Heel,
heel lang geleden, toen de Maes nog door Hoegaarden en Corsendonk
stroomde, stond er in een ver en vreemd land een groot kasteel.
In dat kasteel woonde een Koninck en die Koninck had een wonderschone dochter, de
mooie Stella.
Rond het kasteel lag een heel groot park met een prachtige vijver en vele
hoge bomen. In het midden van dat park stond een Palm in wiens schaduw de
mooie Stella erg graag vertoefde.
Een zekere heer Liefmans, die zijn hart aan de mooie Stella verloren had,
sprak op een dag tot de Heer Heineken, die een graaggeziene gast was op
het kasteel : "Wat moet ik doen om de mooie Stella voor mij te
winnen?" Heer Heineken antwoordde : "Stella is een natuurminnend meisje.
Schenk haar iets uit de natuur, dat zal zeker haar hart beroeren".
Maar de jonge, gebruinde, deugniet Rodenbach, die achter de Palm zat en
had meegeluisterd, voelde ook wel iets voor de mooie Stella en dacht... en
dacht... en dacht...
Ondertussen was Heer Liefmans echter naar de mooie Stella gegaan en vroeg
haar met hem te wandelen in het grote park. Dat vond de mooie Stella
uitstekend. Terwijl ze door de mooie lanen liepen, kwamen ze Straffe
Hendrik, met zijn blonde vlaskop uit Zulte tegen. Hij vroeg om een
vuurtje. Helaas hadden ze geen lucifers bij zich en ieder ging zijn eigen
weg. Aan de vijver zagen de eendjes die juist uit het water kwamen en Kwak
- Kwak - Kwak voor haar voetjes liepen. Een eind verder liepen de
kuikentjes Trippel Trippel achter hun moeder aan. We moeten die Dulle Teve bijhouden, anders lopen we verloren dachten de kuikentjes.
"Ach", zei mooie Stella, "zulke mooie kip loopt er in heel
West-Vleteren niet".
En Lambiek, die juist haar pad kruiste, hoorde het en glimlachte.
Eindelijk kwamen ze terug onder de Palm en heer Liefmans bood haar de
allermooiste Kriek aan die in de boom te vinden was. Dat vond de mooie
Stella heerlijk, maar haar hartje bleef gesloten.
Enkele weken later, zo
rond de tijd van Kristmas, kwam heer Rodenbach op bezoek. Hij had minder
geluk dan de heer Liefmans, want die dag viel de regen met bakken uit de
lucht, zodat het onmogelijk was om in het park te wandelen.
"Ach, dat geeft toch niets", zei Heer Rodenbach, "laat ons
dan een rondgang maken in dit sprookjesachtige kasteel".
Dat vond de mooie Stella een goed idee. Ze liepen door de kleine kamers en
de grote zalen. Plots schrok de mooie Stella.
"Hoor", fluisterde ze Heer Rodenbach in het oor, "het
regent binnen, ik hoor het duidelijk".
"Maar nee" , zei heer Rodenbach lachend, "Gij vergist u.
Het is den Duvel die onder de Trap-pist." Gerustgesteld gingen ze samen de trap op.
Toen ze op haar kamertje kwamen, zei heer Rodenbach : "Nu wil ik u
mijn geschenk aanbieden. Vermits gij zo van de natuur houdt, schenk ik u
mijn Verboden Vrucht". De mooie Stella was verrukt en terstond ging haar hartje open.
Ze was zo
gelukkig dat ze meteen naar de Koninck snelde en vroeg om de heer
Rodenbach te mogen trouwen. Dat vond de Koninck goed. Hij gaf een heel
groot feest, waar al de mensen van Hoegaarden, Corsendonck en Zulte bij
mochten zijn. Ook de families Liefmans en Heineken uit Grimbergen waren
aanwezig. Daar was zelfs een Kastaar en een Geuze die de Palm versierden
met Kriek en Framboise. Alexander & Dikke Mathilde zongen als ware Troubadours het
Mosselbier- lied van Yrseke.
Al de gasten hadden een Tielts To(a)nneke zelf gebrouwen bier meegenomen.
Op het eind
dacht Zatte Bie dit is het grootste bierbanket dat er ooit gehouden is.
En onze mooie Stella en Bruine Rodenbach leefden nog lang en gelukkig.
En als dit niet waar is dan mag den Duvel mij komen halen.
|