|
thema's
I
I
I
I
I 
regionalisme
27
april 2007 - Afscheidsspeech in de senaat.
VERKLARING
TOT HERZIENING VAN DE GRONDWET
Debat in senaat donderdag 26 april 2007
Tussenkomst van Lionel Vandenberghe
Mevrouw
de voorzitter,
Mijnheer de minister, Collega’s
Een
herziening van de grondwet? De mensen liggen er niet wakker van. Natuurlijk
liggen ze niet wakker van dat juridisch kluwen dat uiteindelijk het resultaat
is van evenwichten, geschipper, afspraken, tussen de verschillende politieke
partijen in het Noorden, Zuiden, Oosten en Midden van dit land. De mensen
kunnen inderdaad niet meer volgen hoe ingewikkeld de structuur van de
Belgische staat is geworden.
Maar als men de mensen concreet uitlegt waarom de politieke besluitvorming
in België zo ingewikkeld, zo traag en zo inefficiënt is, dan
begrijpen ze het.
Als men de mensen uitlegt dat bepaalde – en ik zal straks voorbeelden
geven – maatregelen onmogelijk kunnen genomen worden, omdat men
in Noord en Zuid verschilt van mening en men hieruit geen consequenties
wil of kan trekken, dan begrijpen ze het wel..
Ik
werd lid van de commissie institutionele aangelegenheden en had gehoopt
dat er een ernstig debat zou plaats vinden over de institutionele toekomst
van België. Gedurende vier jaar is daar niets over gezegd. Of toch,
Brussel-Halle-Vilvoorde. Vorige week donderdagvoormiddag hebben we nog
eens twee uur over de grondwetsherziening vergaderd en vrijdagmorgen van
10u00 tot 11.30u. Het was een boeiend, kort maar onvolledig debat. Veertig
dagen voor de federale verkiezingen kan dat toch niet anders. In België
is er nooit een écht open communautair debat. Het is pas op crisismomenten
of bij een regeringsvorming dat er over gesproken wordt. En dan is een
sereen debat onmogelijk.
Gedurende
mijn passage in deze senaat heb ik geleerd dat de standpunten van Vlamingen
en Franstaligen ook hier op zeer veel punten van het maatschappelijke
gebeuren verschillen.
Ook gewoontes, koopgedrag, smaken en wat nog allemaal verschillen. De
boeiende reportages in De Standaard en Le Soir hebben dit aangetoond.
Is dat erg? Natuurlijk niet. Het is eigenlijk de rijkdom van onze samenleving.
Maar de politieke klasse moet daar consequenties durven uit trekken en
moet daar rekening mee houden in haar besluitvorming.
En dat doen we niet!
Aangezien
het mijn laatste toespraak is hier van op deze tribune, wil ik voorbeelden
halen uit mijn persoonlijke ervaring hier. Twee voorbeelden die héél
frappant zijn.
Ik
diende, samen met enkele Vlaamse collega’s, een wetsvoorstel in
om het beroep van klinisch psycholoog wettelijk te laten erkennen. Enkele
dagen later lag er een voorstel op tafel van Franstalige collega’s
waaruit een totaal andere visie op de problematiek naar voren kwam. Minister
Demotte maakte op basis van deze “Franstalige” versie een
eigen ontwerp.
Het resultaat? Er verandert niets. Dat is zéér erg, want
er is nood aan een degelijke regeling. Ik heb geen probleem dat het Noorden
en het Zuiden van dit land over de geestelijke gezondheidszorg een andere
mening hebben. De enige conclusie is dat men dan in het belang van de
burger moet zorgen voor een regelgeving die beantwoordt aan de behoeften
van de mensen die per regio verschillend zijn.
Het
tweede voorbeeld. De zo noodzakelijke hervorming van de archiefwet.
Een van de conclusies van het Soma-onderzoek over de verantwoordelijkheid
van de Belgische overheden bij de Jodenvervolging was, dat de archiefwet
daterend van 1955 dringend aan herziening toe is.
Een aantal Franstalige collega’s hebben op suggestie van de Rijksarchivaris
vliegensvlug een wetsvoorstel ingediend met een aantal zeer waardevolle
voorstellen. Maar ze waren blijkbaar vergeten dat de Belgische staat sinds
1955 heel wat veranderingen had doorgemaakt. Ik wilde hun voorstel aanpassen
aan de hedendaagse staatsstructuren. Maar dat was een brug te ver. Ondertussen
moeten ondermeer de wetenschappers blijven wachten tot de wet zal veranderen.
Wie weet gedurende de volgende legislatuur?
Ik
heb twee voorbeelden aangehaald uit mijn persoonlijke parlementaire initiatieven.
In
de commissie institutionele hervormingen werd vorige week gesproken over
de “solidarité nationale”.
Hierover is in het Zuiden van het land zoveel misverstand. Het wordt bijna
het schaamlapje voor de Waalse argumentering om alles bij het oude te
laten. Ik heb nergens, in geen enkel programma van een politieke partij
of een Vlaamse drukkingsgroep gelezen dat de solidariteit in twijfel wordt
getrokken. Het moet wel een transparante solidariteit zijn, die berust
op duidelijke afspraken en regels. Ik verwijs steeds naar de solidariteit
in Vlaanderen, die tot uiting komt bv. bij het steunen van projecten in
ontwikkelingslanden, in het verdedigen van de asielzoekers. Waarom zouden
wij niet solidair zijn met onze naaste buur? Vlaanderen heeft immers er
alle belang bij dat de buurlanden economisch welvarend zijn. De UCL-professor
Van Parijs zei nog in De Standaard van dit weekeinde: “Er zijn heel
wat zaken, ook wat werkgelegenheidsbeleid en gezondheidszorg betreft,
waar regionalisering mogelijk is zonder de solidariteit te verbreken”.
Ik
wil nog iets zeggen over het zo belangrijke punt van werk voor de mensen.
De SP.A, die toch niet kan verdacht worden van separatistische neigingen,
vindt dat het werkgelegenheidsbeleid moet worden geregionaliseerd.
Dit is een logische conclusie wanneer men de werkloosheidsstructuur per
regio bekijkt. De conservatieve houding ter zake van de vakbonden verbaast
ons. Een werkgelegenheidsbeleid per regio zal “werk voor iedereen”
bevorderen.
Nog
een ander thema.
Over de koninklijke functie werd in alle talen gezwegen. Of toch niet.
In de commissie werd toch gestemd over het decreet nr. 5 van 24 november
1830. In Vlaanderen wordt een pleidooi gehouden om van het koningschap
een protocollaire functie te maken; dit naar aanleiding van enkele incidenten
met onze drie collega’s senatoren, de prinsen Laurent en Filip en
prinses Astrid. In Wallonië blijft men het koningschap verdedigen.
Het is ooit andersom geweest. Maar er is toch een kentering op komst,
nu onze eminente collega PS-burgemeester Moureaux heeft vastgesteld “dat
er een probleem is”.
Sommigen zeggen dat de Koninklijke functie nu al hoofdzakelijk protocollair
is. Ik betwijfel dit als men vaststelt hoeveel artikels in de huidige
grondwet handelen over de koning. Ik telde er 33, maar waarschijnlijk
heb ik er nog vergeten.
Ook de grondwetswijziging op deze punten zal voor een volgende keer zijn,
omdat de Franstaligen verschillen van mening van de Nederlandstaligen,
ook in deze materie!
Mevrouw
de voorzitter, meneer de minister, collega’s,
Ook
deze keer zal er geen grondige hervorming van de staatsstructuren uit
de bus komen. Misschien zullen de verkiezings-resultaten voor enige verrassing
én beweging zorgen.
Ik heb het al zo dikwijls gezegd, ook in mijn andere functies. Vlaanderen
vraagt geen splitsing om te splitsen. Vlaanderen vraagt een verdere regionalisering
om een coherent bestuur mogelijk te maken en dit in het voordeel van Vlaanderen,
Wallonië, Brussel en de Duitstalige Gemeenschap.
Op cruciale domeinen, zoals gezondheidszorg, het werkgelegenheids-beleid,
de maatschappelijke bijstand en vele andere domeinen is de versnippering
van bevoegdheid hinderlijk en moet de bevoegdheid dus in één
hand komen. Wanneer zeven of acht ministers bevoegd zijn over één
domein, komt men nooit tot een efficiënt bestuur!
Ik wil onze Franstalige collega’s waarschuwen dat hun strakke non-houding
de separatistische stroming in Vlaanderen razendsnel bevordert.
Collega’s
Ik
heb mij de voorbije vier jaar niet verveeld in deze senaat. Ik heb graag
samengewerkt met vele collega’s en talrijke ambtenaren, in het bijzonder
van de commissie buitenlandse aangelegenheden en ook met onze voorzitter
o.m. tijdens de OVSE-bijeenkomsten.
Ik heb geprobeerd onze collega’s te laten aanvoelen, in de commissies,
in de wandelgangen, op buitenlandse zendingen dat niet alle Vlaamsgezinden
separatisten zijn, dat niet alle Vlaams-nationalisten mentaal gehandicapten
zijn, zoals kamervoorzitter De Croo onlangs nog uitflapte, dat een open
en progressief flamingantisme bestaat.
Ik
dank u allen en wens jullie vrede en alle goeds.
---
Verder
>>
|