"je kijkt naar een stervend heelal

als je wijst naar een ster in haar val"

© A. Koorde 2000

.

Tenwoonstelling

 

(Friederichsreich) Hundertwasser

 

°Wenen 15/12/1928, +Pacific 19/2/2000

 

in druk gewekt

te veel gewikkeld

en aldus te zwaar

bewogen

intro spectakel

zelf orakel

in true spectief

een lege brief

het hele spectrum

losse woorden

nooit akkoorden

edel wijs in gas gevat

zo het brandglas op het plein

gekletterd

in de sprint

uiteengespetterd

door dit prisma regen

buigt mijn schisma

moedig overig

eens terug

© A. Koorde 2000


2.

Kunstjes

 

A.Koorde

 

°Gent 14/6/1960

 

langs de lijnen

staren de zwijnen

hun parels uitgeteld

in het veld van de eer

 

als knorrige stronken

robuust maar verdronken

in modder als moeder

zo varken zo broeder

 

vergeten veel meer dan verwacht

al tien keer en beter gedaan

nu lacht slechts het smachten nog zelf

op afval om trots op te staan

© A. Koorde 2000


3.

Bluegrass

 

Armand Pien

 

°Gent 2/2/1920, +22/9/2003

 

‘t gevoel te heersen

over waters van de wereld

je Gents accent danst goed geweten

in een lange stoet natuur

tussen kipjes voor de picnic

gevangen langs de pechstrook

draven hekjes vol met spanning

rond elke malse weide

waar koeien her staan kauwen

over zwaluwtrekjes bij de mens

dan vindt een plek ons beide

jouw bloes mijn blonde zakdoek

ik wil een borst en jij een bil

twee ouwe vrijers wurmen weer

door hun goesting naar de dorst

wel ja je zekerheden vinden ons

al in het volgend weekendveld

lonkt de eerste blommezoen

onder stapels moddersproetjes

naar onvoorspelde tegenwolken

© A. Koorde 2000


4.

Soif de vivre

 

Arno (Hintjens)

 

°Oostende 21/5/1949

 

I write à l’Arnaise

my spirit in

my wording out

let’s sit on this punaise

 

half a song

& half a shout

the Flemish cub à l’anglaise

 

we build one up

they tear all down

it feels so fine to see a clown

 

but they won’t know there is no choice

than to stammer through the strives

of half a man with half a voice

who lives his fifty lives

 

on stage I dazzle speed & light

though lazy black is all that’s me

it leaves you in the doubt of night

to hear the last that is still free

© A. Koorde 2000


5.

Walging

 

Barby Domingo

 

°Manilla 14/6/1979, +elke dag opnieuw

 

ik kruip mijn aanschijn uit de modder

voor haat die wonden slaat

want straks begin je weer

van vooraf aan

of wordt het achterwerk

je zuipt en kwijlt en ijlt je lust

je handen beven na een wijle rust

en moeten weer gaan knijpen

je bazooka zal dra rijpen

niet in te tomen zijn

ik zal voor schijn genieten

als je mijn tieten blauw verpietst

de tepels bloedenstoe afkauwt

met ruige tong en tanden

mijn keel en kin je zinnen zwellen

de weerzin dieper douwt

in heel mijn tenger lichaam

laat voeling los en lijdt gelaten

armen kennen enkel knellen

benen slaan de mijne

nog verder uit elkaar

kleren flarden waar

ze gister pas hersteld zijn

vloekig wringt je harde hand

zich in mijn droge vouw

de vrouw in mij sterft

nogmaals duizend doden

de kots komt plots

vanuit een ware walging

ik slik hem in

en slaak een lauwe kreet

je stoot je brullend in mijn reet

ik scheur dan maar een beetje meer

mijn bloeden maakt je dronken

het rammen wordt al bonken

zo gaat het ergste over

de pijn die brandt is fijn

want dan ben je tevree

ten langen leste komt je rochel

dan val ik zelf terstond

de schaamte met me mee

tranen wellen beter

verborgen in de grond

© A. Koorde 2000


6.

Vogelschrik

 

Bavo Claes

 

°Boom 8/9/1949

 

kriebelende

woordenkronkel

waarop hoopje

zingemonkel

mij te leiden

bijdehandigheid

 

ten voeten uit

los bandigheid

verweer ik mij

zo laat de waarde

mij ontbindend liggen

in de aarde

verlost een greep

slechts halve draai

zo vliegt hij weer

de schrale kraai

© A. Koorde 2000


7.

Hieronimust

 

Boudewijn De Groot

 

°Bij Batavia (Suriname) 20/5/1944

 

vlieg en fladder floep en fluiten

de zomer zoemt zich in de ruit

rijen rag en fijnlavendellint

koolwitjes blozen alle tinten

 

rijm de rom slaat naast de trom

ritme paart doorheen de buurt

ik scheur me wel een krentbrieftaart

en schreef dat je me nooit verstuurt

© A. Koorde 2000


8.

Blessé oblige

 

Brigitte Bardot

 

°Parijs 28/9/1934

 

de zeehondenkolonie schuift

bevolkt de duizend mijl van huis

honderd thuizen handloos uitgewuifd

in half de zee

het kwart van hond te drogen

zelf geheel eenzamig en nog laatst

voor twaalf een dozijn

bewaart mijn glans de schijn

ik kijk niet langer in hun ogen

waarin te diep mijn zelf weerkaatst


9.

Literatureluur

 

Brigitte Raskin

 

°Aarschot 1947

 

poëzie is lesbisch

of voor mannen zoals ik

echte vrouwen dromen dadig

zonder woorden voor de kick

© A. Koorde 2000


10.

Vuurtoren

 

Camilla H.

 

°Ronneby (S) 30/6/1972

 

de aard was bij

en zo zij

het bessen van haar takken

der vogelen uit mijn nest

 

mijn zakken naar het water

dat weldra wadden werd

geluid draagt diep

en hapert zacht de nacht

 

na dag was lach

wij woelden wild

jouw lijnen werden ruiten

hoe heet dit draagt

geen naam van binnen

ons buiten van de zinnen

 

ruim de runen rijden

de prijs van proef

was graag

maar traag voor telkens weer

de laagste keer

de vleugels raakten

overgrondig

misten vaardig

vlucht onaardig

 

zo vloog met mij

de geur van mirre

het zicht van zee

en licht voor twee

© A. Koorde 2000


11.

Vluchtig talent

 

Claudine F., Stefanie V. en Josy A.

 

°Deinze 1/8/1970, °Houthalen 24/3/1972, °Kortrijk 9/5/1962

 

parelbel oorhostessen

taxfree maar enkel vrij op zicht

de welgebouwde

aan hen toevertrouwde

sirenen van de lucht

engelen van beider kunne

in exclusief ontwerp

om mij persoonlijk lekker

verwenning toe te stoppen

wil ik koffie met traktatie

bij de extra demonstratie

klas is bak

niets zo veilig

dan met hen

te crashen

na een aangename

vlucht

© A. Koorde 2000


12.

Ontpopt

 

Daryl Hannah

 

°Chicago 3/12/1960

 

en ‘s zondags als ik wakker word

schijnt altijd fel de zon

dan speel ik in mijn kamerjas

met het roze poppenhuis

in de lege living

 

de stralen kaatsen het parket

dat net geboend als was

van gouden glas

en zoete cedergeuren

met licht dat vrolijk opspringt

 

tussen spleten van gordijnen

waarachter tuinen lui van liggen

opstaan in hun kleuren

 

wanneer ik ‘s zondag wakker word

verdwijnen alle zonden

© A. Koorde 2000


13.

Kruisvaart

 

Desmond Tutu

 

°Klerksdorp (Z.A.) 7/10/1931

 

mun hoof es leeg

en weeg me zwaar en door

geen schrijf die blijf

te veel mun deel herboor

die woor onbreek

die lijf die steek van al die kant

en meer kanniknie meer

kvloei mij naar die zee

gedwee die klank te volg

drijf mun lome lijf

langs meanders uit

de scherpe rauwe bochten

eindeloze blauwe tochten

zonder doel niet anders dan

de aankomst uit te stellen

dikke druppels doen mij zwellen

gedachten aan het zweven als een bel

geplukt de vrijheid ingeblazen

weerspiegelend in kleurenglazen

als ik mijn dromen dan vertel

© A. Koorde 2000


14.

Beter zo

 

Erwin H.

 

°/+speaking terms

 

mijn buur en zijn gazon

kennen samen geen pardon

ik koester madelieven

waarop hij schuinzaam neerkijkt

 

om heining om de deining

van kruidig on en min

elk ver van stand gehouden

snoeizeker vóór ‘t begin

 

de buurvrouw maait met hem

of eenzaam aardig om

wille van de overzij zo blijkt

zaai ik bij velen trouw

 

opgeschoten reikt mijn droom

nauw verdicht de wortels wijd

en krom een uitgelezen boom

van goed te wezen ouderdom

© A. Koorde 2000


15.

Vallen

 

Ex-vrouw

 

°Oudenaarde 31/5/1960

 

zelfs aan de scheur

hangt nog jouw geur

de deur waardoor je stapte

blijft steeds dicht bij mij

een helft voor elk

niet zeker welke

de mijne dan wel is

 

trauma na drama voor

hervatting elke keer

weer vaarbaar

zo breng ik veel

mijn dagen door

op je jaagpad

naast nu leven

© A. Koorde 2000


16.

Niet eens

 

Fran

 

zie Johan Daisne

 

en plots de kou

van jou vergeten weg en ik nog hier wat doe ik nu dan wel

een andere lijn

ook zonder hoop op zinnig

de stille trein die ver over de einder

een pluimspoor achterlaat

de repen van de stof waaruit ik scheurde

wat gebeurde is niet beschreven

even en het was

en nu de kou

de plotse

onverwachte kou

waar ben je

heb ik je wel gezien

vlugger dan de flits

dichter dan de rits

waarin ik graaide

mijn nagels brak

jij fluistersprak

het bloeden was te stelpen

jij bereid te helpen

waarom nu toch

heb ik je ooit

© A. Koorde 2000


17.

Tweestrijd

 

Heikki L.

 

°Helsinki 24/3/1951

 

“onverdiende uitwinst”

 

de nazomer zindert hier breeduit

onecht haar streling klinkt ons vast

zo vlak in niet getrouwe warme dagen

 

wormzalig strekt weer mijn gebeente uit

bijna genietend van de late last

een winterjas nog niet gedragen

 

hoe huppelt weer het domme kalf

ten overspelig naar de nieuwe dag

zijn lust te leven nu hij mag

en dat is veel voor half om half

 

met het vertrekken van de vrienden

bekoelt de slaap mijn genstergloeien

verwelkt mijn roes met vensterbloeien

de strijders worden oudgedienden

© A. Koorde 2000


18.

Onvermijdelijk

 

Herman Brusselmans

 

°Ingarö (S) 12/7/1996, +ergens onderweg nergens heen op een niet bepaald ogenblik

 

ex cathedra, dramatisch moment :

bij een stapje in de regen

kom je slappe slipjes tegen

op het voetpad laconiek

overjas door spetterplas

van geitenwol en glasplastiek

soms in het gras vergeten

door paniek te weten

wie haar gluurder was

de plas voorbij

ik zucht verlucht

en voel me vrij

 

is dit waar mijn schat

dan kom ik

klaar met mijn eerste ræpje

grapje van het hoogste trapje

dat ik net versier

uit puur plezier

hou ik je voor

het beschaamde lapje

konijnenhapje, rozijnensapje

wat later dan

de Herreman

ik slipper in zijn zog

genoeg

mijn kroeg

‘t is morgen vroeg

het geld is op

stop nu maar het sop

je mag al sluiten

ik wil gaan spuiten

graffiti op

je deur en vuile ruiten

zotte wietie

nergens heen te gaan

niets verstaan

op straat

gaan staan vergaan

van goesting naar

een droge korst

na al die dorst

geen vette worst

of bitterballen

stop met lallen

niveau mijn vriend

is niet gediend

van schuine praat

ziezo

cursief gesprek zowat

het haar er af

de drank te straf en nog een glas en nog één en nog

spreek met 2 woorden als het gaat

niet uit je nek

wat anders dan 3 letters

van al die ketters pui ste spe tte rss

excuseer, ik doe het weer

niet meer mijnheer

Derare Kwiet Jan Houtekiet

en van je hip hop en hippedehop

rep ik mij naar de top

in radioland

ben ik plezant endraaier

maar op papier een dooie pierewaaier

 

aan de wasdraad hangen slipjes

‘s morgens droog al weer

als stipjez onderglorie

uit te strekken in de blauwe lucht

(verdorie) goed verlucht vergeten aan te trekken

geen strip zo hip geteased

of hop van top naar flop

gesqueezed

de clip was een tractatie

en concentratie tot de stip

die dient als stop

voor maniakken

in frustratie

hun ogen dringen dieper door

en zwichten voor een sluier

zo lichten zij een tip

van deez en gene luier

in één wip

kan ik teksten tikken

en nog beloven

ongaaf genot

voor zij die slikken

tot het slot

 

met trots gedragen

tot plots

de drang verdringt

wat eerzaam dwingt

het elastiekje springt

het heupje swingt zich vrij

en wij zo blij

als een kip uit haar batter ei

© A. Koorde 2000


19.

Onwrikbaar

 

Het laatste Begijntje

 

°Hamme 10/3/1891, +Dendermonde 20/11/1975

 

naden lossen

zonder scheur of

kant te klossen

niet eens

gebrand te raden

wat de kleur van

haar bestemming

dan wel is

éénstemmig woordloos

belemmingt mij de einder

waarachter gewis

voldrachtig de zalig

pracht van éénvoud

simpel singel

getingel na getang

verdrinkend in verlang

het pad terug te weten

waarover woeker zich ontfermt

gehinkel is geen erger nis

langs de omweg lang

nu de heg gedicht is

© A. Koorde 2000


20.

Zwanenzang

 

Hubert Lampo

 

°Antwerpen 1/9/1920

 

ik kan niet schrijven

over zwanen

hun halzen reiken weg

van mij

hun vlucht vergaat

en dooft zich uit

in witte wolken wijd

mij schuwt elkeen te broos

en breekt bij ‘t raken schier

dit vel van schuurpapier

hier beschrijf ik

zwanen niet

wier trouw al gauw

een sprookje wordt

mijn tranen veel te kort

om vijvers mee

te vullen

 

het krullen van mijn pen

verkent goedschalks de drift

gegrift in ‘t watervlak

waaruit hun kennis stak

 

ik zie ze nu

bang en lijdend

snokkend aan de lucht

om los te komen

te laat hun weg

van hier

waar rattenklemmen scherp

en stroef mijn meesterschap

begrenzen

de hougreep als een voorproef

op de verzenbusselbaan

waarin ze net zo grief

àpéritussendégusstief

bij de Beaujolais staan

© A. Koorde 2000


21.

Kustram

 

Isabelle A

 

°Gent 25/5/1975

 

wie spoort mijn late leven in

wie bolt nog vlugger mij voorbij

is dit een onverwacht begin

steeds verder af terwijl ik rij

 

haar kus kwam inderhaast

gegeven in de vlucht net niet

uit de bocht geraasd

voor hij de mond verliet

 

ik zag en ving haar

gewelfd ontloken uit de droom

van lippenroos tot bloedensklaar

ontvangen maagdenschroom

 

zij leek dertien en ik drie maal

niet meer niet minder

konden wij in deze taal

verzoenen zonder hinder

© A. Koorde 2000


22.

Beeldenstorm

 

Jan Hoet

 

°Leuven 23/6/1936

 

ik doe aldus een stap opzij

het zicht zo mateloos beperkt

wachtend in de galerij

verglijden wij onopgemerkt

 

de beelden vormen vragen

onthande woorden lopen vrij

hun lede maten dragen gaten

stenen dames praten mij

 

ik hoor hun stemmen stoeien

fluks geflirt flegmatisch flair

onder kapselhaksels ogen bloeien

parfumpig wenkt hun zwoele air

 

dan dringt mij op de zachte spot

groepsfotografisch spring ik uit

verstijfd verwacht mijn harde lot

kwijlend bij de rijke buit

© A. Koorde 2000


23.

Brongebruis

 

Jef Geeraerts

 

°Antwerpen 23/2/1930

 

als een spoor van spaarzaam

uitgesponnen ademtocht

wegend op deez dan gene voet

sneeuwgesnuffel uitgeduffeld

in mijn wikkelvacht te saam

kom ik de eindeloze nacht vergeten

 

berkenbast niet langer zoet

het zoeken minder dan het vinden

uit smaakgestolen bessensap

vloeit de drang naar bijenzang

nog voller dan vervuld

gesmolten weg geduld

 

hier plant ik klaar mijn eigen geur

vaandelkleur hult elke boom

mijn bos en paden zien nu recht

oerse wet brult hun bescherming

opperprachtig staat mijn overwicht

en struis in vergezicht al even drachtig

 

de schroom van koude dagen

bekruipt mij slechts bij regenvlagen

wervelend schudt zich af terzij

kerend op de plaats een slagveld

de druppels langs mijn zomerharen

voor wie de oude jagers waren

© A. Koorde 2000


24.

Zelfbeklad

 

Joachim Stiller

 

zie Hubert Lampo

 

op de deur van het gemak

plakken kreten naast de kak

ik scheur me wel een blaadje minder

dan hebt u van mijn last

geen hinder

© A. Koorde 2000


25.

Beestig deugd

 

Johan S.

 

°Helmond 26/10/1956

 

Kasteel Diepensteyn

 

uit het sluimerende stille leven

schuimend gras en bomen zonder kraag

ploffen voelbaar plots op Diepensteyn

ferme paardenpoten naar de Plas

 

lichtgemaande lijven keilen kloten

zware aarde achteloos de hemel in

gracieus massief gebronsd graniet

onritmisch dravend in ’t gareel de ochtend

nevel drijvend door hun groene dreef

verleden

 

hijgend happen zachtbezwete neuzen

gulzig slokken briesende lucht

om als een dansfantoon in damp

het spoor van graaggedaan labeur

in mijn gezichtsveld diep te ploegen

 

bruingoed bitter de blonde geur

van rijpend bier en verse vijgen

goudmoedig nijgen blikken warm

tussen heer en Breughelvrouwen

langs de teugels los

van laveloos vertrouwen

© A. Koorde 2000


26.

Dichterbij

 

Jotie T'Hooft

 

°Oudenaarde 9/5/1956, +Brugge 6/10/1977

 

(hoofdstuiter)

Jotie Jotie

blanke bikkelaar

ik heb je goed ontkend

één hoorn en overvol

geaard lig jij

nu leeg

te dromen

 

sonnet zo net

de herinnering op zicht

van lang té lang

een nacht waarna de dag

vergat te komen

 

misschien had je gelijk

de tijd kan het niet klaren

wellicht kan ik dit beter

rijk beleven

dat wij even naren

 

(bijspuiter)

op rijm belijmd

voor meester Marcel

nu ook i.m.


27.

m.z.w.

 

Juany M.

 

°Caceres (ES) 9/4/1966

 

ze heeft zo’n mooie borsten

maar dat betekent niets

er zijn veel diepe zuchten

in haar heuvels op de fiets

 

de weg is hol

ook zo is die van mij

dat komt door ’t lange wijken

van het midden naar opzij

 

kan ik nu soms uit

stappen

beter toch niet naar de kust

stilstaande voor herkeuze

kauwt de koe een reuze rust

© A. Koorde 2000


28.

Salto mortale

 

Julia

 

°Romeo, ++Romeo

 

zo klein zo klein

het lichtpunt

in de pijn

 

zo groot zo groot

de liefde

voor de dood

 

ik val dan zacht

als de dag

in jouw nacht

en brekend in pracht

ontsnapt mij een lach

je wacht

© A. Koorde 2000


29.

Gevallen engel

 

Lena H.

 

°Stockholm 19/3/1959

 

er is blauw en blauw

hoog de lucht en heel veel water

ze drinken uit elkanders mond

 

alleen die witte wolken

drijven droog een stoet kamelen

het verre over in het rond

 

waar duikt die wind zo plots van op

het was zo rustig nog daareven

hoor dan toch hoe vals herkenbaar

papyrus ruist zelfs onbeschreven

 

dan weet ik ook niet langer

of doelloos zeilen node moet

dobberend dromen en eens mogen

zeeën ebben na de vloed

© A. Koorde 2000


30.

Nuggets

 

Lieftallige jouzelf

 

°Laat het me weten v.h.t.l.is

 

jouw ogen

hebben je bedrogen

in het licht

van dit gedicht

jouw verdriet

het was er niet

geweest

je leest het goed

de groet komt na

het afscheid

de tijd van spijt

legt nieuwe leugen

lang loopt een breuklijn

diep en onherstelbaar

bruggen branden vreugdevol

dromen drogen uit

hangen hol te rillen

in het kille kind

groeien weg en op

zon overbloeit zich na de top

verwelkt verdort ververt

het hart verschiet

een lied geen stem

steun zoekt leuning

vindt ze niet

en spoelt in zee

mij met je mee

© A. Koorde 2000


31.

Uitzinnig

 

Louis Couperus

 

°´s-Gravenhage 10/6/1863, +Rheden 16/07/1923

 

Moedig

waarom leven wij

voor spoedig even

in een lange stille rij

geen start of

staart

waarde waarop

gerekend

vertekend en vergeeld

de eelt van iemand

anders droom

uitzichtloos gericht

vervolgen als voorheen

de platte steen blijft

en rustig

malen is zijn lot

verzakend aan de tijd

die haperhangt

tot erger is weer om

tergend traag gestaag

en nog een laag voort

geleden zonder reden

zonder vraag

alleen een antwoord

Daarom

© A. Koorde 2000


32.

Speling

 

Lucebert

 

°Amsterdam 15/09/1924, +Alkmaar 10/5/1994

 

zo moe dit alles dubbel

doen en denken

half alhier dan ander daar

klaar maar nog niet droog

 

ik schilder waar ik loog

met blauw hommage

schetsen weg en puntig

cloon naast recyclage

 

niet langer lijken woorden

stuurs en bakken boorden dra

vloekenvloed in overmoedig

kaderloos ei zo broedig na

 

met stuim ompluimig

ontnieuw opdekt

pers ik plette letters vol

betekenbol en klankenkrol

 

bijbeltergend groen gegorgel

geen retour per trein der spijten

verbeeldenstormend en luidspeels

was ik vergeelde krijttapijten

© A. Koorde 2000


33.

Zijsprong

 

Malle Babbe

 

zie Rob de Nijs

 

het op en neer meneer

voor u alles

en weer als u dat wil

zolang u blijft betalen

lust u meer

van dit ik ben uw hit

en heet als u

beveelt mijn zinnen

plat van drukken

vang ik uw nukken

in mijn schoot gevoelloos

voor het dode zaad

dat u mij laat

kom ik haat u

net nog niet

mijn kille borst zij drijft

uw blik en handen

als graaft uw grief

zich dieper in mijn schande

tesamen met uw neus

trok u mijn rokken op

hoevelen hebben dit

gezien en uitgescholden

u hoeft het niet te weten

uw komen is mijn halen

uitgeteld bijna vergeten

als elke man in dadennood

die zich al ooit

in mij verschoot

© A. Koorde 2000


34.

Koudvuur

 

Metro-maitresse

 

°irrelevant en toch gelogen

 

hete teef

jij felle del

ik ken je wel

dartel met je dijgespartel

hunkerend naar de kneep

die ik je niet geven wil

zelfs niet in

die heetgegrillde billen

spannend onder

een versgegoten jurk

vrij wildogenspelend

volkronkellippend ontkurk je

mijn ongekende smaak

over je opgefokte borsten

worsteldronken hijgend naar je

platgespeelde buik toe

smachteloos kijk ik

naar buiten

 

blonde snol

een wulps wijf als jij

is slechts bevallig

van op de kleine afstand

die ik angstvallig

handhaaf

en dat als steeds

tot lekker na

de uitstap

© A. Koorde 2000


35.

A.V.E. voor altijd

 

Mijn Pa

 

°Oudenaarde 1/1/1933, +Ronse 8/2/2000

 

zonder mij en onze brokken

veel beter naar het schijnt

zo is mijn Pa vertrokken

naar het allerkortste eind

 

geen woord of laatste ogenband

de tranenlopen bleven droog

geen opgeheven twijfelhand

net voor de blinde bocht omhoog

 

nu ik eindelijk zo doodgraag wil

mijn kleine reus begroeten

vind ik enkel stil gesloten

zijn kringloop aan mijn voeten

© A. Koorde 2000


36.

Onbegrip

 

Moeder

 

°Eine 19/5/1934

 

onder dik respijt van blaren

dwijnt een zomer vol van kwijt

geurig rot en kleurig

bruine nerven verven lijnen

weg en kwijnen

pijn en rust

 

bomentros zo dromen los

gelaten staan te starig takken taal

verhaal verdicht

ontluistering schept licht

tochtig scherpt

de lucht de weetlust

tijd en kaal

 

de open plek verleegt

ademt niets en kilte

in onvermijdelijke stilte

weegt het zwijgen lijdelijk af

reeds korten al mijn dagen

met het lengen van mijn vragen

© A. Koorde 2000


37.

Hoopje

 

“Molle Mie”

 

+Brussel Zuid 2/2/2000

 

nacht is donker

en wat dan nog

stil daar komt iets

dat wel al weg is weer

verveling lang en wachten

op niets of alles

eigenlijk om het even

en licht kan doven

geluid gevaar zijn

de leugen waar

last te zwaar

uitgedaagd een lege

lijn waarachter

schijn van hoop

leek telkens

ik kan het nog

herdenken

doch doe het niet

opnieuw het wachten

de nacht nog even donker

straks komt de honger

en gaat voorbij

drinken geeft geen zin

heeft begin en mist

een zinnig einde

pijn nee die niet

meer gezien de laatste tijd

kalm creperen

dat kan je leren

ik heb het koud

maar dan oud zijn

schrikt het vuur af

één wens is moeilijk

op te geven

weggaan in de nacht

zacht ingesneeuwd

onder een grote volle maan

© A. Koorde 2000


38.

Vakantieherinnering

 

Moustache de Bedousse

 

°Orange (F) 17/8/1943

 

storend dwarrelt stof de stralen door

de open deur betreedt de stilte

waar niemand gaat

waar niemand komt

en toch verwacht wordt

de dikke muren dragen plakwerk

van weleer

hun ramen nodigen niet in

en ademen ook niet uit

namen spelen reeds geen rol

hun dagen liggen leeg

de steeg van twee vervallen huizen

zonbeschonken in hun schaduw

alle stof heeft onkleur van dit land

en ruikt naar tijd

en steeds

hier leven wezens weggedoken

hun beweging ver van vriendelijk

het zwarte zoekt het grijze en het grauwe

in het niet meer jonge

zinkt hier diep het stijven van het ouwe

woorden waren niet

harde ogen droog en geur van look en geit

de stenen bergen schorpioenen

als de avond komt

niet valt

heeft niets het wachten zin gegeven

de hitte keert zich

de keel schraapt bij het kleppen van een klok

tijdrovend knarst nog steeds de krekel

tot mijn dorgezwete lijf de rust vindt

en het denken wordt gesust

© A. Koorde 2000


39.

Alomtegenwoordig

 

Muze

 

°af,+aan

 

ik heb een deur

gevoeld en wel

van dichterbij dan goed voor mij

de geur van gluurtjes

door het sleutelgat

en tochtkiertjes toegestopt

voor elk bedoelje dat

 

het slot

ah

wat moest ik

zeggen

stevig vast

gehouden met

de hengsels

beheerst in roest

het laatste oliesel

vergaan al net

als in een vorig leven

 

doch onderdoor

zo helemaal beneden

daar raakte even onbereikbaar

voor de echo stappensklaar

het wezenloze licht

van je uitgeblazen kaars

de goudgespoorde achterkant

van mijn weggedraaide laars

© A. Koorde 2000


40.

Troebel

 

Paul Jambers

 

°Antwerpen 15/08/1945

 

door een traan

werd de hemel druk bekeken

en voor de val wist deze al

de tijd is vlug verstreken

 

hij had veel licht

gezien in volle pracht

de oude trekken

dooldoof liever in de nacht

 

bedichtte aan de wereld

uit een vuilniszak lukraak gekozen

overvolle lege dozen

ingelegde kruisjes

opgebiechte hinderpuistjes

kinderlijk gebedsgebod

verkilde handgemenen tot

het zegenen der kathedraal

van eigenmondig lege flessen

de les van niet te lessen

dorst naar bloed

en laatste avondmaal

de vloek in lege offerschaal

barsten in de beker

hoop op redding half onzeker

geboet en spijt maar geen vergeving

zo gesmaakt ver weg beleving

tot onverwacht een scheur

de walg braakt met de geur

© A. Koorde 2000


41.

Verwondering

 

Paul Van Ostaijen

 

°Antwerpen 22/2/1896, +Anthée 18/3/1928

 

het gaat er

aan kapot

wat stond is

gevallen en kan niet meer

opnieuw rechtop

gezet

zo is de wet

hard

vochtig en enkel op

recht aangewezen

 

hij is wel

verweesd

een wees die eens

 

was maar nu

een paraplu

op zijn kop

regen drop

doorheen gegaan ver

staan antwoorden

dat nat niet erg is

toch niet voor

een vis

op het droge

© A. Koorde 2000


42.

Flexus aetatis

 

Pieter-Jan De Smet

 

°Gent 1968

 

my stream too wild for ships

wrecklessly a raft adrift

is swallowed in

the sense van deze zin

 

ik heb een kussen

opgevuld met maf

kikkers groter dan mijn vuist

als ik sla aapwandelen ga

in het bed vol knikkers

 

ik heb ook schoenen

platgelopen wereldrond

in tegengestelde richting

weliswaar

doch steeds present

als afgesproken

zo bij de evenaar

 

wie denkt dat alles is bekend

heeft niet mild geluisterd

naar het ketsen

van mijn stuiter

tegen onraad en palaver

zo krijg ik daver

maar slaat u tilt

© A. Koorde 2000


43.

Hopsasa

 

Pippi Langkous

 

zie Astrid Lindgren

 

de zon gaat onder hier

en ik kom boven water

wat later dan verwacht

maar zachter ook

dan was van wol

en boordevol zo ben ik

dol en dwars en hout en hars

en kleef je aan en ruk me los

het bos het roept me bij je weg

geluk het lacht me toe

en zie en hoe ik kissen moet

mijn hoed heeft zelfs geen thuis

de ruis van wind en zijig

zachte blaren streelt mij

dieper in de haren

dan je kus

je vrijig volle kus

die ik niet eens

gevraagd heb

je waagt jezelf het wouder in

de koude spin weeft langzaam

maar ik ik spring en dartel

jou vergeten net alsof je gister was

en ik je las in spiegels

van een vijver

drijf er weg mee

in de armen van je treurtronk

geur schonk ik jou

en anders niets

klimop beklimt je laatste blos

de roes van even

en leven vol van krijgen

geven en dan zwijgen

© A. Koorde 2000


44.

Spanning

 

Rope de Dopeman

 

+Bronckx 12/7/1998

 

toemaatje

zeven zinnen voor je zorgen

de morgen alweer nacht

de pracht van overdrachtig

zakjes poeierkans

te laven te leven

even een eigen doodlopend

straatje laat je

zelf los ten dans

waarin en waaruit

de laatste vooruit

verbrijzeld ontgijzel je

zuuropgespaarde baalbalans

waarachter alweer

een andere muur

dichtgemetselde ramen

de veer overspannen

de haan overkraaid

de wekker zonder zijn bel

hell veel te duur

waar steek ik mijn stekker

nu lelijk toch lekker

kan zijn en spanning

trillend mijn vel

haast doet springen

de lont in de mond

het is niet gezond

maar indien in paniek

dan doe ik de dingen

voor mijn eigen behoud

door het woud van de benen

de hakken als naalden

van dolgeslagen naaimachines

maaiend naar mijn slapen

op het natte trottoir

vandaar de korte sprint

naar de goot

het schaamloze schroot

de laatste deal

instead of a meal

 

elk in zijn hol een wachtende

mol slachtende

wormenslikker

en ik dik van gedachten

als de sticker geplet

aan de zool van mijn schoen

het wachten vergaan

uit verlangen te doen

sirenen zingen in rap

de pep van de pop

de hoop van de hop

man dan kan jan

dit ook

en beter

dan veters omarmend strikken

af te kicken

je lijf leeg te slikken

zelf te herschikken

en te schudden

van het lachen

wat valt er nu

de kraai is cru

de haai is nu

zo dicht gekomen

geen tijd om te dromen

rijm rijm voor en achter

de woordenkrachter

weer te keer

evenzeer

veel meer te leren

dan breed uit te smeren

wat weer witgekalkte graven

leeg op rot na zijn gebleken

me laven aan het leven

vergeven van venijn

het doel van gevoel

als de grijns van een smoel

die ik niet luchten kan

vluchten dan

en vlijend dieper glijend

zijend langs de zijlijn

de pijnschijn rakelings

zo roekeloos

brekend in een

koekendoos vol

vloekenloos de pen

gepunt op mezelf

gemunt gericht

en geschoten

geraakt, gekraakt en leeggemaakt

met wapperende deur

voor de jakhals achtergelaten

een spoor als een slag

donder bij klaarlichte dag

de nacht lokt het spook

ranzige reuk snijdt hier de rook

in bloedende flarden

van hart

verscheurende echo’s

in de ijlende stad

tussen de rest van het vuil

schuilt een rat een schamel pogen

de kat ontkent elk mededogen

dus dicht gaat de lus

en zeven wordt zes plus

een negertje minder of meer

om het leger van hinder geen zeer

veel later weer een sirene

de ene nog hater dan anders

geen helrode plas

op mijn smerige jas

slechts één nieuwe vlek

na deze vergeten verzending

eeuwig op weg zonder wending

© A. Koorde 2000


45.

2bornot2b

 

Sarah H.

 

°Londen

 

het is kwart voor elf precies

dat zegt dit stomme uurwerk

ze praat met mij

in korte rukken

van één-en-twintig

vertelt niets méér

dan elke keer

weer één-en-twintig

langzaam niets

zo kom ik niet vooruit

ik blijf vanzelf ter stond

heb nooit plaats gehad

het uur wordt nooit

een dag of half

een kwartje op zijn kant

wat komt eraan

blijft op een zuchtje staan

verstuift tot pulver

en waait zo zonder meer

een keertje om te kijken

aan mijn wachten

vlug voorbij

 

het is kwart na elf

zeg nu zelf

is dit een half uur

al geleden

lijden is niet meer

wat het vroeger was

toen was het anders

ja toen was ja

hoe was het toen

alvast lijkt het beter

dan nu geworden

ik kan me niet zoveel

van vroeger meer

herinneren

behalve dan die ene

eeuwige kwart voor elf

toen alles ging gebeuren

© A. Koorde 2000


46.

Valkuil

 

Suzanna R.

 

°Wenen 24/9/1966

 

duifje dwaas

denk toch niet aan mij

geen veertje van je tortelkleedje

ontsnapt mijn poterig geplukker

een moesje plet ik van je kopje

de oogjes druppen traantjes dood

een half dozijntje van jouw maatje

heb ik al als braakbal uitgespuwd

nog voor je frêle pootjes

of je vleugeltjes zo kaal en kreupel

de avondwarme lucht beroeren

hup hup hup

sla ik toe als baseballclub

dan zal je hartjes laatste klopje slaan

en komt de vuilkar door de straat gerocheld

duifje dwaas

sleep je staartje niet voorbij

© A. Koorde 2000


47.

Doodsangst

 

Vincent !

 

°Zundert 30/3/1853, +Auvrers 29/7/1890

 

de zonnebloemen zijn verdwenen

uit het leefveld weggeroofd

ze stormden neer als drieste stenen

sloegen kronen in mijn hoofd

 

geen pastelkleuren binnenskaders

of lijnen om te troosten

gehoor vliegt ginds te luisteren

het daget nooit meer in mijn Oosten

 

zo zij dan geen verzet

de dag was kort maar wel heel fel

de nacht loert wonderbaarlijk goed

begrijpend uit de hel

© A. Koorde 2000


48.

Vliegen

 

Vrouw

 

°Oulu (Fin) 4/1/1969

 

zij stapt door geur

bestemd niets achterhalend

beslist in onvertaalbaar temmen

zacht graaien geeft iets weg

haar aaien gist de lust

de rust van storm en strijd

het klotsen van de tijd

als strand aan zee ontlandt

 

met beide warmen raakt

haar ziel mijn achiel

de wees was en schreed

zijn leed voorbij aan zij

met op de kop de knop

van bloei en blij

zij stapt door geur

befleurd niets achterhatend

© A. Koorde 2000


49.

Eringetuind

 

Wim Sonneveld

 

°Utrecht 28/6/1917, +Amsterdam 9/3/1974

 

langs het schuinpad van mijn vader

dwaal ik af in dieper dan mezelf

jaren vóór mij liggen achter

pieken rijzen als ik delf

© A. Koorde 2000


50.

Gevlucht

 

Yi Z.

 

°geen flauw idee

 

het wolkje speelt

en lang de weg die windt

van daar naar ginds nog verder

gezegend vaar je kind

 

zwaardig wuift de wimpel

de rimpeloze plas verdelend

in een helft vooruit

en achter al vergelend

 

ik staar je na

als ik ook ga

blijft dubbel leeg zo hier

onze foto op de pier

© A. Koorde 2000