Albius Tibullus, Elegie I.3.

Tekst


[Home || Dadelijk naar tekst | inleiding | verklaring | vertaling || Classical Page]

Teksten van Latijnse auteurs zijn niet zomaar "persklaar", met hoofdletters, punten, komma's, e.d. rechtstreeks uit de Oudheid in de twintigste eeuw aanbeland. Zij zijn bewaard in afschriften, en dat bedoelen we letterlijk: met de hand geschreven kopieën van weer andere kopieën dienden zelf als bron voor weer andere afschrijvers [voorbeelden vind je op virtuele tentoonstelling van manuscripten uit de Vatikaanse Bibliotheek], tot eerst de incunabeldruk, later de boekdrukkunst het mogelijk maakte één versie in (theoretisch) duizenden exemplaren te verspreiden [zie b.v. de Venetiaan Aldus Manutius]. De oudste gedrukte Tibullusuitgaven dateren van 1472.

De oudste manuscripten of codices zijn nog meerdere honderden jaren jonger dan het origineel, als er al ooit één origineel heeft bestaan. Van Vergilius dateren de oudste handschriften uit de Late Oudheid (5de eeuw na Christus) en dat is een zeer uitzonderlijke situatie. Meestal mogen we al blij zijn met manuscripten uit de negende eeuw na Christus. Van onze Tibullus dateert het oudste volledige exemplaar uit de tweede helft van de veertiende eeuw.

Wie "overschrijven" zegt, zegt meteen "fouten maken". Dat geldt voor alle tijden, ook voor de tijd van het WWW! Als je dan weet in welke omstandigheden vroeger moest worden gewerkt, hoe het geschrift eruit zag, dat soms een origineel werd gebruikt dat al enkele eeuwen oud was en daar de sporen van droeg, dat sommige overschrijvers hun origineel maar meteen "verbeterden", dan mag wel duidelijk zijn dat de verschillende exemplaren van, in dit geval Tibullus, ook een verschillende versie van de teksten hebben bewaard, in details meestal (over de duidelijke spelfouten spreken we niet), maar toch: soms weten we niet meer wat Tibullus nu precies heeft bedoeld... en kleine details kunnen zeer belangrijk zijn om de betekenis van de tekst te achterhalen.

Daarom zijn hieronder, in het rood naast de tekst, enkele varianten of variae lectiones opgenomen, zoals je die kan vinden in het tekstkritisch apparaat van de wetenschappelijke edities van oude (en zelfs van de moderne!) auteurs. Het zijn slechts enkele voorbeelden, maar ze tonen voldoende hoe belangrijk het is er rekening mee te houden dat een aantal van de "feiten" uit de Oudheid eigenlijk staan of vallen met de ingevingen van één geleerde die een tekst, tientallen eeuwen nadat hij werd geschreven, "persklaar" heeft gemaakt. Zo is Tibullus b.v. geboren uit een familie van Romeinse equites (ridders) van Gabii, omdat een zekere Bährens (overigens niet zomaar een amateur!) eques regalis (inderdaad nonsens voor zover we weten) heeft verbeterd tot eques R(omanus) e Gabis (= Gabiis). Dat is een ingenieuze oplossing voor het tekstkritisch probleem, maar niet iedereen is het met deze oplossing eens...


Gebruikte edities:

Handschriften: A: 14e eeuw (Biblioteca Ambrosiana, Milaan) en V: 15e eeuw (Biblioteca Vaticana, Rome) zijn basishandschriften voor de reconstructie van de tekst. Enkele andere handschriften zijn hieronder afgekort als B: 1423 (Parijs), G: 15e eeuw (Wolfenbüttel), P: 1467 (Biblioteca Vaticana, Rome), Q: 1455-1460 (Brescia).


  1. Ibitis Aegaeas sine me, Messalla, per undas,
  2.   o utinam memores ipse cohorsque mei:
  3. me tenet ignotis aegrum Phaeacia terris...
  4.   Abstineas avidas Mors modo nigra manus - || modo nigra AVP : precor atra aliqui codd.
  5. abstineas, Mors atra, precor: non hic mihi mater
  6.   quae legat in maestos ossa perusta sinus,
  7. non soror, Assyrios cineri quae dedat odores
  8.   et fleat effusis ante sepulcra comis,
  9. Delia non usquam quae, me cum mitteret urbe,
  10.   dicitur ante omnes consuluisse deos.
  11. Illa sacras pueri sortes ter sustulit: illi
  12.   rettulit e triviis omnia certa puer. || triviis codd. : trinis Muret | omnia AVPG : omina Acorr.
  13. Cuncta dabant: reditus. Tamen est deterrita numquam
  14.   quin fleret nostras respiceretque vias.
  15. Ipse ego solator, cum iam mandata dedissem,
  16.   quaerebam tardas anxius usque moras:
  17. aut ego sum causatus aves aut omina dira
  18.   Saturnive sacram me tenuisse diem.
  19. O quotiens ingressus iter mihi tristia dixi
  20.   offensum in porta signa dedisse pedem...
  21. Audeat invito ne quis discedere Amore,
  22.   aut sciat egressum se prohibente deo.
  23. Quid tua nunc Isis mihi, Delia, quid mihi prosunt
  24.   illa tua totiens aera repulsa manu,
  25. quidue, pie dum sacra colis, pureque lavari || dum Vcorr.GP : deum AV
  26.   te, memini, et puro secubuisse toro?
  27. Nunc, dea, nunc succurre mihi (nam posse mederi
  28.   picta docet templis multa tabella tuis)
  29. ut mea votivas persolvens Delia voces || ut AV : et GQ
  30.   ante sacras lino tecta fores sedeat
  31. bisque die resoluta comas tibi dicere laudes
  32.   insignis turba debeat in Pharia,
  33. at mihi contingat patrios celebrare Penates
  34.   reddereque antiquo menstrua tura Lari.
  35. Quam bene Saturno vivebant rege, priusquam
  36.   tellus in longas est patefacta vias!
  37. Nondum caeruleas pinus contempserat undas,
  38.   effusum ventis praebueratque sinum,
  39. nec vagus ignotis repetens compendia terris
  40.   presserat externa navita merce ratem.
  41. Illo non validus subiit iuga tempore taurus,
  42.   non domito frenos ore momordit equus...
  43. Non domus ulla fores habuit, non fixus in agris
  44.   qui regeret certis finibus arva, lapis:
  45. ipsae mella dabant quercus, ultroque ferebant
  46.   obvia securis ubera lactis oves
  47. Non acies, non ira fuit, non bella, nec ensem
  48.   immiti saevus duxerat arte faber.
  49. Nunc Iove sub domino caedes et vulnera semper,
  50.   nunc mare, nunc leti mille repente viae...
  51. Parce, pater. Timidum non me periuria terrent,
  52.   non dicta in sanctos impia verba deos.
  53. Quod si fatales iam nunc explevimus annos,
  54.   fac lapis inscriptis stet super ossa notis:
  55. HIC IACET . IMMITI CONSVMPTVS MORTE . TIBVLLVS.
  56.   MESSALLAM TERRA DVM SEQVITVRQVE MARI.
  57. Sed me, quod facilis tenero sum semper Amori,
  58.   ipsa Venus campos ducet in Elysios:
  59. hic choreae cantusque vigent, passimque vagantes
  60.   dulce sonant tenui gutture carmen aves.
  61. Fert casiam non culta seges, totosque per agros
  62.   floret odoratis terra benigna rosis.
  63. Ac iuvenum series teneris immixta puellis
  64.   ludit, et adsidue proelia miscet amor...
  65. Illic est, cuicumque rapax Mors venit amanti,
  66.   et gerit insigni myrtea serta coma.
  67. At scelerata iacet sedes in nocte profunda
  68.   abdita, quam circum flumina nigra sonant...
  69. Tisiphoneque impexa feros pro crinibus angues
  70.   saevit et huc illuc impia turba fugit...
  71. tum niger in porta serpentum Cerberus ore
  72.   stridet et aeratas excubat ante fores.
  73. Illic Iunonem temptare Ixionis ausi
  74.   versantur celeri noxia membra rota,
  75. porrectusque novem Tityos per iugera terrae
  76.   adsiduas atro viscere pascit aves.
  77. Tantalus est illic, et circum stagna: sed acrem
  78.   iam iam poturi deserit unda sitim.
  79. Et Danai proles, Veneris quod numina laesit,
  80.   in cava Lethaeas dolia portat aquas.
  81. Illic sit quicumque meos violavit amores,
  82.   optavit lentas et mihi militias.
  83. At tu casta precor maneas, sanctique pudoris
  84.   adsideat custos sedula semper anus.
  85. Haec tibi fabellas referat positaque lucerna
  86.   deducat plena stamina longa colu.
  87. Ac circa gravibus pensis adfixa puella || ac AVP : at aliqui codd.
  88.   paulatim somno fessa remittat opus.
  89. Nunc veniam subito, nec quisquam nuntiet ante, || nunc AV : tunc Vcorr.GP
  90.   sed videar caelo missus adesse tibi...
  91. Tunc mihi, qualis eris longos turbata capillos,
  92.   obvia nudato, Delia, curre pede.
  93. Hoc precor, hunc illum nobis Aurora nitentem
  94.   Luciferum roseis candida portet equis.

[Home || top | tekst | inleiding | verklaring | vertaling || Classical Page]


© Leopold Winckelmans - 1999-2006.

Valid XHTML 1.0!   WebCounter