Vergilius, Aeneïs, I.34-80

[Home | Index vertalingen] [Vorige | Volgende]

  1. Nauwelijks, uit het zicht van 't Sicilische land op weg naar volle zee,
  2. zetten ze de zeilen bij, opgewekt, en sloegen met het brons de schuimkoppen op 't water
  3. of Juno, die in haar hart de eeuwige wonde koesterde,
  4. zei dit bij zichzelf: "Ik van mijn opzet afzien, mij gewonnen geven
  5. en een koning der Treuci niet kunnen afwenden van Italië?
  6. Ach ja...'t is mij verboden: door de lotsbeschikkingen! Kon Pallas niet de vloot
  7. der Argiven in vlammen doen opgaan en hén doen vergaan in de zee
  8. omwille van de onvoorzichtigheid en waanzin van één man: Ajax, zoon van Oileus?
  9. Zelf slingerde ze uit de wolken het allesvernietigend vuur van Iupiter,
  10. sloeg de boten uiteen en keerde de watervlakte met de winden om.
  11. Hem -vlammen brakend uit z'n doorboorde borst-
  12. met een draaikolk greep ze hem en spietste hem op een scherpe klip.
  13. Ik daarentegen, die onder de goden voortschrijd als de koningin, van Jupiter
  14. én de zuster én de echtgenote, met één stam, al zovele jaren,
  15. voer ik óórlogen. En aanbidt nog iemand de goddelijke macht van Juno
  16. vanaf nu of zal nog één smekeling op de altaren een gave leggen?"
     
  17. Met laaiend gemoed en in zichzelf met dergelijke gedachten bezig, kwam de godin
  18. in het thuisland der stormen -plaatsen zwanger van razende (Zuiden)winden-
  19. in Aeolia. Hier, in een wijde grot, houdt koning Aeolus
  20. de worstelende winden en de gierende stormvlagen
  21. met z'n gezag in bedwang en toomt ze in met boeien en de kerker.
  22. Zij, verontwaardigd, briesen met groot gedreun van de berg
  23. langsheen de afsluitingen. Hoog verheven zetelt Aeolus in z'n burcht
  24. met z'n scepter in de hand, en bedaart de gemoederen en sust de razernijen.
  25. Indien hij dat niet meer zou doen, zouden ze zeeën en zelfs landen en 't diepe hemelgewelf
  26. inderdaad met zich meevoeren -allesvernietigend- en meesleuren doorheen de luchten.
  27. Maar de almachtige vader stopte hen in donkere krochten weg,
  28. daar hij dit vreesde, legde er een massa hoge bergen bovenop,
  29. en gaf hun een koning die volgens vaste regels
  30. hen moest weten te bedwingen en -op bevel- de vrije teugel laten.
     
  31. Tot hem richtte Iuno zich toen als een smekelinge:
  32. "Aeolus -want aan jou heeft de vader der goden en de leider der mensen
  33. de mogelijkheid gegeven de golven zowel te strelen als op te heffen met de wind-
  34. een mij vijandig geslacht bevaart de Tyrrheense Zee
  35. en brengt Troje naar Italië alsook de overwonnen Penaten:
  36. sla de winden kracht in en verzwelg de volgelopen stevens
  37. of drijf ze naar verschillende kanten en smijt de lichamen uiteen in de zee.
  38. Ik beschik over tweemaal zeven nimfen met een schitterend lichaam
  39. waarvan ik haar die van figuur het mooiste is, Deïopea,
  40. in een vast huwelijk met jou zal verbinden en plechtig tot de jouwe verklaren
  41. om met jou -in ruil voor zulke verdiensten- al haar jaren
  42. door te brengen en van jou een vader met een mooie kroost te maken."
  43. Aeolus zei hierop: "O koningin, wat je verkieslijk vindt
  44. overdenken, dat is uw taak . Mij is het (goddelijk) recht gegeven wat bevolen is, uit te voeren.
  45. Jij brengt mij wat dit is aan koninkrijk, mijn scepter en Iupiter,
  46. jij geeft dat ik aan de dis der goden kan aanliggen
  47. en maakt mij over stormen en onweders meester."

[top]


Op basis van een vertaling door Erik De Bom, 5 GL 1999-2000


© Leopold Winckelmans - 1999-2006.

Valid HTML 4.01!   WebCounter