Vergilius, Aeneïs, IV.331-361

[Home | Index vertalingen]  [Vorige | Volgende]

Ze was klaar met spreken. Hij, omwille van Juppiter's verwijten, hield z'n ogen
onbewogen en hardnekkig drukte hij zijn verdriet weg in zijn hart.
Tenslotte antwoordde hij dan iets: "Dat jij - zeer vele zaken zijn er die je op
kan noemen - verdiensten hebt, ga ík, koningin, nooit ontkennen
en ik zal nooit spijt hebben terug te denken aan Elissa,
zolang ik mij bewust ben van mijzelf, zolang een ziel dit lichaam beheerst.
Als verdediging ga ik maar enkele dingen zeggen. Als een dief deze aftocht verheimelijken ben ik niet
van plan geweest, beeld u dat niet in, noch ben ik ooit met bruidegoms-
fakkels komen aandragen of heb ik mij in dergelijke overeenkomsten verplicht.
Indien de lotsbeschikkingen mij toelieten mijn leven te leiden naar mijn
eigen inzichten en naar mijn eigen zin mijn problemen op te lossen,
dan zou ik met de Troiaanse stad allereerst,
met de dierbare resten van de mijnen, bezig zijn: Priamus' hoge daken stonden er dan nog
en ik had de Pergama herbouwd, herrezen door mijn hand voor de verliezers.
Maar nu heeft Apollo van Grynium opgedragen om "het grote ItaliŽ",
de Lycische orakels om "ItaliŽ" op te zoeken.
Dat moet mijn liefde zijn, dat mijn vaderland. Als jij je door de vestingen van Carthago
hoewel een Fenicische, en door de verschijning van een Afrikaanse stad laat vasthouden,
wat kan dan toch in het feit dat de Teucri zich vestigen in 't Ausonische land
het hatelijke zijn? Ook wij hebben het recht een uitheems rijk te zoeken.
Wat mij betreft, van mijn vader Anchises komt, telkens als in vochtige schaduwen
de nacht de aarde hult, telkens als de vurige sterren opkomen
het warrige beeld me in mijn slaap verwijten en opjagen,
mijn jongen ook, Ascanius, en de geschonden rechten van dat dierbare wezen,
die ik de troon van Hesperia ontzeg en de door het lot beschikte gronden.
Nu heeft zelfs de tolk van de goden, door Juppiter zelf gezonden,
ik zweer het op ons beider hoofd, door de snelle lucht opdrachten
gebracht; ik heb zelf de god in een niet te miskennen licht zien
binnen de muren komen en ik heb zijn stem met deze oren opgevangen.
Laat het én mij én uzelf te ergeren met uw gejammer:
naar ItaliŽ ga ik niet uit vrije wil.

[top]


© Leopold Winckelmans - 1999-2006.

Valid HTML 4.01!   WebCounter