Ecce rubet quidam, pallet, stupet, oscitat, odit...
Hoc volo! Nunc nobis carmina nostra placent!
libellus,-i [verkleinwoord van
liber]: bundel, boekje. Een libellus bevatte een aantal
gedichten die de dichter verspreid wilde zien. Je mag dit niet verwarren
met de omvangrijker libri waarin deze verspreide publicaties -of
een selectie ervan- werden gebundeld. Telkens als Martialis zo'n libellus
publiceerde, werd die blijkbaar druk gecopieerd en verspreid.
sinus,-us: hier de grote plooi die
de toga vooraan op de borst had en die dienst deed als (jas)zak. Het beeld:
of je mijn boekjes nu ziet (manus) of niet (sinus),
iedereen heeft een exemplaar.
rubere,-eo: rood zijn (van
schaamte, woede,...).
pallere,-eo: bleek zijn (van
angst, van 't schrikken,...).
stupere, -eo: verstomd staan
(van verbazing,...).
oscitare: gapen, geeuwen (van
verveling,...).
odisse,-i [defectief werkwoord]: haten,
haat voelen (omdat hij dit slecht vindt of omdat hij zich geviseerd
weet...).
Quam longe cras istud? Ubi est? Aut unde petendum?
Numquid apud Parthos Armeniosque latet?
Iam cras istud habet Priami vel Nestoris annos!
Cras istud quanti, dic mihi, possit emi?
Cras vives? Hodie iam vivere, Postume, serum est:
ille sapit, quisquis, Postume, vixit heri.
Cras: morgen, hét centrale
woord in dit epigram. In de volgende verzen is dit bijwoord herhaaldelijk
gesubstantiveerd en dus onzijdig. victurum [esse]: participium futurum van
vivere, leven Postume: vocatief. Het doet er weinig toe of
Postumus een reëel persoon was of niet, want zijn type is van alle
tijden.
istud: iste hier in zijn volle
betekenis van die... van jou.
longe: niet longum, en dus te
vertalen als veraf. petendum [est]: gerundivum, dus kunnen
of moeten. Petere in zijn betekenis van gaan
halen: Waar kan men het vinden ?