Gaius Sallustius Crispus

Home


Romeins politicus en schrijver. Amiternum, 86 v.Chr. - 35 v.Chr. Werken: De Catilinae coniuratione, Bellum Iugurthinum, Historiae, Epistulae ad Caesarem senem de re publica.


Inhoud


Afkomst en carrière

[Top || Afkomst en carrière | De Catilinae coniuratione | Bellum Iugurthinum | Historiae]

Gaius Sallustius Crispus werd geboren in het Sabijnse Amiternum, uit een welstellende familie die ongetwijfeld tot de lokale adel behoorde, maar die wij verder niet kennen. Een rol van enige betekenis hadden zijn voorouders dus zeker niet gespeeld, tenzij misschien in de lokale politiek. Zeker is dat de Sallustii van plebejische afkomst waren, aangezien Sallustius volkstribuun is geweest, en dat ambt was strikt voorbehouden aan plebejers.

Als Romeins burger uit de provincie kwam Sallustius naar Rome met de bedoeling er carrière te maken in de politiek. Intelligent en ambitieus als hij was, wou hij doordringen tot de kringen van de Romeinse nobilitas, de ambtsadel. Daartoe moest hij de zgn. cursus honorum, de reeks van ere-ambten die in het consulaat haar voltooiing vond, succesvol doormaken. Slechts enkelingen konden het zover brengen. Cato de Oudere, Marius, Cicero slaagden daarin, Sallustius moest zijn droom opgeven in het zicht van de eindstreep.

Het was nochtans allemaal zeer mooi begonnen. Reeds in 55 v.Chr. werd Sallustius quaestor, waardoor hij automatisch lid werd van de Senaat. In 52 v.Chr. was hij volkstribuun. In dat jaar heerste te Rome de anarchie, met o.m. het beruchte gevecht tussen de "milities" van Clodius en Milo (Cicero's pro Milone), en Sallustius ontpopte zich tot een overtuigd aanhanger van Caesar, groot voorman van de populares. Zolang deze in Gallië was en zijn politieke tegenstanders het in de Urbs voor het zeggen hadden, hinderde deze uitgesproken voorkeur de verder politieke loopbaan van onze auteur. In 50 v.Chr. werd hij zelfs geschrapt van de lijst der senatoren, officieel omwille van zijn "aanstootgevend gedrag". Dergelijk gedrag was op zichzelf niet zo ongewoon in de betere kringen van het toenmalige Rome - het was dan ook slechts een voorwendsel en de ware reden dienen we te zoeken in zijn politieke sympathieën. Sallustius trok zich wijselijk terug bij Caesar, te laat om nog een rol te spelen in de Gallische Oorlog. Wel zou hij actief de Burgeroorlog meemaken.

Zodra Caesar te Rome de macht had gegrepen, kreeg Sallustius weer een kans. In 48 v.Chr. was hij reeds opnieuw quaestor, en hij kwam dus terug in de Senaat. In 47 v.Chr. was hij praetor. Al die tijd bleef Caesar een beroep op hem doen. Als praetor leidde hij zelfs enkele militaire operaties, echter zonder veel succes. In 46 v.Chr., na de overwinning bij Thapsus, die Rome de nieuwe provincie Africa nova opleverde, werd Sallustius de eerste gouverneur van dit veelbelovende wingewest. Hij werd dat niet als pro-praetor, nee, hij kreeg de bevoegdheid van een pro-consul cum imperio, wat hem een haast onbeperkte macht gaf. Als zovelen voor en na hem, keerde onze auteur schatrijk terug uit zijn provincie die hij op schandelijke wijze had uitgebuit. Het bezorgde hem een aanklacht wegens afpersing en weer was het Caesar die ervoor zorgde dat zijn beschermeling buiten schot bleef.

Met zijn pas verworven fortuin en met de onvoorwaardelijke steun van de dictator, kon Sallustius nu ernstig aan het consulaat gaan denken. Op 15 maar 44 v.Chr. (de Iden van maart) werd Caesar echter vermoord: in het zicht van de eindstreep was het uit met Sallustius' veelbelovende politieke loopbaan... Schatrijk maar politiek verdacht in de ogen van velen - hij was Caesariaan uit overtuiging en niet uit opportunisme - trok Sallustius zich uit het openbare leven terug, naar hij zelf zegt om zich te wijden aan de literatuur, meer bepaald aan de geschiedschrijving, iets dat hem sedert zijn jeugd had geïnteresseerd.

Het beeld van de ontgoochelde politicus die zich afkeert van de politiek en zich in zijn hobby terugtrekt, is echter àl te eenvoudig. Er zat duidelijk meer achter die radicale ommezwaai. In zijn Inleiding op de Samenzwering van Catilina formuleert Sallustius het als volgt: Pulchrum est bene facere rei publicae, etiam bene dicere haud absurdum est. Wanneer Sallustius de staat niet meer kon of mocht dienen met de daad (bene facere), zou hij dat voortaan doen met het woord (bene dicere). Wanneer hij als overtuigd popularis niet meer metterdaad kon vechten tegen de optimates, zou hij het nu doen in zijn geschriften. Ongenadig legt hij in zijn werken de onbekwaamheid en het eigenbelang bloot van de nobilitas, de gesloten kliek der consulsfamilies, die het belang van Rome achter stelden bij hun persoonlijk gewin. De nobiles (factio, pauci, zijzelf spraken van de optimates) wilden met alle middelen de hoogste staatsmacht binnen hun besloten kringetje houden: de "democratie", de res publica, werkte niet meer.


De Catilinae coniuratione

[Top || Afkomst en carrière | De Catilinae coniuratione | Bellum Iugurthinum | Historiae]

In zijn eerste werk, waarmee Rome reeds in 43 v.Chr. kennis mocht maken, behandelt hij de figuur van Catilina, nobili genere natus, als een extreem voorbeeld van alle ondeugden en gebreken die gans de factio in mindere of meerdere mate kenmerkten. Met brio schetst hij zijn poging tot staatsgreep (63 v.Chr.) en de gebeurtenissen daarrond: toen was immers overduidelijk gebleken dat de nobiles, die de leiding van de res publica voor zich reserveerden, deze honos onwaardig waren, Catilina niet maar de rest al evenmin: zij konden of durfden niet reageren en lieten Cicero, een homo novus, de kastanjes uit het vuur halen.

De Catilinae coniuratione is dus uitermate tendentieus en allerminst bedoeld als een objectief relaas van de feiten, waarbij we steeds voor ogen moeten houden dat de feiten pas twintig jaar oud waren, nauwelijks oud genoeg om sereen en objectief te behandelen. Sallustius geeft zijn visie op de samenzwering en enkel wat vanuit die visie relevant is, krijgt zijn volle aandacht. Dat verklaart waarom belangrijke elementen soms in enkele bewoordingen worden afgedaan, terwijl minder belangrijke zaken uitvoerig worden behandeld. Ook zgn. "onvolkomenheden" in de opbouw van zijn werk zijn zo te verklaren: portretten (die het verhaal regelmatig onderbreken) zijn voor Sallustius van wezenlijk belang, want achter elk van de geportretteerden gaat een ganse groep mensen schuil voor wier opvattingen en gedragingen hij of zij model staat. De uitweidingen zijn niet zo maar "uitweidingen": integendeel, wanneer wij zien hoe de Catilinarische samenzwering vooral een thematische waarde heeft, blijken zij voor het duiden van de staatsgreep van wezenlijk belang. Dit eerste werk is dus in de ware betekenis van het woord een essay, waarin Sallustius zijn politieke visie niet zozeer uiteenzet, maar veeleer illustreert.


Bellum Iugurthinum

[Top || Afkomst en carrière | De Catilinae coniuratione | Bellum Iugurthinum | Historiae]

In 42 v.Chr. was Sallustius er met een nieuw werk. Hierin behandelde hij de oorlog die Rome tussen 111 en 105 v.Chr. voerde tegen de Numidiër Iugurtha, een koloniaal "schandaal, dat zijn oorsprong had in den ondernemingsgeest van een gewetenloozen inlandschen vorst, maar slechts mogelijk werd door de verdorvenheid der Romeinsche grooten" (dixit A. GEEREBAERT S.I.) - we mogen er nog bijvoegen: en door hun onbekwaamheid.

Diegenen die, naar hun eigen zeggen, de belangrijkste behoeders waren van de zaak van Rome, berokkenden haar het meeste schade. De samenzwering van Catilina had dit duidelijk laten blijken wat het binnenland betreft, maar voor het eerst was dit gebleken in de buitenlandse politiek, in de oorlog tegen Jugurtha. Sallustius wilde de geschiedenis schrijven van deze oorlog, zegt hij zelf in de inleiding op zijn Bellum Iugurthinum, omdat het een hevige en verwoede confrontatie was geweest, met winst en verlies voor beide partijen, maar ook omdat toen voor het eerst superbiae nobilitatis obviam itum est - "ingegaan werd tegen de eigengereidheid van de optimates", met hevige conflicten in de binnenlandse politiek. Het was de leider van de populares, de homo novus Marius, die de zaak uiteindelijk rechtzette.

Toch is het vooral in zijn tweede werk opvallend - in de Catilina is dit slechts onderhuids aanwezig - hoe in Sallustius' ogen geen enkel politicus absoluut "goed" of "slecht" is. Van zijn held Marius verzwijgt Sallustius de kleine kanten niet. De latere dictator Sulla, die hij als zodanig gedoodverfd had in zijn Catilina, is hier nog de jonge en ambitieuze officier met onbetwistbare kwaliteiten. Later zouden de twee tegenover elkaar komen te staan, met de eerste burgeroorlog en de bloedige dictatuur van Sulla als gevolg. In zijn Inleiding op De Catilinae coniuratione had Sallustius reeds geschreven: "Mocht bij koningen en leiders de kwaliteit van de geest in vredestijd op dezelfde manier tot uiting komen als in de oorlog, de wereld zou rechtvaardiger en veiliger zijn...".

Precies dàt kan een aanwijzing zijn voor de essentie van wat Sallustius ons wil meedelen in deze beide werken: vermijd het aan één persoon of één groep té lang de macht te geen, want iedereen heeft zijn slechte kanten die onvermijdelijk aan de oppervlakte moeten komen. Macht maakt corrupt, en niemand kan daaraan ontsnappen: ita imperium semper ad optumum quemque a minus bono transfertur. Niet omwille van een naam of een stamboom verdient een politicus het recht op de hoogste staatsmacht, wel omwille van zijn persoonlijke kwaliteiten en zijn verdiensten tegenover de res publica. Het republikeinse staatsbestel, waarvan Sallustius de laatste stuiptrekkingen heeft meegemaakt, was niet slecht op zichzelf. Maar, gestoeld en gegrondvest op de idee dat de res publica de enige garantie was voor de res privatae, m.a.w. dat persoonlijk welzijn wortelde in het welzijn van de openbare orde, kon het niet meer functioneren met mensen van wie de persoonlijke belangen vaak elders lagen en niet meer samenvielen met de belangen van Rome. Van een stadstaat aan de Tiber was "Rome" uitgegroeid tot een imperium dat bijna gans de toen gekende wereld omvatte.


Historiae

[Top || Afkomst en carrière | De Catilinae coniuratione | Bellum Iugurthinum | Historiae]

Ongetwijfeld heeft hij ook in zijn Historiae, die een vervolg zouden zijn op het gelijknamige werk van de historicus Sisenna, hetzelfde thema behandeld. Dat meent men te mogen afleiden uit de enkele bewaarde fragmenten (vooral redevoeringen). Dit derde werk was omvangrijker en belangrijker: in vijf boeken behandelde hij hierin de periode tussen 78 v.Chr. (dood van Sulla) en 67 v.Chr. Waarschijnlijk moest het werk nog worden voortgezet na dat jaar, maar in 35 v.Chr. stierf Sallustius, 52 jaar oud, zonder dat hij het werk kon voltooien dat zijn magnum opus moest worden. Want hierin was de Oudheid formeel: zijn Historiae beschouwden de Romeinen als zijn meesterwerk.

Eigenaardig genoeg bleven van dit werk slechts de redevoeringen bewaard, naast enkele citaten bij andere auteurs. Onsterfelijk werd onze auteur door zijn twee korte essays. De vele citaten en de vele bewaarde handschriften leren ons hoe populair hij is gebleven, lang nadat het Latijn als levende taal had opgehouden te bestaan.

[Home | top]


© Leopold Winckelmans - 1999-2006.

Valid HTML 4.01!   WebCounter