Dit blaadje uit een "carnet" zat in een Geerebaertuitgave van De Bello Gallico (de oude, in twee delen) in de lerarenbibliotheek van het Sint-Jan Berchmanscollege te Antwerpen. De medespelers zijn een zekere Jan Smits, Paul Derouck en Gust Christiaansen. De nota in potlood onderaan verwijst waarschijnlijk naar de auteur. De omstandigheden waarin het is gemaakt, zijn ons niet bekend. Dat de leraar het heeft bewaard, wijst er wel op dat hij dit stukje studentenwerk kon appreciëren! Was het een straf? Was het "zomaar iets"?
Het Latijn doet sterk denken aan de paradigmata van Geerebaert en aan zekere passages uit het vijfde boek van De Bello Gallico; die zullen dus wel als geheugenles zijn opgegeven tijdens dat schooljaar. Fouten en verschrijvingen zijn zeldzaam maar ontbreken niet. Het geheel is een stukje studentenamusement dat zeker bepaalde herinneringen zal oproepen.
Nadat Jan Smits onverdiend straf had gekregen, sprak Paul Derouck,
zeer grote snodaard, volgenderwijze:
"Dat hij er niet de schuld van was dat Jan een straf had gekregen maar
dat hij de strafstudie zou doen in Jan's plaats! Als hij maar zijn smikkel hield of
niet zou zeggen dat zijn vader aan de professors vele pateekes had
gegeven (de vader van Derouck is bakker). Dat Gust Christiaansen
zelfs, op bevel van zijn kameraden, een tuttenfrut had willen plakken in
de haren van Jan. Dat Gust moest uitgeroeid worden. Dat hij zich als
helper aanbood voor deze zaak. Dat hij dit plan had beraamd: hij zou
bij 't krieken van de dag een
inval doen bij Gust. Na de deur met de stormram te hebben geforceerd,
zou hij, gewapend met speren, in het vuur geharde puntige stokken,
schilddaken en een slinger, naar Gusts slaapplaats gaan. Hij zou bevelen dat
Gust in pijama naar buiten moest komen. Jan Smits zou, door projectielen
te gooien, moeten verhinderen dat de anderen ter hulp konden komen.
Men zou zo vlug moeten handelen dat er geen gelegenheid tot bravoure
of een kans om de wapens te grijpen, overbleef. Dan zou hij bevelen dat
Gust naar zijn huis moest gaan. Zijn graf zou nooit
gevonden worden. De enen zouden dit zeggen, de anderen dat".
Na deze aanspraak ging Derouck terug weg. Laat hij een snodaard zijn,
laat hij een bierbuik zijn, laat hij een dief zijn, het is toch een goed
aanvoerder.
Ter ere van Derouck werd door de senaat en het volk van de Kerkstraat een dankfeest van twintig dagen afgekondigd, wat tevoren niemand is te beurt gevallen.
retenuum facere: retenue (strafstudie) doen
smikkelum tenere: z'n smikkel (mond) houden
pateka,-ae: pateeke (gebakje)
boulangerus, -i: bakker
plakkere tutumfruttum: een tuttenfrut (kauwgom - van tuttifrutti) plakken
pygamaum: pijama
bierbuikus, -i: een bierbuik