Vergilius, Aeneïs, VIII.314-336

[Home | Index vertalingen]

  1. In deze wouden huisden Faunus' Nymphen, hier inheems
  2. met een mannenras, uit de tronken en t'onbuigzaam hardhout geboren.
  3. Ze hadden regels noch cultuur, evenmin wisten ze stieren in te spannen,
  4. of voorraden aan te leggen, of de vrucht van de arbeid te sparen,
  5. maar de natuur en een schamele jachtbuit hielden hen in leven.
  6. Als eerste kwam Saturnus, van de hemelse Olympus,
  7. op de vlucht voor de wapens van Juppiter, een banneling nu het koningschap hem was ontnomen.
  8. Die maakte de stam, dom en verspreid over de steile heuvels,
  9. één, en gaf hen wetten, en verkoos dat het (hier) Latium werd genoemd,
  10. daar hij zich hier in de streek veilig had kunnen verschuilen.
  11. De "Gouden Eeuwen" waar men 't altijd over heeft, dat was onder deze Koning.
  12. Zo regeerde hij de volkeren in vredige rust,
  13. totdat geleidelijk een minder goede tijd, en ook met minder glans,
  14. en een razende lust naar oorlog, en een drang om te hebben in de plaats kwamen.
  15. Dan zijn de Ausonische horden en de Sicanische stammen gekomen
  16. - wel vaker heeft de Saturnische grond z'n naam afgelegd -
  17. dan de koningen, ondermeer de brute Thybris met z'n ontzaglijk lichaam,
  18. naar wie wij, ItaliŰrs, later de stroom de toenaam "Thybris"
  19. gaven - de Albula verloor z'n echte, oude naam.
  20. Mij, verdreven uit het vaderland en de uithoeken van de zee opzoekend,
  21. hebben de almachtige goden en het onafwendbaar lot
  22. op deze plaats gezet, (mij) leidden de huiveringwekkende voorspellingen van mijn moeder,
  23. de Nymph Carmenta en de verantwoordelijke God Apollo.

[top]


© Leopold Winckelmans - 1999-2006.

Valid HTML 4.01!   WebCounter