|
|
|
Portret van Coreus marginatus
: Zuringrandwants
Familie : Coreidae (Randwantsen) Soort : Wetenschappelijke naam : Coreus
marginatus Nederlandse naam : Zuringrandwants Randwantsen zijn herkenbaar aan het achterlijf met sterk verbrede
zijranden. Deze randen steken uit
onder vleugels uit en vormen het “Connexivum”. Ze hebben in tegenstelling tot de Pentatomidae waartoe
de Pyjamawants behoort 4-ledige sprieten. De
sprieten zijn ongeveer half zo lang als het lichaam.
Het eerste lid is verdikt. Tussen
het derde en vierde lid zit een ring. Ze
zijn meestal groter dan 1 cm. De Zuringrandwants is een veel minder opvallende verschijning dan de
Pyjamawants en voor wie er niet mee vertrouwd is veel moeilijker te herkennen in
het veld. De kenmerken waarmee men
ze met zekerheid kan determineren zijn echter met een goede plantenloupe te
onderscheiden. Een typisch kenmerk
voor de soort zijn de 2 kleine dorens tussen de sprieten. De soort is tabaksbruin van kleur. Het connexivum is eirond verbreed met geeloranje vlekjes en
zwartgepuncteerde banden. Een goede
beschrijving vindt u in de Determineersleutel voor Belgische Randwantsen (G.
Viskens, J. Bruers, F. Janssens en N. Thys, 2002 p.19) . Afbeeldingen of
foto’s vind u in de meeste goede insectengidsen. VoorkomenDeze soort wordt beschreven als zeer algemeen. Er is echter geen verspreidingskaart voor Vlaanderen voorhanden om dit te staven. De vermelding “zeer algemeen” moeten we vermoedelijk nuanceren als zeer algemeen in bepaalde geschikte biotopen. Het lijkt dan ook zinvol door middel van een inventarisatie wat meer tastbare gegevens te verzamelen over de verspreiding van deze soort. Zuringrandwantsen kan u aantreffen op zonnige plaatsen op o.a. Zuring, Rabarber en Bramen. Ze komt ook in moestuinen voor. Een
waarnemingsformulier
kunt U hier dan ook downloaden. Mocht u deze
randwants opmerken dan kan U dit waarnemingsformulier
invullen en opsturen naar: Vzw. Gallisch Dorp, Ecologische werkgroep Imago,
Johan Rommelaere, Trekweg 71
9030 Gent. E-mail. J.Rommelaere@pi.be
|