Horatius, Oden, I.5

[Home | Index vertalingen]

Wie is het ditmaal, de ranke knaap die jou in een weelde van rozen
druipnat van parfums in zijn armen drukt,
Pyrrha, onder je favoriete grotgewelf?
Voor wie bind je een lint in je gouden haar,

geraffineerd eenvoudig? Ach, hoe vaak zal hij nog om trouw
wenen en om goden die zich bedacht hebben, en bij het geweld
van een zee vol donkere stormwinden
sprakeloos staan en onervaren,

hij die jou nu van hem noemt, lichtgelovig en verblind door gouden schijn,
die een altijd gereed, een altijd hunkerend meisje
voor ogen heeft maar de wind niet kent,
bedrieglijk. Sukkelaars, voor wie

jij straalt terwijl ze je niet kennen. Ik - een gewijde muur
met een votiefschilderijtje ertegen laat zien dat ik kletsnatte
kleren heb opgehangen voor de machtige
god van de zee.

[top]


© Leopold Winckelmans - 1999-2006.

Valid HTML 4.01!   WebCounter