|
|
DagvlinderprojectGeschiedenis In
1991 is een groep, onder de leiding van Marc Van Opstaele, begonnen met het
systematisch noteren van alle dagvlinderwaarnemingen in de streek Aalter -
Knesselare -Ursel. Dit
initiatief kende veel bijval en groeide zowel in ledenaantal als in de grootte
van het waarnemingsgebied. Het succes was voor een groot stuk te danken aan het
jaarlijkse dagvlinderjaarverslag. Ieder jaar opnieuw wordt, aan de hand van de
binnengekomen waarnemingen, voor elke vlindersoort een nauwkeurige beschrijving
van de vliegtijd, generatie-verloop, bloemvoorkeur en aantallen-evolutie over de
jaren heen gegeven. In 2002 kregen we van 54 waarnemers gegevens binnen en het gebied behelsde dan naast het Meetjesland ook reeds grote delen van Gent en zelf uitlopers naar de Zwinstreek. Vanaf
2003 is er dank zij de medewerking van de Natuurpunt Lampyris,
invertebratenwerkgroep Schelde-Leie een verdere uitbreiding van dit project
mogelijk. Het dagvlinderproject zal dan de gegevens coördineren van het
westelijke deel van de provincie Oost-Vlaanderen. Werkwijze
Veel
waarnemingen worden verricht in de eigen tuin. Op zonnige dagen vertoeven we
vaak in onze tuinen. Ook de dagvlinders verkiezen deze zonnige dagen om onze
tuin te bezoeken. Het eenvoudig noteren en dateren van de geziene vlindersoorten
en hun aantallen is een eerste stap. Personen die wensen mee te werken aan dit project kunnen op het
onderstaand e-mailadres een digitaal ( exell ) of een gedrukt invulformulier
bekomen. In
dit formulier wordt een UTM code gevraagd. Deze
UTM code is terug te vinden op een stafkaart en is niets anders dan een
aanduiding van een km². Bij iedere stafkaart is trouwens beschreven hoe je de
juiste UTM code voor een plaats bepaalt. Voor
de waarnemingen van vlinders volstaat de nauwkeurigheid per km², d.w.z. dat we
slechts met 4 cijfers werken. Voor
het centrum van Gent krijgen we bijvoorbeeld als UTM code ES5056. Ben
je niet in het bezit van een stafkaart dan vragen we de naam van de gemeente en
de naam van de straat. Indien
het een lange straat is, geef dan de naam op van een kortere zijstraat in de
buurt. Met deze gegevens kunnen wij de waarneming ook volledig geografisch
bepalen. Natuurlijk
zie je ook vlinders gedurende wandelingen in de buurt. Ook deze waarnemingen
kunnen volgens bovenstaande wijze genoteerd worden. Als biotoop heb je de keuze
tussen tuin, bos, wegberm of kanaalberm. Onder
de rubriek opmerkingen kunnen bijkomende gegevens genoteerd worden :
staat van de vlinder ( gaaf, zwaar geschonden) of voortplantingsgedrag (
territorium verdedigend, copulatie, eileg, rups ) Voor
de vlindersoort gebruik je de afkortingen zoals vermeld in het formulier.
( KLKOWI = Klein koolwitje, KONPAG = Koninginnenpage) De
meest fervente waarnemers lopen iedere week een bepaald traject af en noteren
aldaar de aantallen geziene vlinders. Het is gedurende zulke wandelingen, dat op
braakliggend land, soms honderden vlinders geteld worden. Meestal zijn het
soorten die slechts sporadisch in de tuin voorkomen. Op
onderstaand adres kan men zich ook inschrijven voor de digitale
vlindernieuwsbrief. Deze nieuwsbrief wordt in het vlinderseizoen maandelijks
verstuurd en houdt de leden op de hoogte van het regionale vlindergebeuren,
zoals speciale waarnemingen van de voorbije maand, prognoses voor de komende
maand, nachtvlinderrubriek, enz… De
meest gebruikte determinatiegids is : veldgids dagvlinders van Irma Wynhoff,
Chris van Swaay en Jan van der Made. (ISBN 90-5011-123-8) Uitgegeven door de
KNNV uitgeverij, Utrecht. Dit
boek bespreekt en toont foto’s van alle vlinders uit de Benelux. Dit werk
wordt ook verkocht in de Natuurpuntwinkel te Gent. Omdat
we ieder jaar bij de start van het vlinderseizoen ons jaarverslag willen
publiceren is het nodig dat de vlindertellingen ons ten laatste op 31 december
bereiken. De exellformulieren
kunnen dan via internet teruggestuurd worden naar digi.natuur.meetjes@pandora.be
. Gelieve bij het terugsturen eveneens te vermelden indien je geïnteresseerd
bent in het jaarverslag. De prijs van het dagvlinderjaarverslag 2002 ( 109 blz.) is 7 euro + 2 euro verzendingskosten. Medewerkers kunnen dit jaarverslag krijgen voor 5 euro + eventuele verzendingskosten. Hieronder volgt nog een soortbespreking uit een recent jaarverslag.
Deze
prachtige vlinder is onmiskenbaar door de gele grondkleur en de dikke, zwarte
banden. Op de achterzijde van de vleugel bevinden zich blauwe maanvormige
vlekken. De achtervleugels lopen uit in een staartje. Ook
in de vlucht is deze vlinder onmiskenbaar, enerzijds door zijn kleurenpatroon en
anderzijds door zijn opmerkelijke grootte (tussen de 32 en 41 mm spanwijdte). De
vlinder vliegt in twee generaties: een eerste generatie van eind april tot eind
juni (met een piek tussen 10 en 31 mei) en een tweede generatie van eind juni
tot eind augustus (met een piek tussen 20 juli en 10 augustus). Voor
de kenners is er een verschil in uiterlijk tussen de twee generaties. Dit
verschil is niet zo uitgesproken in onze streken, maar is meer opvallender in
zuidelijker streken. Bij de tweede generatie is de donkere tekening op de
bovenkant bestoven met lichte schubben en is de zwarte band op de achtervleugels
smaller met duidelijker blauwe manen. Het
verschil tussen mannetje en vrouwtje is niet waarneembaar aan de uiterlijke
kenmerken. De
vlinder komt voor in bloemrijke hooilanden, maar kan eveneens aangetroffen
worden in tuinen, op zoek naar een geschikte eilegplaats. De vlinder heeft een
voorkeur voor heuvelrijke terreinen, wat enigszins samenhangt met zijn
paringsgedrag. De mannetjes scholen samen op hoger gelegen punten en worden daar
opgezocht door de vrouwtjes om te paren. Wanneer
men op reis in zuidelijker streken een hoger gelegen, bloemrijk uitzichtpunt
bezoekt is de kans zeer groot daar Koninginnenpages (eventueel ook Koningspage
in mei) aan te treffen. De
vlinder is niet trouw aan een vaste plaats en gaat op zoek naar geschikte
terreinen. Hierdoor krijgen we ook in onze streken de kans deze prachtige
vlinder waar te nemen. De
vlinder heeft door zijn trekgedrag een grote behoefte aan nectar en is in onze
tuinen dan ook dikwijls waar te nemen op Vlinderstruik. Onze
waarnemingen
Dit
jaar werden 31 vlinders waargenomen in onze streek. We merken terug een
stijgende trend op in het aantal waarnemingen. Deze trend zet zich nu reeds een
aantal jaar door. Wordt er nu meer uitgekeken naar Koninginnenpages of neemt het
aantal werkelijk toe. Misschien ligt de verklaring in de toenemende opwarming
van onze aarde waardoor deze vlinder zijn areaal langzaam aan het uitbreiden is
naar noordelijke richting. Het blijft in elk geval nog een uitzonderlijke
waarneming in onze regio. De
vlinders van de eerste generatie zijn vermoedelijk allen door trek in onze
streek beland. Het
eerste exemplaar werd waargenomen door Diëgo Van De Keere in de tuinen van Ten
Doorn in Eeklo op 21 mei, gevolgd door een tweede exemplaar op 24 mei door Alain
Van Gysegem en een derde exemplaar door William White op 30 mei. Al deze
exemplaren kunnen we toeschrijven aan de eerste generatie en werden waargenomen
te Eeklo. Daarnaast zag Kjell Janssens nog een exemplaar te Wippelgem op 2 juni. De
eerste exemplaren van de tweede generatie werden gezien op 22 juli door Diëgo
Van De Keere en Kjell Janssens. In de tuin van Herwig De Decker werden dit jaar
niet minder dan tien vlinders waargenomen, allen te zien op Vlinderstruik. Kjell
Janssens vindt eind augustus op wortels een aantal rupsen te Doornzele. Daarnaast
werden ook enkele rupsen waargenomen op tuinwortels te Watervliet door Annie
Goethals op 26 september. Dit is verwonderlijk daar er in het noorden van het
Meetjesland geen vlinders van de tweede generatie zijn waargenomen, maar het
waarnemen van een Koninginnenpage berust op heel wat toeval.
Voor
deze vlinder is het normaal dat de tuin op de voorgrond treedt doordat de
Koninginnenpage een grote behoefte heeft aan nectar en hij in onze tuinen
voldoende voedsel kan vinden en dit voornamelijk op Vlinderstruik in de
zomerperiode. Zoals
ook de vorige jaren worden de meeste vlinders waargenomen in de omgeving van het
kanaal Gent-Brugge, dat blijkbaar gebruikt wordt als doortrekroute. Daarentegen
is het opmerkelijk dat bijna alle exemplaren van de eerste generatie opgemerkt
zijn in de omgeving van Eeklo. Misschien gaat het effectief over dezelfde
vlinder die in de ruime omgeving van Eeklo op zoek was naar voldoende nectar.
Levenscyclus De volwassen rupsen van de
Koninginnepage zijn onmiskenbaar door hun felgekleurd vlekkenpatroon in oranje,
zwart en groen. Dit geeft de rups een uitstekende camouflage tussen haar
voedselplanten van de Schermbloemenfamilie, die vaak heel fijne blaadjes hebben.
De meest gebruikte voedselplanten voor
de streek zijn onze eigen worteltjes, van de biologisch geteelde soort wel: ook
de rups van de Koninginnepage is niet bestand tegen pesticiden. Ook Venkel,
Engelwortel, Kervel, Pastinaak en Fluitenkruid worden gebruikt.
De rups beschikt naast haar camouflage ook nog over een ander
verdedigingsmiddel: een eigenaardige gifklier in haar ‘nek’ die bij gevaar
te voorschijn komt en bij aanraking een netelig effect kan geven.
Zelfs de jonge exemplaren beschikken over een succesvol
verdedigingsmechanisme: ze hebben het uiterlijk van een vogeluitwerpsel.
De rupsen zijn vooral te vinden in juni en in augustus. De soort overwintert als pop. Het is weer vooral Kjell Janssens die voor gedetailleerde gegevens zorgt: die vond op 23, 26 en 27 augustus resp. 3, 6 en 10 rupsen langs een wegberm te Doornzele. Bij kweek verpopten er zich 4 op 30 augustus. De rest was jammer genoeg gestorven. De rupsen kunnen gestorven zijn doordat ze gewoonweg uitdroogden door die ene snikhete week in augustus. Het wordt wachten tot volgend voorjaar op de vlinders van Kjell. Te Watervliet werden er ook 2 rupsen gevonden, namelijk door Annie Goethals in de tuin op wortelbladeren (net zoals bij Kjell trouwens). Het is mij niet bekend of deze rupsen gekweekt werden of niet. Bloembezoek
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||