Aansteken en regelen van een bunsenbrander

De bunsenbrander werd uitgevonden door professor Robert Wilhelm Bunsen (1811-1899) uit Heidelberg rond 1855. De uitvinding diende vooral om een stabiele warmtebron te hebben die hoge temperaturen kon opleveren zonder hierbij veel rook te ontwikkelen. Hetzelfde principe wordt gebruikt bij gasverwarmingstoestellen en gaslampen.

Hoe?
Zet steeds een veiligheidsbril op vooraleer met de bunsenbrander te werken. Zorg er ook voor dat er geen brandgevaar bestaat voor loshangende haren of kleren en dat er geen brandbare solventen in de buurt aanwezig zijn.

-

Controleer of de bunsenbrander correct is aangeloten op de gaskraan. Sluit de luchttoevoeropeningen volledig.
-
Steek eerst uw lucifer of aansteker aan en draai dan pas de gaskraan open. Hou de lucifer aan de zijkant van de gasuitlaat. Indien je de lucifer boven de gasstoom houdt, zal de luchtverplaatsing de lucifer doven. Indien uw lucifer dooft, draai dan onmiddellijk de gaskraan dicht.
-
Controleer de kleur van de vlam. Ga echter niet over de bunsenbrander hangen want in een sterk verlichte ruimte is de vlam niet altijd even gemakkelijk zichtbaar. De kleur van de vlam moet blauw zijn, niet geel.

Het vuur mag nooit van de ene brander naar de andere doorgegeven worden.

Als we werken met ether, benzeen, alcohol en sommige andere vloeistoffen die zelf of waarvan hun dampen brandbaar zijn, moeten alle bunsenbranders gedoofd worden.

Bekijk het filmpje: Een bunsenbrander aanzetten

Gebruik
De bunsenbrander wordt gebruikt om onder andere vloeistoffen op te warmen. Dit opwarmen dient hoofdzakelijk om een chemische reactie te initiëren en/of te versnellen, om het oplossen in de hand te werken en om componenten van een mengsel te verdampen (zoals bij distillatie).
Het recipiënt met de te verwarmen vloeistof moet zodanig opgesteld worden dat de bodem zich bevindt 5 cm boven de opening van de bunsenbrander. Onder de bodem van het recipiënt wordt steeds een draadnet geplaatst. Dit dient om de vlam te spreiden en om plaatselijke
oververhitting te verhinderen.
Indien men solventen opwarmt met een kookpunt lager dan 90°C, wordt steeds een waterbad gebruikt. In het practicum wordt hiervoor een metalen bad gebruikt, gevuld met leidingwater.

Indien de vlam geel gekleurd is, regel de luchttoevoer zodanig dat je een blauwe vlam bekomt. Als er voldoende zuurstoftoevoer is verbrandt het (methaan)gas met een hete blauwe vlam tot koolzuur en water(boven). Wanneer je de zuurstoftoevoer dichtdraait wordt de vlam oranjegeel en minder heet (links). De verbranding is dan onvolledig (gloeiende koolstofdeeltjes veroorzaken de geelrode kleur). Dit is de juiste wachtstand, want de vlam is zo beter zichtbaar. Wanneer je echter iets verwarmt ontstaat bij deze vlam roetafzetting.

-

Laat een bunsenbrander nooit brandend achter.
-
Verwarm nooit gesloten recipiënten. Thermometers zijn geen roerstaven. Ze mogen enkel gebruikt worden in het voorbestemde temperatuursgebied.
-
Wanneer je de bunsenbrander niet meer nodig hebt, zorg er dan voor dat de gaskraan volledig dichtgedraaid is.

zie ook: een reageerbuis verwarmen