Teksten van Latijnse auteurs zijn niet zomaar "persklaar", met
hoofdletters, punten, komma's, e.d. rechtstreeks uit de Oudheid in de twintigste
eeuw aanbeland. Zij zijn bewaard in afschriften, en dat bedoelen we letterlijk: met de hand
geschreven kopieën
van weer andere kopieën dienden zelf als bron voor weer andere afschrijvers
[voorbeelden vind je op virtuele tentoonstelling van manuscripten uit de Vatikaanse
Bibliotheek],
tot eerst de incunabeldruk, later
de boekdrukkunst het mogelijk maakte één versie in (theoretisch) duizenden
exemplaren te verspreiden [zie b.v. de Venetiaan
Aldus Manutius]. De oudste
gedrukte Tibullusuitgaven dateren van 1472.
De oudste manuscripten of codices
zijn nog meerdere honderden jaren jonger dan het origineel, als er al ooit één
origineel heeft bestaan. Van Vergilius dateren de oudste handschriften uit de
Late Oudheid (5de eeuw na Christus) en dat is een zeer uitzonderlijke situatie.
Meestal mogen we al blij zijn met manuscripten uit de negende eeuw na
Christus. Van onze Tibullus dateert het oudste volledige exemplaar
uit de tweede helft van de veertiende eeuw.
Wie "overschrijven" zegt, zegt meteen "fouten maken". Dat geldt voor alle
tijden, ook voor de tijd van het WWW! Als je dan weet in welke omstandigheden
vroeger moest worden gewerkt, hoe het geschrift eruit zag, dat soms een
origineel werd gebruikt dat al enkele eeuwen oud was en daar de
sporen van droeg, dat sommige overschrijvers hun origineel maar meteen
"verbeterden", dan mag wel duidelijk zijn dat de verschillende
exemplaren
van, in dit geval Tibullus, ook een verschillende versie van de teksten
hebben bewaard, in details meestal (over de duidelijke spelfouten spreken
we niet), maar toch: soms weten we niet meer wat
Tibullus nu precies heeft bedoeld... en kleine details kunnen zeer
belangrijk zijn om de betekenis van de tekst te achterhalen.
Daarom zijn hieronder, in het rood naast de tekst, enkele varianten
of variae lectiones opgenomen, zoals je die kan vinden in het
tekstkritisch apparaat van de wetenschappelijke edities van
oude (en zelfs van de moderne!) auteurs. Het zijn slechts enkele voorbeelden,
maar ze tonen voldoende hoe belangrijk het is er rekening mee te houden
dat een aantal van de "feiten" uit de Oudheid eigenlijk staan of vallen met
de ingevingen van één geleerde die een tekst, tientallen eeuwen
nadat hij werd geschreven, "persklaar" heeft gemaakt. Zo is Tibullus b.v.
geboren uit een familie van Romeinse equites (ridders) van
Gabii, omdat een zekere Bährens (overigens niet zomaar een amateur!)
eques regalis (inderdaad nonsens voor zover we weten) heeft
verbeterd tot eques R(omanus) e Gabis (= Gabiis). Dat is een ingenieuze
oplossing voor
het tekstkritisch probleem, maar niet iedereen is het met deze
oplossing eens...
G. LUCK, Albii Tibulli aliorumque carmina, Bibliotheca Teubneriana, Stuttgart, 19982.
Handschriften:
A: 14e eeuw (Biblioteca Ambrosiana, Milaan) en
V: 15e eeuw (Biblioteca Vaticana, Rome)
zijn basishandschriften voor de reconstructie van de tekst.
Enkele andere handschriften zijn hieronder afgekort als
B: 1423 (Parijs),
G: 15e eeuw (Wolfenbüttel),
P: 1467 (Biblioteca Vaticana, Rome),
Q: 1455-1460 (Brescia).