Insectenordes
Start Omhoog Projecten Kalender Wantsen dagvlinders Links Focus@ Rapporten

 

 

Determinatiesleutel om de insectenorde te vinden.

Start bij vraag 1 en volg de verwijzingen tot de soort gedetermineerd is.

De rode cijfers tussen haakjes ( 2de kolom ) verwijzen naar de vorige vraag. Dit stelt je in staat bij een foutieve determinatie om op je stappen terug te keren en alzo misschien tot een goed antwoord te komen.

De onderlijnde latijnse namen geven een verbinding met een volgende determinatielijst. Bij sommige engelstalige determinatietabellen is het nodig een gratis hulpprogramma ( intkey ) te moeten downloaden.

1   Het insect heeft vleugels.

 

Ga naar vraag 2  
    Het insect is vleugelloos of heeft slecht ontwikkelde vleugels. Ga naar vraag 29  
     

 

 

   
2 (1) één paar vleugels.

 

Ga naar vraag 3  
    Twee paar vleugels.

 

Ga naar vraag 7  
         
3 (2) Sprinkhaan-achtig lichaam met verlengde achterpoten en met een pronotum ( bovendeel van thorax = borststuk ) dat aan de achterrand wat uitsteekt over het achterlijf.

 

Orthoptera Krekels en sprinkhanen
    Het insect ziet er anders uit.

 

Ga naar vraag 4  
         
4 (3) Het achterlijf heeft staartjes.

 

Ga naar vraag 5  
    Het achterlijf heeft geen staartjes .

 

Ga naar vraag 6  
         
5 (4) Het insect is kleiner dan 5 mm en heeft relatief lange antennes.(veel langer dan de kop) De vleugel heeft enkel één vertakte ader.

 

Homoptera Schildluizen
    Het insect is groter met korte antennes en heeft veel aderen in de vleugels en tevens heeft het insect lange staarten.Het insect zet de vleugels in rust vertikaal.

 

Ephemeroptera Haften of ééndagsvliegen
         
6 (4) Voorvleugels zijn vervangen door haltertjes. Achtervleugels zijn groot en waaiervormig.

 

Strepsiptera Waaiervleugeligen
    Achtervleugels zijn vervangen door haltertjes. (kunnen verborgen zijn)

 

Diptera vliegen en muggen
         
7 (2) Voorvleugels zijn hard en minstens gedeeltelijk hoorn- of leerachtig.

 

Ga naar vraag 8  
    Alle vleugels zijn vliezig.

 

Ga naar vraag 13  
         
8 (7) De voorvleugels zijn hoornachtig, met uitzondering van een vliezig uiteinde.Deze insecten bezitten een steek-zuigsnuit.

 

Hemiptera Wantsen, cicaden en bladluizen
    Voorvleugels volledig bestaand uit hetzelfde weefselstructuur.

 

Ga naar vraag 9  
         
9 (8) Voorvleugels hard en zonder aderen en ze komen tesamen in het midden.

 

Ga naar vraag 10  
    De voorvleugels doorspekt met vele aderen. Ze overlappen minstens een weinig of worden in rust daksgewijs boven het achterlijf gehouden.

 

Ga naar vraag 11  
         
10 (9) Het achterlijf eindigt in een soort tangvorm. De voorvleugels ( elytra ) zijn altijd kort en vierkant en laten het grootste deel van het achterlijf onbedekt.

 

Dermaptera Oorwormen
    Het achterlijf heeft geen tangvormig uiteinde en de voorvleugels bedekken meestal gans het achterlijf.

 

Coleoptera Kevers
         
11 (9) Voorvleugels meestal doorschijnend en meestal niet veel steviger dan achtervleugels.Het diertje houdt zijn vleugels dakvormig boven achterlijf in rust. Insect met een steeksnuit, die tevens een zuigsnuit is.

 

Hemiptera Cicaden en bladluizen
    Insect met kauwende monddelen. De cerci (staartjes ) zijn meestal aanwezig.

 

Ga naar vraag 12  
         
12 (11) Achterpoten zijn uiterst geschikt om te springen. Vleugels in rust dicht tegen achterlijf gevouwen.

 

Orthoptera Krekels en sprinkhanen
    Alle poten zijn lang en stekelig. Het is een snel lopend diertje. Het pronotum bedekt bijna helemaal de kop.

 

Dictyoptera Kakkerlakken en bidsprinkhanen
    Zeer grote voorpoten voorzien van stekels. Het insect heeft een lange hals en een zeer beweeglijke kop.

 

Dictyoptera Bidsprinkhaan
         
13 (7) Klein insect bedekt met een wit poeder.

 

Ga naar vraag 14  
    Ander soort insect.

 

Ga naar vraag 15  
         
14 (13) De vleugels worden in rusthouding vlak gehouden. De monddelen zijn uitgerust om te steken en te zuigen.

 

Hemiptera Witte vliegen en schildluizen
    De vleugels worden in rust daksgewijs over het achterlijf gehouden en het diertje heeft bijtende monddelen.

 

Neuroptera Netvleugeligen (familie:Coniopterygidae)
         
15 (13) Klein, tenger insect met smalle, randbehaarde vleugels.De vleugels worden meestal dicht bij het lichaam gehouden. Wordt dikwijls in bloemen aangetroffen.

 

Thysanoptera Tripsen (onweersbeestje)
    Ander soort insect.

 

Ga naar vraag 16  
         
16 (15) De kop naar beneden verlengd in een snuit. Vleugels meestal gevlekt en ongeveer gelijk.

 

Mecoptera Schorpioenvliegen
    Geen zo'n snuit aanwezig.

 

Ga naar vraag 17  
         
17 (16) De vleugels zijn min of meer geschubt. Roltong meestal aanwezig.

 

Lepidoptera Vlinders
    De vleugels zijn meestal transparent, alhoewel mogelijks harig.

 

Ga naar vraag 18  
         
18 (17) De vleugels tonen een netwerk van aders met eveneens veel dwarsaders.

 

Ga naar vraag 19  
    Relatief weinig dwarsaders in de vleugels.

 

Ga naar vraag 23  
         
19 (18) Achterlijf met lange achterlijfaanhangsels. (cerci )

 

Ga naar vraag 20  
    Korte of totaal ontbrekende achterlijfaanhangsels. ( cerci )

 

Ga naar vraag 21  
         
20 (19) Voorvleugels veel groter dan de achtervleugels. De vleugels worden in rust verticaal over het achterlijf geplaatst. Er zijn 2 of 3 achterlijfaanhangsels ( cerci ) aanwezig.

 

Ephemeroptera Haften of ééndagsvliegen
    De voor- en achtervleugel ongeveer van dezelfde grootte of de achtervleugel is groter dan de voorvleugel. In rust worden de vleugels dicht bij het lijf gehouden. 2 korte achterlijfaanhangsels.

 

Plecoptera Steenvliegen
         
21 (19) Zeer korte antennes. Het lijf is minstens 25 mm lang.

 

Odonata Libellen en waterjuffers
    Antennes zijn langer. Ze zijn minstens groter dan de breedte van de kop.

 

Ga naar vraag 22  
         
22 (21) De tarsi ( klauwen ) bestaan uit 3 geledingen.

 

Plecoptera Steenvliegen
    De tarsi ( klauwen ) bestaan uit 5 geledingen.

 

Neuroptera Gaasvliegen, elzevliegen of kameelhalsvliegen
         
23 (18) Vleugels duidelijk behaard.

 

Ga naar vraag 24  
    Vleugels niet duidelijk behaard.

 

Ga naar vraag 25  
         
24 (23) Alle vleugels zijn min of meer identiek. Het eerste segment van de voorste klauw ( tarsi ) is opgezwollen.

 

Embioptera webspinners
    Achtervleugels breder dan de voorvleugels. Het eerste segment van de voorste klauw ( tarsi ) is niet opgezwollen. Antenne in rust naar voren gericht.

 

Trichoptera Schietmotten of kokerjuffers
         
25 (23) Klauwtjes ( tarsi ) met 4 of 5 segmenten.

 

Ga naar vraag 26  
    Klauwtjes ( tarsi ) met 1 tot 3 segmenten.

 

Ga naar vraag 27  
         
26 (25) Alle vleugels identiek en tevens zeer dun en met weinig aders.Het diertje komt in zwermen voor.

 

Isoptera Termieten
    Achtervleugels veel kleiner dan voorvleugels.

 

Hymenoptera Vliesvleugelen
         
27 (25) Achtervleugels identiek of groter dan voorvleugels. Achterlijf met achterlijfaanhangsels. ( cerci )

 

Plecoptera Steenvliegen
    Achtervleugels kleiner dan voorvleugels. Geen achterlijfaanhangsels. ( cerci )

 

Ga naar vraag 28  
         
28 (27) Zeer klein insect met minstens 12 segmenten in de antenne.

 

Psocoptera Stofluizen
    Nooit meer dan 10 segmenten in de antenne. Insect heeft eveneens een steek-zuigsnuit.

 

Hemiptera Cicaden en bladluizen
         
29 (1) Insect met slank, takvormig lichaam.

 

Phasmida Wandelende takken
    Insect heeft andere lichaamsvorm.

 

Ga naar vraag 30  
         
30 (29) Insect met sprinkhaan-vormig lichaam en met lange achterpoten om te springen.

 

Orthoptera Krekels en sprinkhanen
    Insect met een andere lichaamsvorm.

 

Ga naar vraag 31  
         
31 (30) Klein insect met een zacht lichaam. Het leeft op planten, maar dikwijls onder een beschermend schild of schaal.

 

Hemiptera Wantsen, cicaden en bladluizen
    Ander soort insect.

 

Ga naar vraag 32  
         
32 (31) Zeer minuscuul insect dat in de bodem leeft. Het is kleiner dan 2 mm en heeft geen antenne.

 

Protura Bodeminsect zonder ogen
    Ander soort insect.

 

Ga naar vraag 33  
         
33 (32) Insect met cerci of ander achterlijfaanhangsel.

 

Ga naar vraag 34  
    Insect met andere aanhangsels.

 

Ga naar vraag 41  
         
34 (33) Achterlijfaanhangsels lang en opvallend.

 

Ga naar vraag 35  
    Achterlijfaanhangsels zijn kort of verborgen onder het achterlijf.

 

Ga naar vraag 38  
         
35 (34) De achterlijfaanhangsel vormen tangen.

 

Ga naar vraag 36  
    De achterlijfaanhangsels hebben geen tangvorm.

 

Ga naar vraag 37  
         
36 (35) De klauwtjes ( tarsi ) bestaan uit 3 segmenten.

 

Dermaptera Oorwormen
    De klauwtjes ( tarsi ) hebben slechts 1 segment.

 

Diplura Bodeminsect zonder ogen
         
37 (35) Achterlijf met 3 lange achterlijfaanhangsels.

 

Thysanura Zilvervisjes
    Achterlijf met slechts 2 achterlijfaanhangsels.

 

Diplura Bodeminsect zonder ogen
         
38 (34) Zeer klein springend insect. De kop is naar beneden gericht en vormt een snuit.

 

Mecoptera Schorpioenvliegen (sneeuwvlieg)
    Het insect heeft geen snuit.

 

Ga naar vraag 39  
         
39 (38) Klein tot zelf minuscuul insect met een gevorkte springorgaan onder het achterste van het achterlijf . Wordt gewoonlijk gevonden in rottende vegetatie.

 

Collembola Springstaarten
    Insect anders gevormd.

 

Ga naar vraag 40  
         
40 (39) Klauwtjes ( tarsi ) hebben gewoonlijk 4 segmenten.Slank en week insect. Leeft in kolonies in dood hout.

 

Isoptera Termieten
    Klauwtjes ( tarsi ) bestaan uit 3 segmenten en het voorste segment is gezwollen.

 

Embioptera Webspinners
         
41 (33) Een parasiet in vacht of in pluimen. De insecten zijn gewoonlijk zijdelings of dorso-ventraal afgeplat.

 

Ga naar vraag 42  
    Insect is geen parasiet en is niet afgeplat.

 

Ga naar vraag 46  
         
42 (41) Springend insect dat zijdelings afgeplat is.

 

Siphonaptera Vlooien
    Insect dorso-ventraal ( rug - buik ) afgeplat.

 

Ga naar vraag 43  
         
43 (42) Insect van gemiddelde grootte. De kop is gedeeltelijk verzonken in het borststuk.

 

Ga naar vraag 44  
    Minuscuul insect. De kop is niet verzonken in het borststuk.

 

Ga naar vraag 45  
         
44 (43) Antennes zeer kort. Insect met opvallende poten en 2 sterke klauwen , die uiterst geschikt zijn om een zoogdier vast te houden.

 

Diptera Luisvliegen
    Lange antennes. Het lijf heeft een iets ronde-vorm. Poten en klauwen minder opvallend. Steeksnuit.

 

Hemiptera Wantsen (sommige families)
         
45 (43) Grote kop. Kop zo breed als het lijf. Ovaal of langwerpig insect.Duidelijke prothorax. (eerste segment van het borststuk) Bijtende monddelen.

 

Mallophaga Bijtende luizen
    Kleine kop. Kop veel smaller dan het lichaam. Peervormig insect. Borststuk segmenten volledig samengesmolten in 1 geheel. Zuigende monddelen.

 

Anoplura Bloedzuigende luizen
         
46 (41) Achterlijf met duidelijke wespentaille. De antennes zijn dikwijls met duidelijke elleboog knik.

 

Hymenoptera Vliesvleugeligen (voornamelijk mieren)
    Geen zulke eigenschappen

 

Ga naar vraag 47  
         
47 (46) Het lijf is groter dan 5 mm en bedekt met afgeplatte haren of schubben. Rudimentaire vleugels zijn nog aanwezig.

 

Lepidoptera Vlinders (sommige vrouwtjes)
    Het kale of slechts occasioneel geschubde lijf is gewoonlijk kleiner dan 5 mm. Rudimentaire vleugels zijn nog aanwezig.

 

Ga naar vraag 48  
         
48 (47) De kop is zo breed of toch bijna zo breed als het verdere lijf. Lange antennes. Het insect heeft bijtende monddelen en het diertje wordt dikwijls tussen gedroogde materialen gevonden.

 

Psocoptera stofluizen
    De kop is minder breed dan het lijf. Klein peervormig insect. Het insect heeft zuigende monddelen.Het achterlijf is dikwijls voorzien van een paar buisvormige aangroeiingen nabij zijn uiteinde. Het insect wordt gevonden op een groeiende plant.

 

Hemiptera Bladluizen