[ Modaliteit | Wijze van het werkwoord | Modus van de zin | Constatatie en eventualis | Objectief en subjectief | Zinstypes]
Modaliteit is een nuancering, door de spreker, van de feitelijkheid van hetgeen hij zegt.
Elke uitspraak die wij doen geeft uiteraard onze visie weer. Elke uitspraak is dan ook "gekleurd". Zij kan objectief gekleurd zijn: dan is ons verstand ermee gemoeid. Vaak is zij subjectief gekleurd: dan laten wij onze gevoelens blijken. Elke zin die wij horen of lezen heeft dus modaliteit in zich.
Modaliteit is zichtbaar (en hoorbaar) aanwezig
1. in de werkwoordsvorm,
2. in een groot aantal uitdrukkelijk aanwezige woorden (hulpwerkwoorden,
bijwoorden, partikels)
3. in de vorm (constructie) van de zin.
4. in de zo belangrijke intonatie.
Een aantal voorbeelden uit het Nederlands zullen duidelijk maken wat wij onder modaliteit verstaan. Het feit waarover in al deze voorbeelden wordt gesproken is dat een zekere Delfine iets aan een zekere Fons vertelt.
[Modaliteit | Wijze van het werkwoord | Modus van de zin | Constatatie en eventualis | Objectief en subjectief | Zinstypes]
Elke vervoegde werkwoordsvorm heeft modaliteit in zich: hij staat in een bepaalde modus of wijze. Deze wijzen zijn:
Deze drie wijzen van het werkwoord bepalen, in een bepaalde context, in een bepaalde tijd, soms in combinatie met de andere elementen die hierboven gegeven zijn, de modaliteit van de zin.
[Modaliteit | Wijze van het werkwoord | Modus van de zin | Constatatie en eventualis | Objectief en subjectief | Zinstypes]
Afhankelijk van de verhouding van de uitspraak tot de realiteit, kan de spreker zijn uitspraak een bepaalde modaliteit geven. We onderscheiden:
[Modaliteit | Wijze van het werkwoord | Modus van de zin | Constatatie en eventualis | Objectief en subjectief | Zinstypes]
Vele verschillende zinstypes kunnen we klasseren als constaterend of als eventualis.
Constaterende uitspraken hebben in principe betrekking op het verleden of het heden. Zij spreken over een feit: er kan niets meer aan veranderd worden.
Eventualis-uitspraken hebben betrekking op de toekomst. Zij hebben het over iets mee dat nu nog geen feit is, maar het kan of moet worden: er kan nog iets aan gedaan worden.
[Modaliteit | Wijze van het werkwoord | Modus van de zin | Constatatie en eventualis | Objectief en subjectief | Zinstypes]
De vele verschillende zinstypes kunnen we klasseren als objectief of als subjectief.
Een objectieve uitspraak laat niets zien van de gevoelens van de spreker.
Een subjectieve uitspraak laat de gevoelens van de spreker doorschemeren.
Combineren we dat onderscheid met dat tussen een constatatie en een eventualis, en dat tussen realis, potentialis en irrealis, dan krijgen we het volgende:
[Modaliteit | Wijze van het werkwoord | Modus van de zin | Constatatie en eventualis | Objectief en subjectief | Zinstypes]