
Verkeer en Waterstaat Voor de categorisering van de wegen worden de verschillende types in Nederland (conform Duurzaam Veilig) gevolgd, zijnde
De Nederlandse en Vlaamse autowegen dienen voorzien te worden van eenzelfde wegnummering. Hierdoor dient over heel De Nederlanden de nummering van de wegen te worden herbekeken. De Europese E-nummers blijven gehandhaafd, de regering bepaalt de A-nummers, de provincies bepalen de wegnummering van de secundaire wegen (N-nummers) en de steden bepalen de wegnummering van de stadsroutes (S-nummers). Ongelukken ten gevolge van roekeloos rijgedrag zijn volledig voor rekening van de veroorzaker. De verkeersborden en -symbolen in Vlaanderen en Nederland blijven behouden zoals ze nu zijn tot er een standaardisatie is in EU-verband (daar is men mee bezig) van verkeersborden en -symbolen om kosten te besparen. Voor alle voertuigen komen in De Nederlanden Europese nummerplaten (zeven zwarte cijfers/letters op een gele achtergrond) voorafgegaan door het EU-symbool (twaalf gele sterren op een blauwe achtergrond) met tussen de sterren de landinitialen ‘DNL’. Het aantal spoorverbindingen tussen Nederland en Vlaanderen moet worden verhoogd. De Benelux-trein moet een Nederlands-Vlaamse trein worden. De IJzeren Rijn bij Roermond moet aangelegd worden om Antwerpen, de “tweede haven van het land”, bereikbaar te maken voor het Duitse achterland. De verbindingen tussen de Randstad Holland (Amsterdam-Rotterdam-Utrecht) en de Vlaamse Ruit (Antwerpen-Brussel-Gent) moeten onderhouden worden met (verbrede) autosnelwegen en HST-spoorverbindingen. De Thalys onderhoudt de verbinding met Parijs. De Westerschelde dient eveneens een Nederlands-Vlaams economisch belang en moet om diezelfde reden blijvend een bron van aandacht zijn voor onderhoud en uitdieping. Er moet ook gekeken worden naar de loop van de Maas. |