|
|
|
Soms staan wij eenzaam in de ochtend, zoekend naar de schaduw tussen rozen wij vinden dan anjers in het gras en een tuin vol klaterend zonlicht een zachte middagwind drijft dan op vleugels vol verbondenheid. In
blauwe avonden zijn wij vreemde vogels die
luisteren naar het roepen van een hart, voorbij
de grens van zoveel stilte heten
wij jou welkom vlechten
samen bloemen tot een krans, fietsen
door de zon, buitelen
in het water en
feesten vol uitbundigheid met
open mond en verbaasde ogen begroeten
wij weer jonge mensen, dit
samenzijn is als een sprankelende waterval van
klein geluk. Edith
Oeyen
|