Horatius, Oden, III.30

[Home | Index vertalingen]

Ik heb het klaar, een monument duurzamer dan brons
en hoger dan de koninklijk gelegen piramiden,
dat noch de knagende regen noch de tomeloze Noordenwind
gaat kunnen neerhalen, of een eindeloze
rij van jaren en het voortsnellen der eeuwen.
Ik ga niet helemaal sterven: een groot deel van mij
gaat Libitina omzeilen. Zonder ophouden zal ík groeien
in de appreciatie van latere generaties altijd jong zolang op het Kapitool
de hogepriester de trappen beklimt met de zwijgende maagd.
Men zal van mij zeggen, waar de geweldige Aufidus bruist
en waar, arm aan water, Daunus over boeren-
volkeren heeft geregeerd, dat ik, uit nederige stam en toch van aanzien,
de eerste het Aeolische lied tot Italische
ritmes heb gevormd. Neem mijn trots aan
gezocht in verdienste en omkrans mij met Delphische
laurier, genadig, Melpomene, de haren.

[top]


© Leopold Winckelmans - 1999-2006.

Valid HTML 4.01!   WebCounter