Kristalstelsels

21-04-04

Kristalstelsels of -systemen

Start
Omhoog
Atern. info
Herkennen
Stelsels
Onbekend
Fotogalerij
Linkpagina
Feedback

 

 

Mensen hebben
deze pagina bezocht!

Het uiterlijk van de kristallen hangt af van hun innerlijke structuur. Deze opbouw hangt af van de manier waarop de atomen, moleculen en ionen gerangschikt zijn in het kristalrooster en de hoeveelheid ruimte die ze innemen. Door hun manier van rangschikking ontstaan een groot aantal kristalroosters, gaande van heel eenvoudig tot zeer ingewikkeld. De innerlijke vorm bepaald het uitzicht van het kristal (de hoeken, de ribben en de vlakken). De hoeken welke door de vlakken van een bepaald mineraal worden gevormd zijn steeds dezelfde, hoe groot de vlakken of het kristal ook zijn. Dit noemt men de wet van de constante hoeken. De vlakken van een kristal zijn symmetrisch ten opzichte van een rechte lijn, een punt of een vlak. Dit zijn de symmetrische elementen van een kristal.

Hier volgen de basiselementen:

bulletHet symmetrievlak:  splitst het kristal in twee delen die het spiegelbeeld zijn van elkaar. Kristallen kunnen symmetrisch zijn volgens 1,2,3,4,5,6,7 of 9 symmetrievlakken.
bulletDe symmetrieas: de denkbeeldige lijn die door een kristal loopt en waar het 360░ rond kan draaien waardoor we een bepaald aantal keren hetzelfde beeld kunnen zien. er zijn 2-tallige, 3-tallige,4-tallige en 6-tallige symmetrieassen. (Een 2-tallige as geeft 2X hetzelfde beeld en zo verder).
bulletHet centrum van symmetrie: verdeeld een kristal en 2 gelijkaardige delen. Indien er een centrum van symmetrie aanwezig is, zijn er twee evenwijdige ribben, twee evenwijdige vlakken of op zijn minst 2 hoeken symmetrisch gelegen ten opzichte van dat centrum.

Hierdoor krijgen we 32 symmetrieklassen waar alle kristallen in voorkomen.Op basis van vergelijkbare eigenschappen heeft men ze opgedeeld in 7 groepen, verschillende kristalstelsels, kristalsystemen of basisvormen.In feite komen deze basisvormen (perfecte vormen) als dusdanig niet veel voor. Buiten deze zeven, geeft men soms ook als kristalstelsel AMORF aan.Dit wil dan zeggen dat de kristallen geen duidelijke vorm hebben,ze zien er uit als een compacte massa.

De basisvormen worden bepaald door het zogenaamde "assenkruis" of co÷rdinatenkruis. Dat "assenkruis" bestaat uit 3 denkbeeldige lijnen zonder welbepaalde lengte die door het kristal lopen en elkaar kruisen in het midden van het kristal. Ondervinding heeft geleerd dat het makkelijker was om 7 assenkruisen te maken, een per stelsel, dan een en hetzelfde kruis te gebruiken voor alle stelsels. De verschillende lijnen worden altijd, a, b en c genaamd. De loodlijn is altijd c (in dit geval: rood) en loopt van onder naar boven. De a-lijn loopt altijd van achter naar voor (hier: blauw). En de b-lijn gaat van links naar rechts (hier: groen). Zie figuur" het Assenkruis". Het kruis wordt gewoonlijk niet volledig getekend, maar enkel de positieve kant.  De hoeken die de lijnen (assen) maken ten opzichte van elkaar zijn eveneens van groot belang bij het bepalen van het kristalstelsel. Deze worden gewoonlijk aangeduid met:   a, b, g (zie figuur 2).

Voor het Hexagonale en het Trigonale stelsel komt er een lijn bij. Daar bestaat het kruis uit 4 lijnen.Ook hier staat de C as loodrecht op de andere assen (zie figuur 3). In deze stelsel snijden de horizontale assen elkaar in een hoek van 120░. De assen a,b en d zijn gelijk, maar verschillend van de C as. De hoeken a en b zijn gelijk, t.t.z. 90░, de hoek; g is 120░

1) Kubisch: (kubusvormig)

Ze bestaan meestal uit 6 zijden, de drie assen zijn gelijk en staan loodrecht op elkaar. ( Er zijn er ook met 8 en 12 zijden )

De assen: a=b=c                    De hoeken: a=b=g=90░

B.V. Zout, Pyriet, Fluoriet.

2) Monoklien: (eenzijdig hellend)

Geen van de zijden heeft dezelfde lengte, breedte of hoogte. Deze vorm komt veelvuldig voor.

De assen: a,b en c, zijn niet gelijk   De hoeken: a=g=90░ b>90░

B.V. Azuriet

3) Tetragonaal: (vierhoekig)

Deze kristallen hebben drie assen , de twee horizontale hiervan hebben dezelfde lengte.

De assen: a=b  de c-as ≠ a en b    De hoeken: a=b=g=90░

B.V. Autuniet

4) Rombisch: (ruitvormig)

De drie assen zijn ongelijk, maar maken een rechte hoek met elkaar. Ze worden gekenmerkt door afgeplatte zijkanten.

De assen: a≠b≠c≠a                     De hoeken: a=b=g=90░

 B.V.Topaas

5) Triklien: (driezijdig hellend)

Het trikliene stelsel is het minst symmetrische. Drie niet loodrecht op elkaar staande, ongelijke assen.

De assen: a,b,c zijn niet gelijk    De hoeken a,b,g geen 90░ en zijn niet gelijk

  B.V. Albiet

6) Hexagonaal : (zeshoekig)

Ze lijken op zeshoeken met piramiden aan beide uitkanten. Ze hebben 4 kristallografische assen: a,b,d en c. De c as staat ook hier loodrecht op de anderen.

De assen: a=b=d≠c

De hoeken: a=b=90░     g=120░

B.V. Smaragd

7) Trigonaal: (driehoekig)

Ze hebben een drietallige as met loodrecht daarop drie gelijke assen die een onderlinge hoek hebben van 120░. Gelijken op deze van het hexagonale stelsel maar zijn minder gedefinieerd.

De assen en hoeken: zie hexagonale stelsel

B.V. Kwarts

Vormen van het kubische stelsel

     

         

 

 

 

 

 

Op deze achtergrond, staat een morionkwarts kristal op albiet. Het is eigen werk dus ............ doe maar.

 


Het assenkruis
Men tekent enkel de positieve kant,dus de volle lijnen


figuur 2
Het positieve gedeelte van het assenkruis met aanduiding van de hoeken


figuur 3

Het assenkruis zoals het gebruikt wordt voor het Hexagonale en Trigonale stelsel