naar de volgende steun ontwikkeld worden, waarmee visueel wordt aangeduid dat de drager hier zijn last aflegt en doorgeeft. Ook de zorgvuldige vorming van de gevoelige steunpunten waar steen en ijzer als een gewricht in elkaar grijpen, is opmerkelijk.

hotel

Hebben we tot nu toe de plastische elementen van de constructie bekeken, nu zijn de decoratiefvlakke elementen aan de beurt. Het valt direct op dat ze proberen te lijken op de hoofddelen en niet onafhankelijk daarvan bestaan; ze hebben zonder meer ondersteunende en voortzettende functies. Het gemakkelijkst kan dat afgelezen worden aan de onderkant van het plafond; de cirkelvormige bewegingen op de vloer en op de muur zijn natuurlijk allemaal bedoeld om op een temperamentvolle manier de spiraalvorm van de trap te begeleiden, ja zelf voort te stuwen. De trapleuning, eerst nog statisch behandeld, sluit daar op aan en loopt mee. Zo’n eigenzinnige toepassing van het secundaire moest verbluffend werken, vooral omdat deze niet op toeval berustte. In tegenstelling tot minder goede kopieën was hier ieder detail logisch gerechtvaardigd en stilistisch ingepast. De eenheid van het geheel was niet alleen in acht genomen, maar zelf versterkt. De innerlijke waarde van de architectuur had hier geenszins onder geleden. Toch had er een riskante herwaardering plaatsgevonden.

In tegenstelling tot het complexe interieur is de gevel van hotel Tassel eerder onopvallend, alleen in het opengebroken middelste gedeelte wordt de transparantie binnen duidelijk. Er is een afwisseling van in- en uitsprongen, wat een spel van schaduw en licht met zich meebrengt. Centraal ziet men een cirkelvormig uitstulpend venster dat de smalheid van de gevel compenseert en dat wordt geaccentueerd door smalle zuilen. De pilaartjes op de tussenverdieping zijn een neo-rococo-element, maar tonen een art nouveau vergroeidheid in de wijze waarop de basis zich vastklemt rond de ijzeren draagbalk. Herinneringen aan de middeleeuwen zijn de tot sleuven gereduceerde vensters van de bovenste verdieping.
De hele gevel is symmetrisch opgebouwd. Een verticale middenas vertrekt van in het midden van de deur naar boven tot aan het balkon van de hoogste verdieping.
Uit de gevel is duidelijk af te leiden hoe de ruimtelijke indeling van het interieur zich manifesteert. Heel het sociale leven van Tassel speelde zich af aan de straatkant. De vestiaire en de ontvangstkamer zijn dan ook te bemerken aan weerszijden van de straatkant, de rookkamer op de entresol, het bureau op de eerste verdieping en de studeerkamer op de tweede. De huiselijke vertrekken daarentegen waren gelegen aan de tuinkant.

Harmonie was een eigenschap die Horta hier, alsook in andere gebouwen, nastreefde.

In 2000 werd het Hotel Tassel samen met drie andere herenhuizen van Horta uitgeroepen tot Werelderfgoed door de UNESCO.

hotel