Sulpicia - Corpus Tibullianum III.13 (IV.7)

[Home | Index vertalingen | Epigram | Commentaar]

Eindelijk is hij gekomen,
de Liefde in persoon. Dat ik zo iemand
beschermde tegen schaamte
in plaats van
aan iemand bloot te geven
die naam wil ik het liefste hebben...

Vermurwd met mijn muzen bracht
Cytherea hem in mijn armen
en legde hem aan mijn hart -
mijn Venus gaf 't genot dat was beloofd.
Wanneer men zal zeggen van iemand dat hij
zijn deel niet heeft gekregen,
mag die van zijn genot vertellen... Ik,
dat ik
niet één woord
in een briefje met m'n zegel neerschrijf,
dat niemand dan mijn liefste dát zal lezen
als eerste, dat wil ik.

Hoewel... de zonde smaakt heerlijk,
't gezicht in de plooi houden
wordt een last, want
hij was 't waard en
't is toch algemeen geweten:
ik heb hem niet teleurgesteld...

[Top]


© Leopold Winckelmans - 1999-2006.

Valid HTML 4.01!   WebCounter