Links naar commentaar en literatuur openen die pagina's in een apart
venster. Illustraties worden eveneens in een nieuw venster geopend. Het
verdient dus aanbeveling de links tussen [ ] of de
vorige- en volgende-pijlen niet te gebruiken (doe het toch indien u van deze
aparte vensters niet houdt); de andere links op deze pagina's
(vooral externe links) worden
eveneens geopend in een nieuw venster.
De links "vorige" en "volgende" laten u toe door de
pagina's te browsen (in volgorde van publicatie), in de respectievelijke
vensters, eventueel in een frame.
Te Rome, in de Via del Sudario, staat een kerkje
dat volledig is ingebouwd in een "palazzo". Hier
was het pelgrimshospitaal van de Vlamingen gevestigd, San
Giuliano dei Fiamminghi of: Sint-Juliaan-der-Vlamingen.
Een hospitaal is er al sedert de vorige eeuw niet meer, maar
de kerk bleef voor de Belgen een trefpunt te Rome. Officieel
luidt het sinds 1979: "Koninklijke Belgische kerk en
stichting Sint-Juliaan der Vlamingen". In het kerkje,
boven de ingang, staat een inscriptie in het Latijn. Ze dateert
van 1785 en vat bondig de geschiedenis van het gebouw
samen.
Een zekere Johannes Aurigae was prefect van het hospitaal van
Sint-Juliaan-der-Vlamingen te Rome. Hij stierf er aan de pest,
mogelijk een gevolg van zijn toewijding.
Een kort maar zeer ontroerend opschrift uit de kerk van
Sint-Juliaan der Vlamingen te Rome. In 1501 plaatsten Livinus en Johannes
Nilis, twee kanunniken van het Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwkapittel die in
Rome in de pauselijke administratie werkten, een
gedenksteen voor hun drie broers, die blijkbaar kort tevoren waren overleden.
In zijn eenvoud getuigt het opschrift van hun verdriet.
Weer een grafopschrift uit Sint-Juliaan der Vlamingen te Rome.
In 1520 overleed te Rome de jonge Livinus Pels. Zijn grafsteen,
met een merkwaardig epigram, is m.i. de mooiste van al de
bewaarde grafstenen in Sint-Juliaan. Ook in deze inscriptie voelen we
het verdriet
achter de geijkte formules.
In 1889 werd te Antwerpen het Sint-Jan Berchmanscollege
gesticht, het eerste aartsbisschoppelijk college in de stad
waar tot dan enkel de paters Jezuïeten een "college" hadden.
In 1890 begon men de nieuwe gebouwen op te trekken
tussen Meir en Jodenstraat. In 1891 werd de eerste steen gewijd
door kardinaal Goossens -in feite waren het vijf
bakstenen, waarover een arduinen gedenkplaat is geplaatst.
Voor de gebouwen van het Sint-Jan Berchmanscollege werden in 1891
restanten van een oud Karmelietenklooster afgebroken, dat onder de Franse
bezetting als zwart goed was verkocht. In 1891 waren het stapelplaatsen.
De kerk van de Karmelieten ("Onze-Lieve-Vrouwebroeders") was een toeristische trekpleister in het oude
Antwerpen omwille van de Rosa Mysticakapel. De wijdingssteen daarvan bleef
bewaard en is in het college, samen met de torenhaan, het enige wat nog is
overgebleven van het prachtige klooster dat hier ooit stond.
In 1906 was België in rouw. Het nieuwe schoolschip van de Belgische
koopvaardij, de Comte de Smet de Naeyer, was op 19 april gezonken
in de Golf van Biscaje. Het was pas op 12 februari 1905 voor de eerste maal
uitgevaren. Heel wat opvarenden vonden de dood bij deze scheepsramp, die
nooit echt is opgehelderd (de kapitein kreeg de schuld, zoals wel
meer gebeurde). Eén van hen was de aalmoezenier, E.H. Edward Cuypers, die
tot 1905 leraar aan
het Antwerpse Sint-Jan Berchmanscollege was geweest. In 1907 werd op het
college een gedenkteken onthuld. De neogotische steen, een werk van
De Roeck, blijft een stille getuige van de grote schok die deze
gebeurtenis destijds veroorzaakte.
In juni 1909 werden te Antwerpen, dat als handelshaven zeer
geïnteresseerd was aan de nieuwe Belgische kolonie Kongo, grootse
koloniale feesten gehouden. Het Sint-Jan Berchmanscollege had
een missietentoonstelling georganiseerd. Ze kreeg o.a. het
bezoek van koning Leopold II, de stichter van Kongo Vrijstaat, die
buitengewoon enthousiast ontvangen werd.
Een kort opschrift (einde 2de eeuw n.Chr.) op een wijaltaar dat gevonden werd in de zgn.
burgus (Romeins fort) van Taviers (provincie Namen) op de weg van Bavay naar
Tongeren. Het altaar was mogelijk ritueel begraven en misschien moeten we
in de resten veeleer een inheems heiligdom in plaats van een burgus zien,
vooral in het licht van de recente vondsten te Wijnegem (Antwerpen) en de
inheemse heiligdommen van Noord-Frankrijk.