My SF books

some biographies

Ernest  Hill
Ernest Hill is in 1914 geboren in de buurt van Shakespeares geboorteplaats Stratford-upon-Avon. Zijn vader was boer. Toen Hill zestien was nam hij dienst in de luchtmacht. Na de tweede wereldoorlog bleef hij na zijn demobilisatie in Duitsland achter, waar hij een officiële funktie vervulde. Tegenwoordig werkt hij voor een uitgeverij in Londen, waar hij de reklame verzorgt. Gedurende de laatste zes jaar heeft hij vele korte essefverhalen geschreven en gepubliceerd, zowel in Amerika als in Engeland. Verder heeft hij enkele bekroningen gekregen voor zijn toneelwerk. Jammer van de Aarde is zijn eerste volledige roman, en eveneens in Engeland en de U.S.A. uitgebracht. Hill is getrouwd en woont in een antieke molen in het schilderachtige landschap van het Engelse graafschap Kent.

Brian W. Aldiss
Brian Aldiss was born in Norfolk in 1925. During the Second World War he served in the Britisch Army in the Far East. He began his professional career as a bookseller in Oxford and then went on to become Literary Editor of the Oxford Mail. For many years Brian Aldiss was a film reviewer and poet. Two outspoken and bestselling novels The Hand-Reared Boy(1970), A Soldier Erect brought his name to the atention of the general book-buying public, but in the science fiction world his reputation as an imaginative and innovative writer had long been established. Non-Stop, his first SF novel, was purblished in 1958, and among his many other books in this genre are Hothouse (published in 1962 and winner of the Hugo Award for the year's best novel), The Dark Light Years (1964), Greybeard (1964) and Report on Probability A (1968). In 1965, the title story of The Saliva Tree, written as a celebration of the centenary of H.G. Wells, won a Nebula Award. In 1968, Aldiss was a voted the United Kingdom's most popular SF writer by the British Science Fiction Association. And in 1970, he was voted 'World's Best Contemporary Science Fiction Author'. Brian Aldiss has also edited a number of anthologies, a picture book on fantasy illustration (Science Fiction Art(1975)) and has written a history of science fiction, Billion Year Spree (1973). The three volumes of the Helliconia trilogy,published to critical acclaim, are Helliconia Spring (1982) and Helliconia Summer (1983) and Helliconia Winter (1985).

Poul  Anderson
Poul Anderson is geboren in Pennsylvanië in 1926 en is van Skandinavische afkomt. Tot 1948 studeerde hij natuurkunde aan de University of Minnesota. Toen hij in deze richting geen werk naar zijn zin vond, begon hij te publiceren. Nu leeft hij uitsluitend van zijn schrijfmachine en woont hij met zijn vrouw en dochter in Californië. Behalve detectiveverhalen en historische romans schreef hij vooral SF. Inmiddels heeft hij reeds veel geproduceerd en ontving hijin 1961 de Hugo voor één van zijn verhalen. De SF van Anderson heeft vele gezichten maar is op zijn best in díe geschriften waarin hij uitgaat van de sociale en biologische gevolgen van technishe vooruitgang, bijvoorbeeld ruimtevaart en dergelijke. Vlaag van Verstand of Brainwave was zijn eerste roman, sindsdien zijn er al ongeveer vijftien verschenen.

Isaac  Asimov
portrait of
Isaac Asimov is in 1920 in Rusland geboren en emigreerde enkele jaren later met zijn ouders naar de Verenigde Staten. Hij ging in New York naar school en studeerde chemie aan de Columbia University. Naast science fiction (tot dusver een dertig titels, waarvan 17 romans) schrijft hij wetenschappelijk en vooral populair-wetenschappelijke boeken (circa 175 titels) en artikelen. Enkele van deze laatste boeken zijn in het Nederlands vertaald. Zijn eerste verhaal dateert uit 1938, zijn laatste roman verscheen in 1972 [?]. Wellicht zijn grootste bijdrage aan de sf is zijn uitvinding van het positronisch brein, bestemd voor robots die zich niet - zoals tot dan steevast gebeurde - als monsters van Frankenstein tegen hun scheppers en andere mensen keerden. Hiermee luidde Asimov het tijdperk van de tamme robot in. De grondslag van zijn 'robotica' wordt gevormd door de drie wetten, legendarisch geworden regels die hij in 1940 samen met John Campbell formuleerde. Ze worden ook door andere schrijvers gehanteerd. Isaac Asimov begon op achttienjarige leeftijd te schrijven. Hij leverde het ene verhaal na het andere in bij Campbell, de redacteur van Astounding Science Fiction, die alles afwees. Maar het is aan zijn stimulerende invloed, geduld en interesse te danken dat Asimov onverdroten doorging en uiteindelijk de beroemdste schrijver van science fiction werd. Vier maanden nadat Asimov met schrijven begon, verkocht hij voor het eerst een verhaal, en wel aan Amazing Stories. Het verscheen in januari 1939 en het heette 'Marrooned off Vesta'. Campbell weigerde acht verhalen voordat hij Trends accepteerde dat in juli 1939 in Astounding kwam. Asimovs tweede verhaal, The Callistan menace, werd in 1940 door Frederik Pohl gepubliceerd in zijn blad Astonishing Stories. De inkomsten van deze en andere verhalen speelden een beslissende rol voor Asimov: hiermee kon hij zijn studie voortzetten. Terugblikkend op zijn eerste drie jaar als schrijver wijst hij slechts drie verhalen als gedenkwaardig aan, namelijk de eerste drie van de al spoedig vermaard geworden robotserie. Het eerste hiervan (Robbie ) verscheen in 1940 bij Pohl in Super Science Stories . De volledige reeks werd later verzameld in twee boeken: I, robot (1950) en The rest of the robots (1964). Hij mondde ten slotte uit in twee romans, De stalen holen (1953) en De blote zon (1956). In 1941 toonde Campbell de jonge schrijver een citaat. Asimov schreef er een verhaal bij: Nightfall, dat tot op de dag van vandaag algemeen wordt aangemerkt als zijn beste verhaal. Hij promoveerde ermee tot de klasse der professionele schrijvers. Nightfall is tientallen malen herdrukt en vertaald. In Augustus 1941 ontstond tijdens een van de vele vruchtbare gesprekken met Campbell (die zich ontwikkelde tot de stuwende kracht achter de moderne sf door zijn stimulerende invloed op zijn schrijvers) het idee van de Foundation-verhalen. Het eerste verscheen in 1942, het laatste in 1949. Deze later als trilogie in boekvorm verschenen verhalen spelen in opeenvolgende tijdperken van een vervallend galactisch planetenrijk. Ze vormen het succesvolste werk van Asimov, die er in 1966 alsnog een Hugo Award voor kreeg. In zijn eerste schrijversjaren waren het vooral Campbell en Pohl die Asimovs werk afnamen. Van zijn eerste verhalen heeft hij er elf weggegooid nadat ze één of meer keer waren geweigerd, wat later veel fans zou verdrieten. Daarna verkocht hij alles wat hij schreef. In 1942 trouwde Asimov, brak zijn onderzoek voor zijn doctorstitel af en nam een baan aan bij de marine. De scheikundige onderzoekingen die hij hier verrichtte duurden tot eind 1945. Het schrijven schoot er aanvankelijk bij in, en het had niet veel gescheeld of de sf-wereld was verstoken gebleven van de boeiendste publikaties van zijn hand. Toen hij ten slotte weer begon, werd zijn nieuwste verhaal geaccepteerd door Unknown (ook onder redactie van John Campbell), waarin hij al jaren vergeefs trachtte door te dringen. Maar het blad ging ten onder als gevolg van de papierschaarste en het verhaal werd pasjaren later opgediept voor de vijfde bloemlezing uit Unknown, die in 196 verscheen. In 1944-1945 voltooide Asimov de eerste twee Foundationboeken. Nog steeds overlegde hij regelmatig met zijn mentor Campbell over de verhalen die hij wilde gaan schrijven. Het is ook aan Campbells overredingskracht te danken dat de trilogie ten slotte werd voltooid. Eind 1945 werd Asimov onder de wapenen geroepen. Elf maanden later was hij weer vrij en kon hij zijn onderzoek voortzetten. In 1948 promoveerde hij tot doctor in de chemie. Tot zover had hij nog geen enkel boek geschreven, en het idee om dat te doen kwam hem ook volslagen vreemd voor. Hij zag zich alleen als schrijver van verhalen. Maar in 1949 werd hij benaderd door uitgeverij Doubleday die een reeks gebonden sf-boeken wilde beginnen. Zo kwam het dat Asimov een eerder afgewezen verhaal herschreef en publiceerde als Pebble in the Sky (1950). In dat zelfde jaar verscheen zijn eerste verhalenbundel I, robot. In 1949 nam Asimov een baan als lector aan de medische faculteit van de Boston University aan omdat hij dacht als schrijver de kost niet te kunnen verdienen. Maar in de jaren vijftig kwamen er rissen nieuwe tijdschriften op de markt en zijn sf-werk werd beter betaald. In 1950 schreef hij zijn eerste wetenschappelijke leerboek over biochemie. Het werd het bein van een bijzonder lange en veelzijdige reeks non fiction die o.a. boeken over Shakespeare en de bijbel omvat. In 1958, toen bleek dat hij als schrijver meer verdiende dan als professor, concludeerde Asimov dat hij tóch schrijver was. Voortaan leefde hij vooral van zijn schrijfmachine. Tussen 1952 en 1958 schreef Asimov onder de naam Paul French zes sf-boeken voor kinderen. Hij trad ook als samensteller op, o.a. van The Hugo Winners, dat de prijswinnende verhalen vanaf de instelling van de Hugo Award bevat, en van Before the Golden Age, een overzicht van oude science fiction.Vrijwel al Asimovs verhalen zijn verzameld in bundels. Zelfs is hij goed te spreken over de bloemlezing Nightfall and other stories. Zijn vroegste werk verzamelde hij in 1972 in The Early Asimov, dat evenals Nightfall ruim voorzien is van biografische wetenswaardigheden. Na een langdurige periode van stilte op het sf-front verscheen in 1972 de voolopig laatste [?] roman van de meester: The Gods Themselves. Alle science fiction van Asimov is in het Nederlands vertaald of in voorbereiding.

J G Ballard
J.G. Ballard was born in Shanghai of English parents in 1930 and lived there until he was fifteen. During the war he was interned by the Japanese in a civilian prison camp. He was repatriated in 1946, and after leaving school read medicine at King's College, Cambridge. His first science fiction story was published in 1956. From the start he pioneered a new form of science fiction, and was the originator of the so-called 'New Wave' that challenged the American science fiction of the 1950s. He believes that science fictionis the authentic literature of the Twentieth Century.

Eddy C. Bertin
De Nederlandstalige Belg Eddy C. Bertin (1944) houdt zich vanaf zijn twintigste jaar bezig met science fiction, fantasy & horror; zijn afzetgebied vond hij in het begin uitsluitend in Engeland, waar zijn door hemzelf vertaalde verhalen o.m. verschenen zijn in uitstekende anthologieën als 'The 9th Pan Book of Horror Stories' (The Wispering Thing) en in John Carnell's 'New Writings in SF - 13' (The city, Dying). Bertin's Lovecraftiaanse verhaal 'De man die ogen verzamelde', opgenomen in 'Pulp 1', vormde voor de bruna sf-redactie aanleiding kennis te nemen van zijn overige werk. Een opmerkelijk aspect van Bertin's sf is een flinke dosis horror en erotiek, waarbij de seksuele aberraties van zijn Aardse hoofdpersonen met dezelfde onbevangehied tegemoet getreden worden als bepaalde buitenaardse gedragspatronen, die immers óok aan andere wetten gehoorzamen dan de onze, maar daarom nog niet a priori inferieur of verwerpelijk zijn. Weer een heel andere, zeer boeiende kant van zijn talent laat Bertin zien in bijv. 'De stad', waarin als een psychedelische trip de uitwerking wordt beschreven die psycho-bommen hebben op het menselijk brein...

Lloyd  Biggle Jr.
portrait of
Lloyd Biggle Jr. zal waarschijnlijk de enige science-fictionauteur zijn die een graad heeft in musicologie. Hij begon na de tweede Wereldoorlog te schrijven en publiceerde een aantal romans, o.a. 'The Fury out of Time' (De tijdcapsule P1298) en 'The Watchers of the Dark', en een groot aantal verhalen , waarvan er enkele staan in 'Science-fictionverhalen 5' (P 1208)

James  Blish
James Blish was born in 1921 and trained as a biologist at Rutgers and Columbia Universities, USA. He did some teaching and then spent two years, from 1942 to 1944, as a medical laboratory technician in the U.S. Army. Later he was appointed science editor for the Pfizer company, a large pharmaceutical and chemical firm with headquarters in New York. His first story was published in 1940 and of the 150 books and stories he has since written nearly half are science fiction. He has also written technical articles, Westerns,poetry, and criticism for 'the little magazines'. A Case of Conscience was first written in 1952 as a novella and was published in Best S-F (1955). In 1956 the author expanded it into a novel and more than doubled its length, and the full-length version was published by Penguin in 1965. James Blish, who latterly has been writing two science fiction novels a year, lives with his wife and three children in a small Pennsylvanian town on the Delaware River.

Ray  Bradbury
Ray Bradbury, one of the greatest writers of fantasy and horror fiction in the world today, was born at Waukegan, Illinois, USA and educated in American public schools. He married in 1947 and has four children. During the war years he had numerous short stories published ans some of these were included in the annual issues of Best American Short Stories and O. Henry Prize Stories in the years after the war. In 1953 he won the Benjamin Franklin Award for the best American magazine story. Among his most famous world-bestselling titles are The Martian Chronicles, (The Silver Locusts) (1950), and Fahrenheit 451 (1951). He has also published several plays, and has written the screenplays for Moby Dick, The Dreamers and The Rock Cried Out. Bradbury's stories have been translated into innumerable foreign languages and many of them have been adapted successfully for television and the cinema.

Though a specialist in space, Ray Bradbury's favorite form of transportation is the bicycle, and even when traveling across the country, he prefers the train to a plane. Born in Waukegan, Illinois, Mr. Bradbury's first short story was published in 1941. Since then he has written television and film scripts, plays and articles and hundreds of stories, winning wide critical acclaim for his work. Mr. Bradbury lives in Los Angeles, California, with his wife and four daughters.

Michael  Capobioanco
portrait of
Michael Capobioanco is a founding partner and CEO of Not-Polyoptics, a software company specializing in orphan computers. An amateur astronomer and eclipse chaser, he is a member of the International Occultation Timing Society. He is the coauthor of Iris, written with William Barton, and they are currently working on their next collaboration, Fellow Traveler.

Jack L Chalker
Jack L. Chalker was born in Norfolk, Virginia, in 1944. He joined the Washington Science Fiction Association in 1958 and began publishing an amateur SF journal, Mirage, in 1960. One of the most prolific and popular science fiction writers in the States, he still finds time for his own publishing house, the Mirage Press Ltd., which publishes non-fiction and bibliographic works on science fiction and fantasy.

Arthur C. Clarke
portrait of
Arthur C. Clarke, the son of a farmer, was born in Somerset in 1917. During the Second World War he became a specialist in radar, and afterwards studied at London University, taking a B.Sc. in Physics in 1948. From 1949 to 1951 he was Assistant Editor of Science Abstracts. He has written several serious works on space, but is best known for his science fiction, which is among the best of its kind. For a number of years he was Chairman of the British Interplanetary Society, and he was also a Fellow of the Royal Astronomical Society.

Arthur C. Clarke is the world-renowed author of such science fiction classics as 2001 : A space Odyssey, for which he shared an Oscar nomination with director Stanley Kubrick; and its popular sequel, 2010: Odyssey Two; the highly acclaimed The Songs of Distant Earth; the bestselling collection of original short stories, The Sentinel; and over two dozen other books of fiction and non-fiction. He received the Marconi International Fellowship in 1982. He resides in Sri Lanka where he holds the position of Chancellor of the University of Moratuwa, and where he continues to write and consult on issues of science, technology an the future.

Hal  Clement
Hal Clement is het pseudoniem van Harry Clement Stubbs. Hij is natuurkundeleraar in de Verenigde Staten. Kort na de oorlog begon hij essef verhalen te publiceren in de Amerikaanse magazines. Zij onderscheidden zich reeds door de methode: uit een zuiver wetenschappelijk gegeven ontwikkelt zich een spannend avontuur. Zijn eerste grote roman was Mission of Gravity, die zich afspeelde op een planeet met een vanaf de rand (!) toenemende zwaartekracht. Sindsdien behoort hij tot de meesters in dit specifieke essef-genre.

Philip K. Dick
portrait of
Philip K. Dick was born at Chicago in 1928 but he has lived most of his life in California, in Los Angeles and the Bay Area. His major interest besides writing is music -he once operated a classical record department and had a classical music programme on a San Mateo radio station. Of his own career he writes: 'Went to the University of California but never finished; too many people smoking and reading the Daily Cal to hear my instructors. Started reading s.f. when I was twelve; accidentally bought a copy of Stirring Science Stories instead of Popular Science. Never able to stop, once started. Became interested in literature... read Joyce, Kafka, Steinbeck, Proust, Dos Passos. Lived in one room (no kitchen) and wrote short stories. Married a girl I met at the record shop... bought a house and cat; began to sell s.f. and fantasy. Quit my job at the record shop; still listen to Monteverdi and Buxtehude but spend most of my time reading Ibsen and writing stories.'

Charles  Fontenay
Charles Louis Fontenay (March 17, 1917 – January 27, 2007) was an American journalist and science fiction writer. He wrote science fiction novels and short stories. His non-fiction includes the biography of prominent New Deal era politician Estes Kefauver. Fontenay served as editor of the Nashville Tennessean, among other newspapers, worked with the Associated Press and Gannett News Service. He retired to St. Petersburg, Florida where he continued to write science fiction until shortly before his death. He held a third-degree black belt in tae kwon do.

Wim  Gijsen
Wim Gijsen, geboren in Zwolle, 1933. Heeft ca. vijf jaar gewerkt als ceramist en beeldhouwer voordat hij zich volledig aan het schrijven ging wijden. Hij is een bijzonder veelzijdig auteur: o.m. gedichtenbundels, enige literaire romans, hoorspelen, een kinderboek, theater-en poëziekritieken.

Frank  Herbert
Frank Herbert, a West Coast newspaperman, has been writing science fiction for more than 20 years; his first novel, Dragon in the Sea, is still in print here and abroad. He has worked as a professional photographer, TV cameraman, oyster diver, and lay analyst. Mr. Herbert is married and lives in San Fransisco.

Robert  Holdstock
portrait of
Robert Holdstock is the author of such highly acclaimed works as the World Fantasy Award-winning Mythago Wood, the British Science Fiction Award-winning Lavondyss, and The Bone Forest. Raised near the marches and woods of Kent, he currently resides in London, but escapes to the woods whenever he can.

Fred  Hoyle
Fred Hoyle, F.R.S., well known as an astronomer, writer, broadcaster, and television personality, was born at Bingley, Yorkshire, in 1915 and educated at Bingley Grammer School and Emmanuael College, Cambridge. A Fellow of St John's College, Cambridge, he was a university lecturer in mathematics from 1945 to 1958, when he was appointed to his present post as Plumian Professor of Astronomy and Experimental Philosophy. Since 1956 he has been a staff member at the Mount Wilson and Palomar Observatories, where he is able to use the world's largest reflector telescopes. He is visiting Professor of Astrophysics at the California Institute of Technology, and Director of the Institute of Theoretical Astronomy, Cambridge. His other publications include The Nature of the Universe (1950; a Pelican), A Decade of Decision (1953), Frontiers of Astronomy (1956), Of Men and Galaxies (1965), and Man in the Universe (1966). His other novels are The Black Cloud (1957), Ossian's Ride (1959),and Fifth Planet (1963; with G. Hoyle). Fred Hoyle, who expresses himself at one and the same time with the precision of a scientitst and the bluntness of a Yorkshireman, has also published a play, Rockets in Ursa Major (1962), and is the joint author of A for Andromeda (1962).

Keith  Laumer
Keith Laumer heeft meer dan 40 boeken geschreven naast een heleboel korte verhalen. Hij werd in 1925 in New York geboren, diende tijdens de oorlog in Europa bij de infanterie, behaalde in 1949 een academische graad aan de Universiteit van Illinois en in 1952 een graad in de architectuur. Het jaar daarop werd hij vlieger bij de luchtmacht in de rang van 1e luitenant. Later werd hij in Rangoon gestationeerd. Hij begon na een succesvolle militaire carrière te schrijven. Laumer is niet alleen een geboren verteller, maar hij weet naast spanning en humor ook nog nieuwe ideeën in zijn sf-werk te introduceren.

Larry  Niven
Niven wordt alom erkend als een geruchtmaken propagandist voor de terugkeer van de Space Opera zoals die in de beginjaren van de SF werd beschreven. Door toevoeging van modernere elementen slaagt hij er regelmatig in werk af te leveren dat bij vriend en vijand bewondering afdwingt. Hij werd geboren als Laurence Van Cott Niven in 1938, Los Angeles en studeerde een poosje aan de universtiteiten van Washburn en Californië. Toen dit niet de verwachte vruchten afwierp, volgde hij een cursus handelscorrespondentie om zich het schrijversvak eigen te maken! In 1964 zag hij zijn moeite beloond toen hij zijn eerste verhaal The Coldest Place aan het tijdschrift If wist te verkopen. Sedertien ontving hij niet minder dan drie Hugo Awards. In 1967 voor Neutron Star, in 1971 voor Ringwereld en in 1972 voor Inconstant Moon.

Chad  Oliver
Chad Oliver was born in Cincinnati in 1928. He is currently chairman of the Department of Anthropology at the University of Texas at Austin. He published his first science fiction story in 1950 and has since written Mists of Dawn, Shadows in the Sun, The Winds of Time, and Unearthly Neighbours, all novels exploring his preoccupation with humanity's clash with alien cultures.

Jerry  Pournelle
Jerry Pournelle grew up in Memphis, Tenessee. Following a tour in the army during the Korean War he graduated from the University of Washington with a PhD in psychology and political science. During twelve years in the space programme he had a hand in the Mercury, Gemini and Apollo projects as well as various military systems. Since 1971 he has been a full-time author, lecturer and consultant. He is co-author of THE MOTE IN GOD'S EYE and LUCIFER'S HAMMER and author of THE MERCENARY and A STEP FURTHER OUT. For four years the science fiction editor of Galaxy magazine, henow writes columns for Destiny and Analog, is past president of the Science Fiction Writers of America and a retired Knight Marshall of the Society for Creative Anachronism. He lives with his wife anf four sons in Hollywood, California.

Paul  Preuss
Paul Preuss began his successful writing carreer after years of prducing documentary and television films. Since 1980 he has published five novels in addition to those in the Venus Prime series, most recently Starfire. His articles and reviews have appeared in the Washington Post, New York Times and San Jose Mercury News, and other newspapers, and he has written numerous science articles for national publications. He frequently works as a science consultant for film companies in the San Francisco Bay area, where he lives when he is not walking in the mountains of Crete.

Clifford D Simak
Clifford D. Simak is a newspaperman, only recently retired. Over the years he has written more than twenty-five books and has some two hundred short stories to his credit. In 1977 he received the Nebula Grand Master award of the Science Fiction Writers of America and has won sveral other awards for his writing. He was born and raised in southwestern Wisconsin, a land of wooded hills and deep ravines, and often uses this locale for his stories. A number of critics have cited him as the pastoralist of science fiction. Perhaps the best known of his work is City, which has become a science-fiction classic. He and his wife, Kay, have been happily married for more than fifty years. They have two children - a daughter, Shelley Ellen, a magazine editor, and Richard Scott, a chemical engineer.

Cordwainer  Smith
Cordwainer Smith' eerste essefverhaal werd gepubliceerd in 1928, het volgende in 1948; sinds 1955 schrijft hij iets regelmatiger. Hij houdt zich echter voornamelijk bezig met het schrijven en publiceren van wetenschappelijke werken, onder zijn eigen naam. Een daarvan wordt al dertig jaar lang herdrukt. Deze werken zijn in het Russisch, Spaans, Japans, chinees, Vietnamees en Duits vertaald. Smith is socioloog en heeft nog enkele andere academische graden op zijn naam staan, onder andere voor literatuur en psychiatrie. Een veelzijdig man dus, die zijn essef-aktiviteiten angstvallig gescheiden houdt van zijn professionele werkzaamheden. Momenteel doceert hij aan een universiteit in de omgeving van Washington, D.C.

A. E.  Van Vogt
Alfred E. Van Vogt werd op 26 april 1912 in Canada geboren. Zijn ouders waren Nederlanders, zijn vader was agent van de Holland-Amerika Lijn. Door de crisis verlor deze zijn functie, en Alfred kon niet verder studeren. Hij had allerleid baantjes en schreef intussen verhalen. Hoewel hij al sinds 1926 science fiction las, duurde het tot 1939 voor hij zich daar zelf aan waagde. Al gauw, in 1940, behoorde hij met één slag tot de groten toen zijn classic Slan verscheen. Telkens trok hijde aandacht met zijn episch-romantische avonturen. In 1945 leverde hij zijn grootste bijdrage door het begip Nul-A in de essef te introduceren.

Henri  Vernes
portrait of
Het volstaat de reeds magische naam van 'Bob Morane' te vernoemen om dadelijk te denken aan zijn geestelijke vader en schepper, Henri Vernes; een Belgisch auteur die een wereldreputatie geniet die meer dan benijdenswaardig is. Bob Morane kan men sedert vele jaren rekenen tot de lange rij mythologische helden uit het oude Europa. Hij is reeds meer dan 20 jaar actief op alle franten en heeft dus meer dan één generatie weten te boeien, voor zolang deze nog geloven kan in de fascinatie van een held die de voetsporen drukt van Don Quichotte, zonder daarbij het automatisme en de materialistische geest en houding van een super-geheim-agent - James Bond indachtig - te hebben aangenomen. Dat is nu eenmaal zijn betrachting en wel voor ons grootste genot, voor ons die hem zowat 20 jaar geleden ontdekten toen hij ergens verzeild geraakt was tijdens één van zijn wereldreizen in één of andere schuwe kroeg vol glurende tronies van bemoeizieke boeven... en Bob Morane reist nog steeds en raakt nog steeds verzeild in ongure steegjes die doodlopen omdat ze er de brui aan geven nog verder hun smerigheid te dragen... Na zovele jaren blijft Henri Vernes model staan voor het prototype van de suksesvolle schrijver die zonder complicaties een publiek weet aan te trekken. Maar voor de geboorte van Bob Morane beproefde Henri Vernes zijn geluk in diverse genres en bij verschillende uitgevers : politie( en detectiveverhalen, avonturen en jungleverhalen, science fiction verhalen; hij werkte o.a. voor diverse jeugdbladen (Tintin/Kuifje, Micky Magazine) en publiceerde aldus verschillende feuilletons in 'Heroïc-Albums', een uitstekende blad van Fernand Cheneval, dat overigens in zijn beide talen te Antwerpen gedrukt werd. In de Heroïc-Albums verscheen dus de science fiction roman 'Tienduizend jaar na het Atoom', lopende van het einde van de 9de jaargang tot het begin van de 10de jaargang (1953-54); een vreemde, angstaanjagende visie in de toekomst, een vlotte actieroman en een ongelooflijke diversiteit aan sf thema's, opgestapeld de één na de andere, tot een verbazingwekkende climax; gedenk wel dat dit een jeugdroman was in zijn conceptie en probeer dan in die zin deze vroege waarschuwingsroman te begrijpen die verscheen in een tijdperk dat de science fiction hier nog maar weinig in de pap te brokken had. Deze roman is nooit in boekvorm verschenen. We zijn dan ook zeer gelukkig om helm uit het vergeetboek te halen want hij loont allicht de moeite om gelezen te worden, zelfs nu 20 jaar na zijn eerste publicatie en te prijken in deze reeks bestemd om minder gekende werken van meesters uit de sf of fantastiek te 'herontdekken'. toen de roman in de HA liep was dit onder één der talrijke pseudoniemen die Henri Verndes toen gebruikte: deze liep onde de naam Jacaues Seyr voor de Franse versie en Jac Seyr voor de Nederlandse. We vroegen er aan toe dat de Bob Morane fans sedert enkele jaren ook hun held weervinden in uitstekende - meetal sf- stripverhalen getekend door de Belgische grootmeester William Vance. Beide auteurs zijn van plan omin die richting voort te gaan net zoals Henri Vernes zinnesn is om een nieuwe reeks - meer volwassen - sf romans te brengen naast de voortzetting - uiteraard - van zijn Bob Morane reeks. Ongetwijfeld blijft hij één van onze beste auteurs in het genre, één van de meest actieve vooral, die zijn taak van magiër met talent en ernst opneemt.

Kurt  Vonnegut
Kurt Vonnegut Jr., geboren in 1922, is een van Amerika's meest opvallende SF schrijvers. Hij springt eruit door zijn humor, cynisme en spottende opmerkingen, waarmee hij een geheel eigen, direkte stijl bouwt, enigzins absurd en gek, altijd boeiend, heel modern. Hij heeft biochemie, antropologie en werktuigkunde gestudeerd, en gebon na zijn studie free lance te schrijven. Zijn boeken worden in de USA konsekwent zonder het predikaat science fiction uitgegeven. Dat maakt ze aanvaardbaar voor niet essef-lezers, en Vonnegut bereikt dan ook telkens hoge plaatsen op diverse bestsellerlijsten. Hij is een van de mensen van wie het werk aantoont hoezeer de term science fiction sinds zijn ontstaan van betekenis is veranderd: de vlag dekt de lading niet meer. Vonnegut debuteerde in 1949 met korte verhalen in tijdschriften als Collier's en The Saturday Evening Post. Publiceerde zijn eerset boek, Player Piano, in 1952. Schreef verder Cat's Cradle, een ingenieus en ontwapenend werkje, The Sirens of Titan, Mother Night en diverse verhalen. Voorjaar 1969 verscheen Slaughterhouse Five, waarmee hij zijn roemvolle opmars voortzet: hoewel hij niet voor de massa schrijft is elk boek van hem een succes. Hij heeft ook een aantal toneelstukken op zijn naam staan. Vonnegut woont met zijn vrouw en zes kinderen in een oud huis op Cape Cod.

H. G.  Wells
H.G. Wells was born in Bromley, Kent in 1866. Graduating from London University in 1888, he taught science for a short while until beginning a career as a journalist and novelist. At first, in books like The Time Machine, The Invisible Man, The War of the Worlds, The First Men in the Moon and In the Days of the Comet, he explored the fantastic and the marvellous, creating much of the groundwork for what we now understand as science-fiction. Many of Well's stories from this perios have subsequently been made into films. Early in the twentieth century he adopted a more realistic, socially-conscious approach and produced Love and Mr Lewisham, Kipps, Tono-Bungay, The History of Mr Polly and The New Machiavelli. After the First World War he concentrated increasingly on expounding his social, political and historical theories in both fiction and non-fiction, although such books failed to capture the popular imagination as his earlier work had done. He died in 1946.

Leonard  Wibberley
portrait of
Leonard Wibberly is een geboren Ier. Mensen die daar gevoel voor hebben, merken dat terstond aan de praktische fantasie van zijn verhalen. Voor de anderen zij vastgelegd dat hij in 1915 in Dublin geboren is. Op zijn Ierse kstschool heeft hij het oude Gaelic nog geleerd, maar nu spreekt hij alleen nog maar Engels. Als journalist heeft hij voor allerhande Engelse kranten gewerkt, in West-Indië, New York en Californië, waar hij thans woont en waar hij zich ook in verschillende kwaliteiten met het filmbedrijf bezighoudt. Leonard Wibberly is een veelzijdig schrijver. Hij is de auteur van een aantal serieuze romans (o.a. The Hands of Cormac Joyce, The Island of the Angles, Stranger at Killnock), van jeugdboeken (Sea Captain from Salem, The Ballad of the Pilgrim), van biografieën en natuurbeschrijvingen en tenslotte van humoristische boeken zoals The Mouse that Roared, The Mouse on the Moon en feast of Freedom

Mike  Ashley