San Giuliano dei Fiamminghi. Livinus Pels.

vorige | volgende || [home | inscriptie]


D.O.M.

Bis duo cum fuerant loeto mihi lustra peracta,
   infausto patrium sidere linquo solum.
Romam adeo. Nonum vix luna repleverat orbem,
   mors nimium properans me rapit: hic iaceo.

Livino Pels, ex optimatibus Sirixee, insignis Selandie oppidi, prognato, qui esse desiit XXVI iulii MDXX, sorores moest(issime) posue(re).

D.O.M.
Toen ik tweemaal twee lustra in voorspoed had doorlopen, verliet ik onder ongunstig gesternte de vaderlandse grond. Naar Rome ging ik. Nauwelijks had de maan haar negende omloop voltooid, (of) de al te haastige dood sleurde mij mee. Hier lig ik.
Voor Livinus Pels, uit patriciŽrs van Zierikzee, Zeelands roemrijke stad, geboren, die ophield te leven op 26 juli 1520, hebben (diens) zusters, zeer bedroefd, (deze steen) geplaatst.


Over Livinus Pels is ons weinig of niets bekend. Wel weten we dat in de Sint-Lievenskerk van Zierikzee een Jan Pels was begraven. Hij was gestorven in augustus 1508. Interessant is dat Jan Pels twee dochters had, Jacoba en Cornelia. De laatste stierf in 1557. Intuitief vermoedt men dat dit de zusters zijn van Livinus en dat hij de laatste was van het patriciŽrsgeslacht Pels uit Zierikzee...

Bis duo lustra: tweemaal (bis) twee (duo) perioden van vijf jaar (lustrum, -i), dus 20 jaar. Bis met een hoofdtelwoord is typisch poëtische taal.

loeto: van laetus,-a,-um, opgewekt, blij, vrolijk, welgedaan. Een bepaling van gesteldheid bij mihi, de dativus auctoris bij peracta fuerant.

peraota is een fout van de steenhouwer voor peracta van peragere: doormaken, voltooien, afmaken, o.a. van de levensloop (aetatem, ...).

infaustus,-a,um: ongunstig, onheilspellend.

patrius,-a,-um: vaderlijk, van de (voor)vaderen, voorvaderlijk, geboorte-.

sidus,-eris: ster, hier als geluks- of ongeluksbrenger, of lot. Infausto sidere (een ablativus absolutus) verwijst naar hetgeen hem te wachten stond te Rome.

linquere: verlaten, achterlaten, opgeven. Linquo is een praesens historicum.

solum,-i: bodem, grond, land.

Romam: accusatief van richting [in + acc.] bij adire.

adire + [in, ad] + acc.: gaan naar.

nonus,-a,-um: negende.

luna, -ae: de maan.

vix: nauwelijks suggereert een cum inversum, of beter -que (typisch in poŽzie), dat dan hier is weggelaten (asyndeton).

orbis,-is: kring, cirkel, omloop of schijf.

replere: volledig maken, weer vullen. De betekenis van replere orbem kan zijn: de kringloop volmaken [dit wordt gesuggereerd door nonum], of: de cirkel vullen [zoals in Ovidius, Met., 7.530: quater iunctis implevit cornibus orbem luna, quater plenum tenuata retexuit orbem.] In elk geval is de betekenis: nauwelijks waren negen maanden verlopen.

nimium: te(veel, erg).

properans,-ntis: overhaast, haastig, participium van properare: zich haasten, gehaast zijn.

optimates,-ium: de patriciŽrs.

Sirixee: = Sirixeae, van Zierikzee, een versterkt handelsstadje op Schouwen (Zeeland - Nederland).

insignis, -is, -e: vermaard.

Selandie: = Selandiae: van Zeeland.

oppidum: vesting, (versterkte) stad.

prognatus,-a,-um of prognatus,-i: geboren uit of nakomeling van, met ex + abl., zoals in Caes., D.B.G., II.29.4 : Ipsi erant ex Cimbris Teutonisque prognati.

desinere: ophouden, vaak: iets [infinitief] niet meer doen, afsluiten.

qui esse desiit: die zijn bestaan afsloot, die ophield met te bestaan.

maestus, -a, -um: bedroefd.

moest. posue.: = maestissimae posuerunt, een geijkte formule.


© Leopold Winckelmans - 1999-2006.

Valid HTML 4.01!   WebCounter