.
Tenwoonstelling
(Friederichsreich) Hundertwasser
°Wenen 15/12/1928, +Pacific 19/2/2000
in druk gewekt
te veel gewikkeld
en aldus te zwaar
bewogen
intro spectakel
zelf orakel
in true spectief
een lege brief
het hele spectrum
losse woorden
nooit akkoorden
edel wijs in gas gevat
zo het brandglas op het plein
gekletterd
in de sprint
uiteengespetterd
door dit prisma regen
buigt mijn schisma
moedig overig
eens terug
Kunstjes
A.Koorde
°Gent 14/6/1960
langs de lijnen
staren de zwijnen
hun parels uitgeteld
in het veld van de eer
als knorrige stronken
robuust maar verdronken
in modder als moeder
zo varken zo broeder
vergeten veel meer dan verwacht
al tien keer en beter gedaan
nu lacht slechts het smachten nog zelf
op afval om trots op te staan
Bluegrass
°Gent 2/2/1920, +22/9/2003
‘t gevoel te heersen
over waters van de wereld
je Gents accent danst goed geweten
in een lange stoet natuur
tussen kipjes voor de picnic
gevangen langs de pechstrook
draven hekjes vol met spanning
rond elke malse weide
waar koeien her staan kauwen
over zwaluwtrekjes bij de mens
dan vindt een plek ons beide
jouw bloes mijn blonde zakdoek
ik wil een borst en jij een bil
twee ouwe vrijers wurmen weer
door hun goesting naar de dorst
wel ja je zekerheden vinden ons
al in het volgend weekendveld
lonkt de eerste blommezoen
onder stapels moddersproetjes
naar onvoorspelde tegenwolken
Soif de vivre
°Oostende 21/5/1949
I write à l’Arnaise
my spirit in
my wording out
let’s sit on this punaise
half a song
& half a shout
the Flemish cub à l’anglaise
we build one up
they tear all down
it feels so fine to see a clown
but they won’t know there is no choice
than to stammer through the strives
of half a man with half a voice
who lives his fifty lives
on stage I dazzle speed & light
though lazy black is all that’s me
it leaves you in the doubt of night
to hear the last that is still free
Walging
Barby Domingo
°Manilla 14/6/1979, +elke dag opnieuw
ik kruip mijn aanschijn uit de modder
voor haat die wonden slaat
want straks begin je weer
van vooraf aan
of wordt het achterwerk
je zuipt en kwijlt en ijlt je lust
je handen beven na een wijle rust
en moeten weer gaan knijpen
je bazooka zal dra rijpen
niet in te tomen zijn
ik zal voor schijn genieten
als je mijn tieten blauw verpietst
de tepels bloedenstoe afkauwt
met ruige tong en tanden
mijn keel en kin je zinnen zwellen
de weerzin dieper douwt
in heel mijn tenger lichaam
laat voeling los en lijdt gelaten
armen kennen enkel knellen
benen slaan de mijne
nog verder uit elkaar
kleren flarden waar
ze gister pas hersteld zijn
vloekig wringt je harde hand
zich in mijn droge vouw
de vrouw in mij sterft
nogmaals duizend doden
de kots komt plots
vanuit een ware walging
ik slik hem in
en slaak een lauwe kreet
je stoot je brullend in mijn reet
ik scheur dan maar een beetje meer
mijn bloeden maakt je dronken
het rammen wordt al bonken
zo gaat het ergste over
de pijn die brandt is fijn
want dan ben je tevree
ten langen leste komt je rochel
dan val ik zelf terstond
de schaamte met me mee
tranen wellen beter
verborgen in de grond
Vogelschrik
°Boom 8/9/1949
kriebelende
woordenkronkel
waarop hoopje
zingemonkel
mij te leiden
bijdehandigheid
ten voeten uit
los bandigheid
verweer ik mij
zo laat de waarde
mij ontbindend liggen
in de aarde
verlost een greep
slechts halve draai
zo vliegt hij weer
de schrale kraai
Hieronimust
°Bij Batavia (Suriname) 20/5/1944
vlieg en fladder floep en fluiten
de zomer zoemt zich in de ruit
rijen rag en fijnlavendellint
koolwitjes blozen alle tinten
rijm de rom slaat naast de trom
ritme paart doorheen de buurt
ik scheur me wel een krentbrieftaart
en schreef dat je me nooit verstuurt
Blessé oblige
°Parijs 28/9/1934
de zeehondenkolonie schuift
bevolkt de duizend mijl van huis
honderd thuizen handloos uitgewuifd
in half de zee
het kwart van hond te drogen
zelf geheel eenzamig en nog laatst
voor twaalf een dozijn
bewaart mijn glans de schijn
ik kijk niet langer in hun ogen
waarin te diep mijn zelf weerkaatst
Literatureluur
°Aarschot 1947
poëzie is lesbisch
of voor mannen zoals ik
echte vrouwen dromen dadig
zonder woorden voor de kick
Vuurtoren
Camilla H.
°Ronneby (S) 30/6/1972
de aard was bij
en zo zij
het bessen van haar takken
der vogelen uit mijn nest
mijn zakken naar het water
dat weldra wadden werd
geluid draagt diep
en hapert zacht de nacht
na dag was lach
wij woelden wild
jouw lijnen werden ruiten
hoe heet dit draagt
geen naam van binnen
ons buiten van de zinnen
ruim de runen rijden
de prijs van proef
was graag
maar traag voor telkens weer
de laagste keer
de vleugels raakten
overgrondig
misten vaardig
vlucht onaardig
zo vloog met mij
de geur van mirre
het zicht van zee
en licht voor twee
Vluchtig talent
Claudine F., Stefanie V. en Josy A.
°Deinze 1/8/1970, °Houthalen 24/3/1972, °Kortrijk
9/5/1962
parelbel oorhostessen
taxfree maar enkel vrij op zicht
de welgebouwde
aan hen toevertrouwde
sirenen van de lucht
engelen van beider kunne
in exclusief ontwerp
om mij persoonlijk lekker
verwenning toe te stoppen
wil ik koffie met traktatie
bij de extra demonstratie
klas is bak
niets zo veilig
dan met hen
te crashen
na een aangename
vlucht
Ontpopt
°Chicago 3/12/1960
en ‘s zondags als ik wakker word
schijnt altijd fel de zon
dan speel ik in mijn kamerjas
met het roze poppenhuis
in de lege living
de stralen kaatsen het parket
dat net geboend als was
van gouden glas
en zoete cedergeuren
met licht dat vrolijk opspringt
tussen spleten van gordijnen
waarachter tuinen lui van liggen
opstaan in hun kleuren
wanneer ik ‘s zondag wakker word
verdwijnen alle zonden
Kruisvaart
°Klerksdorp (Z.A.) 7/10/1931
mun hoof es leeg
en weeg me zwaar en door
geen schrijf die blijf
te veel mun deel herboor
die woor onbreek
die lijf die steek van al die kant
en meer kanniknie meer
kvloei mij naar die zee
gedwee die klank te volg
drijf mun lome lijf
langs meanders uit
de scherpe rauwe bochten
eindeloze blauwe tochten
zonder doel niet anders dan
de aankomst uit te stellen
dikke druppels doen mij zwellen
gedachten aan het zweven als een bel
geplukt de vrijheid ingeblazen
weerspiegelend in kleurenglazen
als ik mijn dromen dan vertel
Beter zo
Erwin H.
°/+speaking terms
mijn buur en zijn gazon
kennen samen geen pardon
ik koester madelieven
waarop hij schuinzaam neerkijkt
om heining om de deining
van kruidig on en min
elk ver van stand gehouden
snoeizeker vóór ‘t begin
de buurvrouw maait met hem
of eenzaam aardig om
wille van de overzij zo blijkt
zaai ik bij velen trouw
opgeschoten reikt mijn droom
nauw verdicht de wortels wijd
en krom een uitgelezen boom
van goed te wezen ouderdom
Vallen
Ex-vrouw
°Oudenaarde 31/5/1960
zelfs aan de scheur
hangt nog jouw geur
de deur waardoor je stapte
blijft steeds dicht bij mij
een helft voor elk
niet zeker welke
de mijne dan wel is
trauma na drama voor
hervatting elke keer
weer vaarbaar
zo breng ik veel
mijn dagen door
op je jaagpad
naast nu leven
Niet eens
Fran
zie Johan
Daisne
en plots de kou
van jou vergeten weg en ik nog hier wat doe ik nu dan
wel
een andere lijn
ook zonder hoop op zinnig
de stille trein die ver over de einder
een pluimspoor achterlaat
de repen van de stof waaruit ik scheurde
wat gebeurde is niet beschreven
even en het was
en nu de kou
de plotse
onverwachte kou
waar ben je
heb ik je wel gezien
vlugger dan de flits
dichter dan de rits
waarin ik graaide
mijn nagels brak
jij fluistersprak
het bloeden was te stelpen
jij bereid te helpen
waarom nu toch
heb ik je ooit
Tweestrijd
Heikki L.
°Helsinki 24/3/1951
“onverdiende uitwinst”
de nazomer zindert hier breeduit
onecht haar streling klinkt ons vast
zo vlak in niet getrouwe warme dagen
wormzalig strekt weer mijn gebeente uit
bijna genietend van de late last
een winterjas nog niet gedragen
hoe huppelt weer het domme kalf
ten overspelig naar de nieuwe dag
zijn lust te leven nu hij mag
en dat is veel voor half om half
met het vertrekken van de vrienden
bekoelt de slaap mijn genstergloeien
verwelkt mijn roes met vensterbloeien
de strijders worden oudgedienden
Onvermijdelijk
°Ingarö (S) 12/7/1996, +ergens
onderweg nergens heen op een niet bepaald ogenblik
ex cathedra, dramatisch moment :
bij een stapje in de regen
kom je slappe slipjes tegen
op het voetpad laconiek
overjas door spetterplas
van geitenwol en glasplastiek
soms in het gras vergeten
door paniek te weten
wie haar gluurder was
de plas voorbij
ik zucht verlucht
en voel me vrij
is dit waar mijn schat
dan kom ik
klaar met mijn eerste ræpje
grapje van het hoogste trapje
dat ik net versier
uit puur plezier
hou ik je voor
het beschaamde lapje
konijnenhapje, rozijnensapje
wat later dan
de Herreman
ik slipper in zijn zog
genoeg
mijn kroeg
‘t is morgen vroeg
het geld is op
stop nu maar het sop
je mag al sluiten
ik wil gaan spuiten
graffiti op
je deur en vuile ruiten
zotte wietie
nergens heen te gaan
niets verstaan
op straat
gaan staan vergaan
van goesting naar
een droge korst
na al die dorst
geen vette worst
of bitterballen
stop met lallen
niveau mijn vriend
is niet gediend
van schuine praat
ziezo
cursief gesprek zowat
het haar er af
de drank te straf en nog een glas en nog één en nog
spreek met 2 woorden als het gaat
niet uit je nek
wat anders dan 3 letters
van al die ketters pui ste spe tte rss
excuseer, ik doe het weer
niet meer mijnheer
Derare Kwiet Jan Houtekiet
en van je hip hop en hippedehop
rep ik mij naar de top
in radioland
ben ik plezant endraaier
maar op papier een dooie pierewaaier
aan de wasdraad hangen slipjes
‘s morgens droog al weer
als stipjez onderglorie
uit te strekken in de blauwe lucht
(verdorie) goed verlucht vergeten aan te trekken
geen strip zo hip geteased
of hop van top naar flop
gesqueezed
de clip was een tractatie
en concentratie tot de stip
die dient als stop
voor maniakken
in frustratie
hun ogen dringen dieper door
en zwichten voor een sluier
zo lichten zij een tip
van deez en gene luier
in één wip
kan ik teksten tikken
en nog beloven
ongaaf genot
voor zij die slikken
tot het slot
met trots gedragen
tot plots
de drang verdringt
wat eerzaam dwingt
het elastiekje springt
het heupje swingt zich vrij
en wij zo blij
als een kip uit haar batter ei
Onwrikbaar
°Hamme 10/3/1891, +Dendermonde
20/11/1975
naden lossen
zonder scheur of
kant te klossen
niet eens
gebrand te raden
wat de kleur van
haar bestemming
dan wel is
éénstemmig woordloos
belemmingt mij de einder
waarachter gewis
voldrachtig de zalig
pracht van éénvoud
simpel singel
getingel na getang
verdrinkend in verlang
het pad terug te weten
waarover woeker zich ontfermt
gehinkel is geen erger nis
langs de omweg lang
nu de heg gedicht is
Zwanenzang
°Antwerpen 1/9/1920
ik kan niet schrijven
over zwanen
hun halzen reiken weg
van mij
hun vlucht vergaat
en dooft zich uit
in witte wolken wijd
mij schuwt elkeen te broos
en breekt bij ‘t raken schier
dit vel van schuurpapier
hier beschrijf ik
zwanen niet
wier trouw al gauw
een sprookje wordt
mijn tranen veel te kort
om vijvers mee
te vullen
het krullen van mijn pen
verkent goedschalks de drift
gegrift in ‘t watervlak
waaruit hun kennis stak
ik zie ze nu
bang en lijdend
snokkend aan de lucht
om los te komen
te laat hun weg
van hier
waar rattenklemmen scherp
en stroef mijn meesterschap
begrenzen
de hougreep als een voorproef
op de verzenbusselbaan
waarin ze net zo grief
àpéritussendégusstief
bij de Beaujolais staan
Kustram
°Gent 25/5/1975
wie spoort mijn late leven in
wie bolt nog vlugger mij voorbij
is dit een onverwacht begin
steeds verder af terwijl ik rij
haar kus kwam inderhaast
gegeven in de vlucht net niet
uit de bocht geraasd
voor hij de mond verliet
ik zag en ving haar
gewelfd ontloken uit de droom
van lippenroos tot bloedensklaar
ontvangen maagdenschroom
zij leek dertien en ik drie maal
niet meer niet minder
konden wij in deze taal
verzoenen zonder hinder
Beeldenstorm
°Leuven 23/6/1936
ik doe aldus een stap opzij
het zicht zo mateloos beperkt
wachtend in de galerij
verglijden wij onopgemerkt
de beelden vormen vragen
onthande woorden lopen vrij
hun lede maten dragen gaten
stenen dames praten mij
ik hoor hun stemmen stoeien
fluks geflirt flegmatisch flair
onder kapselhaksels ogen bloeien
parfumpig wenkt hun zwoele air
dan dringt mij op de zachte spot
groepsfotografisch spring ik uit
verstijfd verwacht mijn harde lot
kwijlend bij de rijke buit
Brongebruis
°Antwerpen 23/2/1930
als een spoor van spaarzaam
uitgesponnen ademtocht
wegend op deez dan gene voet
sneeuwgesnuffel uitgeduffeld
in mijn wikkelvacht te saam
kom ik de eindeloze nacht vergeten
berkenbast niet langer zoet
het zoeken minder dan het vinden
uit smaakgestolen bessensap
vloeit de drang naar bijenzang
nog voller dan vervuld
gesmolten weg geduld
hier plant ik klaar mijn eigen geur
vaandelkleur hult elke boom
mijn bos en paden zien nu recht
oerse wet brult hun bescherming
opperprachtig staat mijn overwicht
en struis in vergezicht al even drachtig
de schroom van koude dagen
bekruipt mij slechts bij regenvlagen
wervelend schudt zich af terzij
kerend op de plaats een slagveld
de druppels langs mijn zomerharen
voor wie de oude jagers waren
Zelfbeklad
zie Hubert Lampo
op de deur van het gemak
plakken kreten naast de kak
ik scheur me wel een blaadje minder
dan hebt u van mijn last
geen hinder
Beestig deugd
Johan S.
°Helmond 26/10/1956
uit het sluimerende stille leven
schuimend gras en bomen zonder kraag
ploffen voelbaar plots op Diepensteyn
ferme paardenpoten naar de Plas
lichtgemaande lijven keilen kloten
zware aarde achteloos de hemel in
gracieus massief gebronsd graniet
onritmisch dravend in ’t gareel de ochtend
nevel drijvend door hun groene dreef
verleden
hijgend happen zachtbezwete neuzen
gulzig slokken briesende lucht
om als een dansfantoon in damp
het spoor van graaggedaan labeur
in mijn gezichtsveld diep te ploegen
bruingoed bitter de blonde geur
van rijpend bier en verse vijgen
goudmoedig nijgen blikken warm
tussen heer en Breughelvrouwen
langs de teugels los
van laveloos vertrouwen
Dichterbij
°Oudenaarde 9/5/1956, +Brugge
6/10/1977
(hoofdstuiter)
Jotie Jotie
blanke bikkelaar
ik heb je goed ontkend
één hoorn en overvol
geaard lig jij
nu leeg
te dromen
sonnet zo net
de herinnering op zicht
van lang té lang
een nacht waarna de dag
vergat te komen
misschien had je gelijk
de tijd kan het niet klaren
wellicht kan ik dit beter
rijk beleven
dat wij even naren
(bijspuiter)
op rijm belijmd
voor meester Marcel
nu ook i.m.
m.z.w.
Juany M.
°Caceres (ES) 9/4/1966
ze heeft zo’n mooie borsten
maar dat betekent niets
er zijn veel diepe zuchten
in haar heuvels op de fiets
de weg is hol
ook zo is die van mij
dat komt door ’t lange wijken
van het midden naar opzij
kan ik nu soms uit
stappen
beter toch niet naar de kust
stilstaande voor herkeuze
kauwt de koe een reuze rust
Salto mortale
°Romeo, ++Romeo
zo klein zo klein
het lichtpunt
in de pijn
zo groot zo groot
de liefde
voor de dood
ik val dan zacht
als de dag
in jouw nacht
en brekend in pracht
ontsnapt mij een lach
je wacht
Gevallen engel
Lena H.
°Stockholm 19/3/1959
er is blauw en blauw
hoog de lucht en heel veel water
ze drinken uit elkanders mond
alleen die witte wolken
drijven droog een stoet kamelen
het verre over in het rond
waar duikt die wind zo plots van op
het was zo rustig nog daareven
hoor dan toch hoe vals herkenbaar
papyrus ruist zelfs onbeschreven
dan weet ik ook niet langer
of doelloos zeilen node moet
dobberend dromen en eens mogen
zeeën ebben na de vloed
Nuggets
Lieftallige jouzelf
°Laat het me weten v.h.t.l.is
jouw ogen
hebben je bedrogen
in het licht
van dit gedicht
jouw verdriet
het was er niet
geweest
je leest het goed
de groet komt na
het afscheid
de tijd van spijt
legt nieuwe leugen
lang loopt een breuklijn
diep en onherstelbaar
bruggen branden vreugdevol
dromen drogen uit
hangen hol te rillen
in het kille kind
groeien weg en op
zon overbloeit zich na de top
verwelkt verdort ververt
het hart verschiet
een lied geen stem
steun zoekt leuning
vindt ze niet
en spoelt in zee
mij met je mee
Uitzinnig
°´s-Gravenhage 10/6/1863, +Rheden
16/07/1923
Moedig
waarom leven wij
voor spoedig even
in een lange stille rij
geen start of
staart
waarde waarop
gerekend
vertekend en vergeeld
de eelt van iemand
anders droom
uitzichtloos gericht
vervolgen als voorheen
de platte steen blijft
en rustig
malen is zijn lot
verzakend aan de tijd
die haperhangt
tot erger is weer om
tergend traag gestaag
en nog een laag voort
geleden zonder reden
zonder vraag
alleen een antwoord
Daarom
Speling
°Amsterdam 15/09/1924, +Alkmaar
10/5/1994
zo moe dit alles dubbel
doen en denken
half alhier dan ander daar
klaar maar nog niet droog
ik schilder waar ik loog
met blauw hommage
schetsen weg en puntig
cloon naast recyclage
niet langer lijken woorden
stuurs en bakken boorden dra
vloekenvloed in overmoedig
kaderloos ei zo broedig na
met stuim ompluimig
ontnieuw opdekt
pers ik plette letters vol
betekenbol en klankenkrol
bijbeltergend groen gegorgel
geen retour per trein der spijten
verbeeldenstormend en luidspeels
was ik vergeelde krijttapijten
Zijsprong
zie Rob de Nijs
het op en neer meneer
voor u alles
en weer als u dat wil
zolang u blijft betalen
lust u meer
van dit ik ben uw hit
en heet als u
beveelt mijn zinnen
plat van drukken
vang ik uw nukken
in mijn schoot gevoelloos
voor het dode zaad
dat u mij laat
kom ik haat u
net nog niet
mijn kille borst zij drijft
uw blik en handen
als graaft uw grief
zich dieper in mijn schande
tesamen met uw neus
trok u mijn rokken op
hoevelen hebben dit
gezien en uitgescholden
u hoeft het niet te weten
uw komen is mijn halen
uitgeteld bijna vergeten
als elke man in dadennood
die zich al ooit
in mij verschoot
Koudvuur
Metro-maitresse
°irrelevant en toch gelogen
hete teef
jij felle del
ik ken je wel
dartel met je dijgespartel
hunkerend naar de kneep
die ik je niet geven wil
zelfs niet in
die heetgegrillde billen
spannend onder
een versgegoten jurk
vrij wildogenspelend
volkronkellippend ontkurk je
mijn ongekende smaak
over je opgefokte borsten
worsteldronken hijgend naar je
platgespeelde buik toe
smachteloos kijk ik
naar buiten
blonde snol
een wulps wijf als jij
is slechts bevallig
van op de kleine afstand
die ik angstvallig
handhaaf
en dat als steeds
tot lekker na
de uitstap
A.V.E. voor altijd
Mijn Pa
°Oudenaarde 1/1/1933, +Ronse 8/2/2000
zonder mij en onze brokken
veel beter naar het schijnt
zo is mijn Pa vertrokken
naar het allerkortste eind
geen woord of laatste ogenband
de tranenlopen bleven droog
geen opgeheven twijfelhand
net voor de blinde bocht omhoog
nu ik eindelijk zo doodgraag wil
mijn kleine reus begroeten
vind ik enkel stil gesloten
zijn kringloop aan mijn voeten
Onbegrip
Moeder
°Eine 19/5/1934
onder dik respijt van blaren
dwijnt een zomer vol van kwijt
geurig rot en kleurig
bruine nerven verven lijnen
weg en kwijnen
pijn en rust
bomentros zo dromen los
gelaten staan te starig takken taal
verhaal verdicht
ontluistering schept licht
tochtig scherpt
de lucht de weetlust
tijd en kaal
de open plek verleegt
ademt niets en kilte
in onvermijdelijke stilte
weegt het zwijgen lijdelijk af
reeds korten al mijn dagen
met het lengen van mijn vragen
Hoopje
“Molle Mie”
+Brussel Zuid 2/2/2000
nacht is donker
en wat dan nog
stil daar komt iets
dat wel al weg is weer
verveling lang en wachten
op niets of alles
eigenlijk om het even
en licht kan doven
geluid gevaar zijn
de leugen waar
last te zwaar
uitgedaagd een lege
lijn waarachter
schijn van hoop
leek telkens
ik kan het nog
herdenken
doch doe het niet
opnieuw het wachten
de nacht nog even donker
straks komt de honger
en gaat voorbij
drinken geeft geen zin
heeft begin en mist
een zinnig einde
pijn nee die niet
meer gezien de laatste tijd
kalm creperen
dat kan je leren
ik heb het koud
maar dan oud zijn
schrikt het vuur af
één wens is moeilijk
op te geven
weggaan in de nacht
zacht ingesneeuwd
onder een grote volle maan
Vakantieherinnering
Moustache de Bedousse
°Orange (F) 17/8/1943
storend dwarrelt stof de stralen door
de open deur betreedt de stilte
waar niemand gaat
waar niemand komt
en toch verwacht wordt
de dikke muren dragen plakwerk
van weleer
hun ramen nodigen niet in
en ademen ook niet uit
namen spelen reeds geen rol
hun dagen liggen leeg
de steeg van twee vervallen huizen
zonbeschonken in hun schaduw
alle stof heeft onkleur van dit land
en ruikt naar tijd
en steeds
hier leven wezens weggedoken
hun beweging ver van vriendelijk
het zwarte zoekt het grijze en het grauwe
in het niet meer jonge
zinkt hier diep het stijven van het ouwe
woorden waren niet
harde ogen droog en geur van look en geit
de stenen bergen schorpioenen
als de avond komt
niet valt
heeft niets het wachten zin gegeven
de hitte keert zich
de keel schraapt bij het kleppen van een klok
tijdrovend knarst nog steeds de krekel
tot mijn dorgezwete lijf de rust vindt
en het denken wordt gesust
Alomtegenwoordig
Muze
°af,+aan
ik heb een deur
gevoeld en wel
van dichterbij dan goed voor mij
de geur van gluurtjes
door het sleutelgat
en tochtkiertjes toegestopt
voor elk bedoelje dat
het slot
ah
wat moest ik
zeggen
stevig vast
gehouden met
de hengsels
beheerst in roest
het laatste oliesel
vergaan al net
als in een vorig leven
doch onderdoor
zo helemaal beneden
daar raakte even onbereikbaar
voor de echo stappensklaar
het wezenloze licht
van je uitgeblazen kaars
de goudgespoorde achterkant
van mijn weggedraaide laars
Troebel
°Antwerpen 15/08/1945
door een traan
werd de hemel druk bekeken
en voor de val wist deze al
de tijd is vlug verstreken
hij had veel licht
gezien in volle pracht
de oude trekken
dooldoof liever in de nacht
bedichtte aan de wereld
uit een vuilniszak lukraak gekozen
overvolle lege dozen
ingelegde kruisjes
opgebiechte hinderpuistjes
kinderlijk gebedsgebod
verkilde handgemenen tot
het zegenen der kathedraal
van eigenmondig lege flessen
de les van niet te lessen
dorst naar bloed
en laatste avondmaal
de vloek in lege offerschaal
barsten in de beker
hoop op redding half onzeker
geboet en spijt maar geen vergeving
zo gesmaakt ver weg beleving
tot onverwacht een scheur
de walg braakt met de geur
Verwondering
°Antwerpen 22/2/1896, +Anthée
18/3/1928
het gaat er
aan kapot
wat stond is
gevallen en kan niet meer
opnieuw rechtop
gezet
zo is de wet
hard
vochtig en enkel op
recht aangewezen
hij is wel
verweesd
een wees die eens
was maar nu
een paraplu
op zijn kop
regen drop
doorheen gegaan ver
staan antwoorden
dat nat niet erg is
toch niet voor
een vis
op het droge
Flexus aetatis
°Gent 1968
my stream too wild for ships
wrecklessly a raft adrift
is swallowed in
the sense van deze zin
ik heb een kussen
opgevuld met maf
kikkers groter dan mijn vuist
als ik sla aapwandelen ga
in het bed vol knikkers
ik heb ook schoenen
platgelopen wereldrond
in tegengestelde richting
weliswaar
doch steeds present
als afgesproken
zo bij de evenaar
wie denkt dat alles is bekend
heeft niet mild geluisterd
naar het ketsen
van mijn stuiter
tegen onraad en palaver
zo krijg ik daver
maar slaat u tilt
Hopsasa
zie Astrid Lindgren
de zon gaat onder hier
en ik kom boven water
wat later dan verwacht
maar zachter ook
dan was van wol
en boordevol zo ben ik
dol en dwars en hout en hars
en kleef je aan en ruk me los
het bos het roept me bij je weg
geluk het lacht me toe
en zie en hoe ik kissen moet
mijn hoed heeft zelfs geen thuis
de ruis van wind en zijig
zachte blaren streelt mij
dieper in de haren
dan je kus
je vrijig volle kus
die ik niet eens
gevraagd heb
je waagt jezelf het wouder in
de koude spin weeft langzaam
maar ik ik spring en dartel
jou vergeten net alsof je gister was
en ik je las in spiegels
van een vijver
drijf er weg mee
in de armen van je treurtronk
geur schonk ik jou
en anders niets
klimop beklimt je laatste blos
de roes van even
en leven vol van krijgen
geven en dan zwijgen
Spanning
Rope de Dopeman
+Bronckx 12/7/1998
toemaatje
zeven zinnen voor je zorgen
de morgen alweer nacht
de pracht van overdrachtig
zakjes poeierkans
te laven te leven
even een eigen doodlopend
straatje laat je
zelf los ten dans
waarin en waaruit
de laatste vooruit
verbrijzeld ontgijzel je
zuuropgespaarde baalbalans
waarachter alweer
een andere muur
dichtgemetselde ramen
de veer overspannen
de haan overkraaid
de wekker zonder zijn bel
hell veel te duur
waar steek ik mijn stekker
nu lelijk toch lekker
kan zijn en spanning
trillend mijn vel
haast doet springen
de lont in de mond
het is niet gezond
maar indien in paniek
dan doe ik de dingen
voor mijn eigen behoud
door het woud van de benen
de hakken als naalden
van dolgeslagen naaimachines
maaiend naar mijn slapen
op het natte trottoir
vandaar de korte sprint
naar de goot
het schaamloze schroot
de laatste deal
instead of a meal
elk in zijn hol een wachtende
mol slachtende
wormenslikker
en ik dik van gedachten
als de sticker geplet
aan de zool van mijn schoen
het wachten vergaan
uit verlangen te doen
sirenen zingen in rap
de pep van de pop
de hoop van de hop
man dan kan jan
dit ook
en beter
dan veters omarmend strikken
af te kicken
je lijf leeg te slikken
zelf te herschikken
en te schudden
van het lachen
wat valt er nu
de kraai is cru
de haai is nu
zo dicht gekomen
geen tijd om te dromen
rijm rijm voor en achter
de woordenkrachter
weer te keer
evenzeer
veel meer te leren
dan breed uit te smeren
wat weer witgekalkte graven
leeg op rot na zijn gebleken
me laven aan het leven
vergeven van venijn
het doel van gevoel
als de grijns van een smoel
die ik niet luchten kan
vluchten dan
en vlijend dieper glijend
zijend langs de zijlijn
de pijnschijn rakelings
zo roekeloos
brekend in een
koekendoos vol
vloekenloos de pen
gepunt op mezelf
gemunt gericht
en geschoten
geraakt, gekraakt en leeggemaakt
met wapperende deur
voor de jakhals achtergelaten
een spoor als een slag
donder bij klaarlichte dag
de nacht lokt het spook
ranzige reuk snijdt hier de rook
in bloedende flarden
van hart
verscheurende echo’s
in de ijlende stad
tussen de rest van het vuil
schuilt een rat een schamel pogen
de kat ontkent elk mededogen
dus dicht gaat de lus
en zeven wordt zes plus
een negertje minder of meer
om het leger van hinder geen zeer
veel later weer een sirene
de ene nog hater dan anders
geen helrode plas
op mijn smerige jas
slechts één nieuwe vlek
na deze vergeten verzending
eeuwig op weg zonder wending
2bornot2b
Sarah H.
°Londen
het is kwart voor elf precies
dat zegt dit stomme uurwerk
ze praat met mij
in korte rukken
van één-en-twintig
vertelt niets méér
dan elke keer
weer één-en-twintig
langzaam niets
zo kom ik niet vooruit
ik blijf vanzelf ter stond
heb nooit plaats gehad
het uur wordt nooit
een dag of half
een kwartje op zijn kant
wat komt eraan
blijft op een zuchtje staan
verstuift tot pulver
en waait zo zonder meer
een keertje om te kijken
aan mijn wachten
vlug voorbij
het is kwart na elf
zeg nu zelf
is dit een half uur
al geleden
lijden is niet meer
wat het vroeger was
toen was het anders
ja toen was ja
hoe was het toen
alvast lijkt het beter
dan nu geworden
ik kan me niet zoveel
van vroeger meer
herinneren
behalve dan die ene
eeuwige kwart voor elf
toen alles ging gebeuren
Valkuil
Suzanna R.
°Wenen 24/9/1966
duifje dwaas
denk toch niet aan mij
geen veertje van je tortelkleedje
ontsnapt mijn poterig geplukker
een moesje plet ik van je kopje
de oogjes druppen traantjes dood
een half dozijntje van jouw maatje
heb ik al als braakbal uitgespuwd
nog voor je frêle pootjes
of je vleugeltjes zo kaal en kreupel
de avondwarme lucht beroeren
hup hup hup
sla ik toe als baseballclub
dan zal je hartjes laatste klopje slaan
en komt de vuilkar door de straat gerocheld
duifje dwaas
sleep je staartje niet voorbij
Doodsangst
°Zundert 30/3/1853, +Auvrers 29/7/1890
de zonnebloemen zijn verdwenen
uit het leefveld weggeroofd
ze stormden neer als drieste stenen
sloegen kronen in mijn hoofd
geen pastelkleuren binnenskaders
of lijnen om te troosten
gehoor vliegt ginds te luisteren
het daget nooit meer in mijn Oosten
zo zij dan geen verzet
de dag was kort maar wel heel fel
de nacht loert wonderbaarlijk goed
begrijpend uit de hel
Vliegen
Vrouw
°Oulu (Fin) 4/1/1969
zij stapt door geur
bestemd niets achterhalend
beslist in onvertaalbaar temmen
zacht graaien geeft iets weg
haar aaien gist de lust
de rust van storm en strijd
het klotsen van de tijd
als strand aan zee ontlandt
met beide warmen raakt
haar ziel mijn achiel
de wees was en schreed
zijn leed voorbij aan zij
met op de kop de knop
van bloei en blij
zij stapt door geur
befleurd niets achterhatend
Eringetuind
°Utrecht 28/6/1917, +Amsterdam
9/3/1974
langs het schuinpad van mijn vader
dwaal ik af in dieper dan mezelf
jaren vóór mij liggen achter
pieken rijzen als ik delf
Gevlucht
Yi Z.
°geen flauw idee
het wolkje speelt
en lang de weg die windt
van daar naar ginds nog verder
gezegend vaar je kind
zwaardig wuift de wimpel
de rimpeloze plas verdelend
in een helft vooruit
en achter al vergelend
ik staar je na
als ik ook ga
blijft dubbel leeg zo hier
onze foto op de pier