What dreams may come Hollywood schildert vernieuwend beeld van het hiernamaals Fabelachtige liefdes-odyssee die de grenzen van leven en dood overstijgt
Eind december 1998 kwam in onze bioscopen de feeërieke verfilming in roulatie van de roman What dreams may come van Richard Matheson, in het Nederlands vertaald als Poort naar de Eeuwigheid. De film, die het voortbestaan na de dood als thema heeft, brengt op een buitengewoon schilderachtige manier het innige liefdesverhaal in beeld van Chris Nielsen en zijn vrouw Ann. Hun liefdesband is zo sterk dat Chris na zijn dood bereid is de hemel op te offeren om bij zijn vrouw te kunnen zijn wanneer deze na haar zelfmoord in de hel terecht komt en daardoor voor eeuwig van haar man gescheiden dreigt te worden. Film en roman kennen uiteraard een happy end. Wat beide zo fascinerend maakt is hun visie op het hiernamaals die in de roman inhoudelijk meer wordt uitgediept dan in de film maar die op het witte doek zo ingenieus geïnterpreteerd en zo kleurrijk in beeld gebracht wordt dat de verfilming absoluut niet moet onderdoen voor de inmiddels 20 jaar oude roman.Het bijzondere aan het werk van Richard Matheson is dat het in zekere zin een synthese biedt van een groot deel van de literatuur over het hiernamaals die voor 1978 is verschenen, inclusief het toen pas twee jaar oude boek Life after Life van Raymond Moody. Matheson nodigt in de inleiding tot zijn roman de lezer uit de literatuurlijst achteraan in het boek zelf uit te spitten om zelf vast te stellen dat al deze boeken een consistent beeld geven van het hiernamaals. Hij wijst er dan ook op dat niets in het boek verzonnen is behalve dan de personages en hun onderlinge relaties. De rest is volgens hem gebaseerd op onderzoek.
De literatuurlijst die Matheson aanreikt, bevat evenwel lang niet alle werken die twintig jaar geleden reeds over het onderwerp verschenen waren en die een soortgelijk beeld van het hiernamaals schetsen als de auteur doet. Het boek On the death of my son van Jasper Swain uit 1974 - vertaald als De dood van mijn zoon (1) - werd bijvoorbeeld niet in de lijst opgenomen. Het aantal werken over bijna-doodervaringen alleen al is intussen zo toegenomen dat een nieuwe bibliografie ettelijke pagina’s meer in beslag zou nemen.
Zeer opmerkelijk in elk geval is het feit dat een aantal recent gepubliceerde getuigenissen sterk overeenkomen met scènes - of details - uit de roman van Richard Matheson. De scène waarin Chris in de hemel wordt verwelkomd door zijn hond Katie, herinnert bijvoorbeeld heel sterk aan het boek The other side of death van Jan Price uit 1996. Onmiddellijk rijst dan ook de vraag of de roman van Matheson niet als inspiratiebron heeft gediend, met andere woorden of zijn inzichten de inhoud van sommige BDEs niet hebben helpen inkleuren. Uit onderzoek van onze Nederlandse zustervereniging Merkawah is alvast gebleken dat voorkennis van de BDE gepaard gaat met een hogere frequentie van het fenomeen. Misschien bestaat er ook wel een verband tussen voorkennis en de inhoud van de BDE. Dit soort beïnvloeding door andere (schriftelijke of mondelinge) bronnen kan ook na de ervaring - en meer bepaald bij de interpretatie ervan - nog een zeer belangrijke rol spelen.
Basisregels
Een onderzoeker die zich met dit fenomeen heeft beziggehouden in het kader van een onderzoek naar overal ter wereld opduikende en in alle tijden gerapporteerde hiernamaalsreizen is de Roemeen Ioan Couliano (1940-1991). De universaliteit van hiernamaalsreizen is volgens hem gebaseerd op overlevering (2). Niet op de overlevering van een complex geheel van ideeën maar op de overlevering van een beperkt aantal basisregels zoals ‘Er bestaat een hiernamaals; dit hiernamaals bevindt zich in de hemel. Er bestaat een lichaam en een ziel; het lichaam sterft en de ziel gaat naar een andere wereld.’ Zulke groepen van regels vindt men volgens Couliano in praktisch alle tradities terug. De basisregels lijken gewoonlijk heel sterk op elkaar en leveren meestal gelijkaardige conclusies op. Volgens de onderzoeker is filosofie vaak niet meer dan een systematische poging de implicaties van een dergelijke groep regels na te gaan. Deze regels zijn volgens Couliano bovendien zo sterk door het sjamanisme beïnvloed dat men mag aannemen dat ze er ook hun oorsprong in vinden.
De basisregels waar het boek en ook de film op gebaseerd zijn, zouden als volgt kunnen luiden: het bewustzijn overleeft de lichamelijke dood, er bestaat een hiernamaals, dingen en gebeurtenissen in het hiernamaals zijn uitdrukkingen/weerspiegelingen van het bewustzijn. De implicaties van deze drie regels alleen al zijn reeds zo groot dat er verschillende filosfische stromingen zouden kunnen uit voortvloeien. Zo kan men zich eens bezinnen over de vraag wiens bewustzijn het hiernamaals dan eigenlijk wel weerspiegelt.
Film en boek lopen op dit punt sterk uiteen doordat Chris Nielsen in de film na zijn dood in zijn eigen gecreëerd paradijs terecht komt terwijl hij in het boek belandt in de hemelse omgeving van zijn begeleider Albert.
Ongeval
Zowel in het boek, waarin Chris een toneelschrijver is, als in de film, waarin hij kinderarts is, komt het hoofdpersonage om het leven tijdens een verkeersongeval. In de roman is hij gewoon roekeloos. In de film, geregisseerd door Vincent Ward, verongelukt Chris wanneer hij een ander verkeersslachtoffer wil helpen dat betrokken geraakte bij een ongeval in… een tunnel. De keuze van de tunnel was na vijfentwintig jaar BDE-onderzoek natuurlijk niet toevallig.
Chris, gespeeld door de acteur Robin Williams, komt evenwel niet onmiddellijk in het hiernamaals terecht. Zijn gids Albert (Cuba Gooding jr.) heeft de grootste moeite hem te doen inzien dat hij dood is en dat het geen zin heeft zijn vrouw Ann - in de film een restaurateur van schilderijen en zelf ook schilderes - ervan te overtuigen dat hij nog steeds bestaat. Uiteindelijk komt Chris, die in de film zelf ook gepassioneerd is door de schilderkunst, terecht in een hemels decor dat de materialisatie blijkt te zijn van een schilderij dat Ann (Annabella Sciorra) hem ooit cadeau heeft gedaan. Het tot leven gekomen schilderij weerspiegelt in drie dimensies herinneringen aan hun eerste ontmoeting in Zwitserland en bevat een beeld van het droomhuis dat ze ooit zouden willen bouwen. Kunstliefhebbers zullen in het door Chris geschapen paradijs ongetwijfeld de invloed herkennen van schilders als Monet, Caspar David Friedrich en Ferdinand Keller.
Kinderen
Het meest wezenlijke verschil tussen roman en film is de rol die de kinderen van Chris en Ann toebedeeld krijgen. In de film blijven er van de oorspronkelijk vier kinderen slechts twee behouden: Marie en Ian. Zij spelen op het witte doek evenwel een veel essentiëlere rol dan in het boek. Enkele jaren voor het dodelijk ongeluk van hun vader komen ze in de film zelf om het leven in een verkeersongeval, een dramatische gebeurtenis waaronder Ann zwaar gebukt gaat vooral omdat ze zichzelf de dood van haar kinderen verwijt. Ze krijgt een inzinking wat de relatie met haar man onder druk zet. Wanneer deze dan op zijn beurt met zijn wagen verongelukt wanneer hij speciaal voor haar iets gaat ophalen, krijgt de reden voor haar wanhoopsdaad een extra dimensie.
Wanneer Chris van zijn gids Albert verneemt dat Ann als gevolg van haar zelfmoord in de hel terecht gekomen is, wil hij het onmogelijk geachte verwezenlijken: naar de hel reizen om haar te helpen. In de film doen Chris en Albert daarvoor een beroep op de Spoorzoeker, gespeeld door Max Von Sydow, een personage dat in de roman als zodanig niet voorkomt. In de roman is het Albert die Chris begeleid door de hel. Terwijl in het boek Albert gewoon een overleden neef van Chris is, heeft de scenarioschrijver in de film van Albert een Afro-Amerikaanse kinderpsychiater gemaakt bij wie Chris nog in de leer is geweest en voor wie hij grote bewondering had. Wie de Spoorzoeker is en wat zijn relatie met Albert is, wordt pas tegen het einde van de film duidelijk.
Hel
De hel heeft kunstenaars reeds eeuwen geïnspireerd tot de creatie van de meest weerzinwekkende taferelen. De roman is op dit punt veel angstaanjagender dan de film en legt ook veel meer de nadruk op de absoluut negatieve invloed die van de lagere sferen uitgaat. Uiteindelijk vinden Chris en zijn begeleider Ann in haar persoonlijke hel: een grauwe, vervallen versie van het vroegere echtelijke huis. Alhoewel de begeleider van Chris hem ervoor gewaarschuwd heeft dat Ann Chris niet zal herkennen en hem niet zal geloven, probeert Chris zijn vrouw er toch van te overtuigen dat hij inderdaad haar overleden echtgenoot is. Dit lukt enkel op het moment wanneer hij uit liefde voor haar een terugkeer naar de hemel definitief opgeeft en hij zich overgeeft aan de desolaatheid van de lagere sferen. ‘Laat deze hel onze hemel zijn’, fluistert Chris haar nog toe vlak voor de duisternis zijn bewustzijn binnendringt… Zoals reeds gezegd kent zowel het boek als de film een happy end…
Reacties
Waarschijnlijk zijn er evenveel reacties op het boek en de film als er lezers en bioscoopgangers zijn. Beide snijden héél gevoelige thema’s aan: de dood van een partner, de dood van eigen kinderen, zelfmoord en natuurlijk het thema leven na de dood zelf. De consequenties die in het boek en de film aan zelfmoord worden gekoppeld, kunnen heel pijnlijk zijn voor mensen die hiermee geconfronteerd zijn geweest. Op dit punt moet er beslist op gewezen worden dat ook personen die een mislukte zelfmoordpoging hebben gepleegd achteraf soms melding maken van een ‘hemelse’ BDE. Ondanks de boodschap dat innige liefde zelfs de grootst mogelijke afstand die er bestaat kan overbruggen, kan de film wat het onderwerp zelfdoding betreft voor het grote publiek een te eenzijdig beeld ophangen.
De film wil aan het eind van deze soms gruwelijke twintigste eeuw een boodschap van hoop overbrengen. ‘We naderen niet alleen het eind van een decennium, maar ook het eind van de eeuw en het begin van een nieuw millennium,’ aldus Stephen Simon, de producer van What dreams may come. ‘Dit gaat gepaard met een grote hoeveelheid energie, hoop maar jammer genoeg ook angst. De film biedt een grote dosis hoop inzake de waardigheid van het mens-zijn en ons vermogen tot liefhebben, wat beslist een tegengif is voor angst en wanhoop,’ aldus nog Stephen Simon naar aanleiding van de lancering van de film.
Het mag intussen wel duidelijk zijn dat wij de film beschouwen als een absolute aanrader. Dit geldt ook voor de roman die in het Nederlands vertaald werd als Poort naar de Eeuwigheid. Wie na de roman van Matheson nog niet verzadigd is van diens ideeën en zich verder wil verdiepen in de opvattingen die hij presenteert, kan daarna nog terecht bij Seth spreekt van Jane Roberts (3), een werk dat aan het begin van de jaren zeventig ‘gechanneld’ werd. Het wedervaren van Chris in hemel en hel werd in de roman trouwens ook via een medium doorgegeven om zo uiteindelijk bij Robert Nielsen, de broer van Chris, terecht te komen.
Wie het boek heeft gelezen voor de film te hebben gezien, kan nog moeilijk de film als een op zichzelf staand product bekijken omdat men constant beide zit te vergelijken. Ondanks de zware ingrepen die Ron Bass, de scenarioschrijver, heeft doorgevoerd om de roman geschikt te maken voor het witte doek, werd het werk van Richard Matheson zeker geen geweld aangedaan. Integendeel: beide vullen elkaar wat inhoud en vorm betreft elkaar schitterend aan: wat de film onvermijdelijk aan diepgang mist, wordt ruimschoots gecompenseerd in de roman. De fabelachtige special effects van Hollywood creëren op het witte doek dan weer een beeld van het hiernamaals dat de roman gewoonweg niet kan evoceren en dat de traditionele filmvoorstellingen van een hiernamaals gehuld in wolken of witte mist eindelijk ver overstijgt. De vernieuwende film bevat scènes die beslist klassiekers gaan worden in de filmgeschiedenis. Hopelijk valt de film dit jaar op de Oscar-uitreikingen in de prijzen en levert hij de inspiratie om bijvoorbeeld de BDE van auteurs als George Ritchie, Dannion Brinkley of Betty Eadie te verfilmen. (LDV)
Matheson Richard, Poort naar de Eeuwigheid, 1998, Utrecht, Het Spectrum, 304 blz.
(1) Swain Jasper, De dood van mijn zoon, Een verslag van het leven na de dood, 1991, Deventer, Ankh Hermes, 112 blz.
(2) Couliano Ioan, Jenseits dieser Welt. AusserweltlicheReisen von Gilgamesch bis Albert Einstein, 1995, München, Eugen Diederichs Verlag, 331
blz. (3) Roberts Jane, Seth spreekt, 1989, Deventer, Ankh Hermes, 487 blz.
For in that sleep of death what dreams may come, When we have shuffled off this mortal coil, Must give us pause.
Hamlet, Act III, Sc. 1