Internationale Solidariteit 17de jaargang nr.3 - September 1992 | Peru - Het Vietnam van de jaren negentig

 

 

> Naar overzicht

Janet Talavera: «Ik ben echt trots dat ik als vrouw en als deel van mijn klasse, een klein maar stevig radertje ben in de hele machine die bezig is de oude orde onderste boven te halen».

EI Diario publiceerde in juli 1988 een 48 bladzijden tellend interview met de voorzitter van deze partij, Abimaël Guzman "Presidente Gonzalo". Luis Arce Borja maakte het samen met de in 1992 vermoorde Janet Talavera.
Ik bezocht Janet in de gevangenis in 1991 en in april 1992. In 1991 woonde ik ook een zitting bij
van haar proces.

Naschrift

Op 6 mei 1992 viel het Peruaanse leger de gevangenis Canto Grande binnen. In de daaropvolgende slachtpartij, die duurde tot 10 mei, werden 100 politieke gevangenen gedood. 80 anderen blijven vermist. In de Westerse pers is het alweer desinformatie troef: de gevangenen beschikten zogezegd over zware explosieven en zouden de gevechten uitgelokt hebben.

Bij de slachtpartij werkte het leger met dodenlijsten. Vooral de leden en kaders van de PCP werden geviseerd. Ook Janet Talavera behoorde tot de slachtoffers.

"Verdedig het leven van de politieke en krijgsgevangen."

April 1992. Een familielid voert mee actie bij de gevangenis in Canto Grande. Een maand later worden de gevangen massaal uitgemoord door de troepen van dictator Fujimori.

 

 

Peru, op bezoek bij de gevangen senderistas
Ook achter de tralies wordt de revolutie gemaakt

Lima. Een mistige zondagochtend in augustus 1991.

Vandaag staat er een bezoek aan de modernste en best bewaakte gevangenis van Peru op mijn programma.

Een busreis van meer dan een uur brengt me naar de rand van de stad. Hier begint de woestijn en maak ik kennis met een ander Lima. De wijk hier heet San Juan De Lurigancho. Ze is enorm uitgestrekt, er wonen zevenhonderdduizend mensen. Zoals in zoveel krottenwijken van Lima overheerst hier het stof. De wegen doen ook dienst als stort en riool, de huizen zijn voor het merendeel niet afgewerkt. Zo'n wijk noemt men hier eufemistisch: "Pueblo Joven", jonge wijk.

Na wat zoeken vind ik waar ik voor kom: een gigantische betonstructuur, gloednieuw, de gevangenis Canto Grande. In de pers noemt men ze ook Castro Castro, gevangenis van hoge veiligheid.

Enkele honderden meter voor de ingang staan er een paar standjes van ambulantes, de alomtegenwoordige straatverkopers, die hier bij de bezoekers van de duizenden gevangenen een vast publiek hebben. De cola, de rij wachtenden, is nog kort, zo vroeg op de dag. Mijnverschijning baart opzien, een gringo die de gevangenis komt bezoeken? Als ik uitleg dat ik de gevangenen van de guerrilla wil komen bezoeken, hoor ik er toch bij. Snel krijg ik les in het gevangenis bezoeken: "Je gaat moeten zeggen wie je komt bezoeken, je mag etenswaren en zo meenemen en bij de ambulante, waar je wat koopt, laat je best al de rest achter. Broeksband, schoennestels, zakmes, stadsplan en je geld, bedenk het maar. Voorde militairen is alles én gevaarlijk én best bruikbaar, niet alle dieven zitten achter de tralies, sommige dragen een uniform."

Even later schuif ik mee naar binnen. Paspoorten worden afgenomen, vingerafdrukken geregistreerd. Zo gaat men na of er niemand verwisseld wordt. Andere bewakers zetten een nummer op mijn arm, bij een volgende controlepost wordt ik gefouilleerd. Een viertal controles verder sta ik dan toch in de gevangenis. Een gevangene van gemeenrecht gidst me naar de vrouwenafdeling, paviljoen 1A, waar een driehonderd vrouwen van de PCP worden vastgehouden.

Niets is onmogelijk

Na deze tocht door de gewone gevangenis waarbij ik me niet erg gerust voel, kom ik bij de vrouwen. Opvallend is de netheid van de ingang waar een ontvangstcomité me opwacht. De ontvangstruimte is sober. Hier geen opvallende slogans, die zijn verderop, op het binnenplein aangebracht. Metershoge muurschilderingen van Marx, Lenin, Mao. Een slogan: "Nada es Imposible", niets is onmogelijk. Ik ben op enkele kilometervan het presidentieel paleis duidelijk in een ander Peru aangekomen...

In de gevangenis van Canto Grande:
gevangen Senderistas houden een optocht.

Janet Talavera is mijn gastvrouw. Zij zit in de gevangenis omdat ze meewerkte aan een opzienbarend interview met de voorzitter van de Communistische Partij van Peru (PCP), 'presidente Gonzalo'. Toen zij aan de universiteit studeerde, was zij een diepgelovig katholiek, hevig bewogen door de ellende van het volk. In de strijd maakte zij uit wie er werkelijk consequent aan de kant van de meest onderdrukten stond. Zo werd zij sympathisant van de PCP.

Ze vertelt hoe ze nu al twee jaar vastzit. Haar proces is nog altijd bezig. De tegen haar gebruikte wet EI Ley de apologia werd pas na het beruchte interview afgekondigd. Deze wet verbiedt iets positiefs over Sendero te melden. Het is een muilband die het "democratische" Peru de journalisten aanbindt. Alle officiële publicaties in Peru ondergaan het dictaat. EI Diario die het interview met presidente Gonzalo gepubliceerd had, werd door het leger met dynamiet de clandestiniteit ingeblazen.

Ook verschillende ander vrouwen komen met me praten en discuteren. Ze leggen me uit waarom ze zo voorzichtig zijn geworden: 'wij zijn strijders, leden van het volksleger. Normaal dragen we uniformen: een donkere rok, een rode blouse en een groene pet. Dat hebben we achterwege gelaten. De laatste tijd dagen er te veel verdachte figuren op, ze bezorgen fotomateriaal aan de kranten die dan moeten bewijzen dat we de zaken hier militair in handen hebben, ze beweren zelfs dat we bazooka's hebben."

Provocaties

Die provocaties zijn één van de redenen voor mijn bezoek.

In en buiten Peru worden er over deze gevangenis indianenverhalen verteld. Zo schrijft op 22 juli La Républica, een krant die aanleunt bij reformistisch links, dat de gevangenen van Sendero een uitmoording van zichzelf willen provoceren. "Sendero intenta provocar otra masacre en penal", titelt de krant. Schrijft La Républica zeer scherpzinnig: "Het zal niemand ontgaan zijn dat de subversieven hun voordeel hebben gehaald uit de slachting van Senderistas op 19 juli 1986. "(De sociaal-democraat Allan Garcia had toen bijna 300 gevangenen laten afmaken in de gevangenissen Lurigancho en EI Fronton.) Zulke artikels zijn geen toeval. Ze maken deel uit van een strategie om de gevangenen effectief uit te moorden. Dat blijkt uit gelijkaardige artikels in Peru en Europa. In Alerta, een Nederlands tijdschrift dat beweert het andere nieuws van Latijns-Amerika te brengen, gaat men nog een stapje verder: "Gezien de grote hoeveelheid materiaal waarover Sendero achter de tralies beschikt, zou het geen verbazing wekken dat de gevangenen ook echte wapens in handen hebben. Aan de fouillering zal het niet liggen. De laatste vijf jaar is niets meer in beslag genomen aan de poort van Canto Grande. Een verklaring voor de afwezigheid van enige vorm van bewaking wordt niet gegeven, maar gezien het niets en niemand ontziende geweld van Sendero zal het niet verbazen dat pure angst de gevangenisdirectie weerhoudt orde op zaken stellen. "(Alerta Juli-augustus '91). Onzin natuurlijk. Klinkklare CIA desinformatie waarmee de geesten worden voorbereid voor de meest barbaarse staatsterreur. Hier iets mee naar binnen smokkelen is je zelf immers inviteren op een verlengd verblijf. Meewerken aan het soort informatie dat La Républica en Alerta brengen is meewerken aan een georkestreerde mediacampagne om de uitmoording van meer dan duizend politieke gevangen voor de Peruaanse en vooral de wereldopinie aanvaardbaar te maken.

Lippenstift voor dubbel gebruik

Na enkele uren antichambreren word ik blijkbaar aanvaard en kan ik de rest van het paviljoen bezoeken.

Ondertussen zijn er nog tientallen bezoekers aangekomen. Volksmensen, Indianen uit de bergen. Hele families verenigd. Op de binnenkoer is er tijd voor een praatje. We zitten op de grond, op banken in kleine groepjes. De gesprekken vallen stil als een klein Indiaans meisje een lied uit haar streek zingt. Onwezenlijk klinkt het ijle liedje uit de Andes hier tussen het beton. De interesse en ontroering van de mensen laat wel zien dat dit geen robotten zijn zoals ze in onze pers worden afgeschilderd.

De slogans op de muren, die binnen en buiten de gevangenis zo'n indruk maken, ventellen ook hun verhaal. Buiten de gevangenis worden ze getoond als voorbeeld van sektarisme en almacht van de guerrilla in de gevangenis. Ze zouden te "Chinees" zijn. Een medewerkervan een Belgische koepelorganisatie zei me dat ze zelfs hun liedjes in het Chinees zingen. Ik heb welliedjes in het Quetchua, de taal van de Peruaanse indianen, gehoord en met wat kwade wil maak je daar Chinees van...

Janet vertelt me hoe zulke tekeningen tot stand komen: "Maandenlang werken we eraan. We moeten erg creatief zijn. Je brengt hier niet zomaar verf binnen. Gelukkig is rood de kleur van de revolutie en is lippenstift ook rood. De muurtekeningen zijn illustraties van de politiek van de partij." Een andere gevangene mengt zich in het gesprek: "De slogans drukken uit wat we willen. Een slogan luidt: "Verover de macht in heel het land". Daar zijn we mee bezig. Hier in de gevangenis zeggen we dat het ons eender is welke straf ze ons geven; binnen dit en tien jaar vieren we toch de vrijheid en wint onze revolutie. Langer dan tien jaar kunnen we niet gevangen zitten. Het kan natuurlijk wel dat we hier sneuvelen, als strijders in de gevangenis. Je ziet de provocaties toenemen, maar zelfs een nieuwe slachtpartij hier zal de revolutie niet stoppen. Daarom lanceren we ook de slogan "Waag uw leven voor de revolutie", spreken we over de gevangenis als Iuminosas trincheras de combate (verlichte loopgraven van de strijd)."

Janet legt me ook uit hoe ze het leven in de gevangenis organiseren. "De vrouwen die deel uitmaken van het volksleger blijven ook in de gevangenis de principes van dat leger toepassen. Een deel van de tijd gaat naar fysieke training, een deel gaat naar studie en een deel naar productie. De strijders leven niet op kap van anderen, niet als ze als gewapende strijder tussen de boeren in de Andes leven en dus ook niet hier. Er word artisanaal geproduceerd om een inkomen te hebben. De mannen bakken bijvoorbeeld taart, die kunnen we later op de dag proeven. We organiseren onze voedselvoorziening zelf, we koken zelf. Dat hebben we afgedwongen. De directie geeft wat ons toekomt en verder kweken we zelf kleine dieren voor de stoofpot: konijnen, duiven...

We houden ons ook bezig met de scholing en de alfabetisering van de gevangenen van gemeenrecht. Men probeert ons hier te isoleren. Je zag zelf dat het geen lachertje is om door de gevangenis tot hier te geraken. We zouden daar paniekerig op kunnen reageren maar in plaats daarvan kiezen we voor een offensieve houding. "

Ons groepje groeit constant aan. Er is van gevangenen en bezoekers veel interesse in wat er elders in de wereld over hun revolutie verteld wordt en hoe wij in België werken. Wat de Belgische revolutionairen denken. Of ik weet heb van andere revoluties die vooruitgaan. Ik ben blij hier te zijn met deze mensen. Hier hoor je geen slogans napraten en dat is toch watje in Europa over Sendero hoon. En wat je dikwijls genoeg hoon, daar blijft wat van hangen schijnt het...

Feest en discussie in de gevangenis

Intussen is het al laat op de middag en etenstijd. Eerst houden de vrouwen een korte parade. Hier krijg ik dan toch slogans te horen. Maar die hebben hier een zin. Vele gevangenen en bezoekers zijn ongeletterd. Een voor een brengen de vrouwen een thema naar voor, de groep herhaalt. Zo maken ze aan andere gevangenen en bezoekers duidelijk waar de partij mee bezig is. De besluiten van het laatste plenum van het Centraal Comité, worden zo bekend gemaakt

Het eten zelf is zoals in de volkskeukens. Soep en wat rijst en groenten. Even later komen enkele gevangenen uit het verder gelegen mannenpaviljoen effectief taan verkopen.

Na het eten woon ik een door de vrouwen georganiseerde vormings- en discussiebijeenkomst bij. De nieuwe fase in de bevrijdingsstrijd wordt uitgebreid uit de doeken gedaan. Die nieuwe fase is de overgang van clandestiene comitees in de dorpen naar het openlijk uitoefenen van de nieuwe macht. Er wordt over fouten gesproken en hoe de niet-partijleden en boeren bij het kritiseren hiervan betrokken worden. Het tweede deel van de bijeenkomst is meer een vragenuurtje. Er wordt geantwoord op vragen over de Sovjetunie en Gorbatsjov. De vrouwen die de vergadering toespreken moeten niet naar woorden zoeken of overleggen. Alle vragen worden op een originele manier beantwoord. Geen slogans. Die staan blijkbaar enkel op de muren. En die spoken in de geesten van mensen die deze revolutionairen willen bezwadderen.

Tijd om afscheid te nemen. zelfgemaakte instrumenten en een meegebrachte gitaar begeleiden het gezang van bezoekers en gevangenen. En zelfs in deze gevangenis met zijn grauw beton blijf je in Latijns Amerika: na enkele minuten is iedereen aan het dansen. Bij ons noemen we zoiets een feestje bouwen.

Een halfuurtje later sta ik na een laatste controle van mijn vingerafdrukken terug op straat.

Caretas, La Républica en de nationale inlichtingendienst (SIN), waar die tijdschriften zich op baseren, hadden voor een deel gelijk. De wapens die ik tegenkwam waren niet alleen die van de gevangenisbewakers. De vrouwen hadden er een dat sterker was: een onverwoestbare moraal, een revolutionaire moraal.

Enkele andere zaken zijn voor mij nu ook duidelijker. Ik heb een hele dag kunnen doorbrengen bij die als mysterieus en bloeddorstig afgeschilderde Senderistas. Ik kon vrijuit praten en discuteren met tientallen revolutionairen.

Als anderen dat niet doen en zich beperken tot het overnemen van de clichés en meedoen met de hetze die blijkbaar op grote schaal en goed georkestreerd tegen de Peruaanse revolutie word georganiseerd, is dat hun verantwoordelijkheid. Stellen dat je over Sendero geen andere informatiebron hebt dan de Peruaanse pers en het relaas van hun militaire of politieke tegenstanders is nonsens.

PAUL LEVER 19 FEBRUARI 1992.

> Top