|
|
|
Kleine
vos
Aglais
urticae
( Linnaeus 1758 )
BeschrijvingDe bovenkant van de vleugels is roodbruin. De voorrand van de voorvleugel heeft 3 zwarte vlekken, die onderling gescheiden zijn door een vale gele vlek. In het midden van die voorvleugel zijn er ook nog 3 zwarte vlekjes aanwezig. Op de rand van zowel de voor- als de achtervleugel zijn er blauwe halfronde vlekjes ( maanvlekken ) te zien. De onderkant van de vleugels heeft weinig kleur, toch is de voorvleugel merkbaar lichter dan de achtervleugel. De onderkant van de achtervleugel heeft een centraal donker gedeelte, terwijl de rand bleker is. Vliegtijd
Deze vlinder overwintert als adult en kan uitzonderlijk reeds op een mooie, zonnige winterdag te zien zijn.
Vanaf half maart ( week 12 ) tot half mei ( week 20 ) vliegen de overwinteraars. De eerste generatie vangt aan eind juni ( week 26 ) en duurt tot eind augustus ( week 35 ). Deze vlinder kent ook, een meestal kleinere 2de generatie in de maand september ( vanaf week 36 ) tot half oktober ( week 42 ). Biotoop
De Kleine vos komt voor in gans Vlaanderen en in alle biotopen. Sinds 1996 werd er een alarmerende achteruitgang van deze vlindersoort vastgesteld. Deze voordien algemeen voorkomende vlinder werd nog slechts zelden waargenomen. In 2003 herstelde deze vlindersoort zich echter spectaculair. Voedselplanten
Vlinderstruik, koninginnekruid, hemelsleutel, aster, lavendel, kattenstaart, e.a. Waardplant en rups
De rups is te vinden op grote brandnetel. De rupsen leven in kolonies tot ze bijna volgroeid zijn. In hun laatste stadia verspreiden ze zich.
Het is een donkere rups met glanzende gele strepen over de rug en de flank.
Rode lijst categorieMomenteel niet bedreigd
Meer informatiehttp://www.instnat.be/content/page.asp?pid=FAU_VL_aglaurti
|