Een geleerde verhandeling:

De soep van Fernando

Poëzie is een taalbouillonblokje en proza is soep.  Beide kunnen niet veel soeps zijn, maar soep bezit in elk geval het gewoonterecht meer volume in te nemen dan een bouillonblokje.

Fernando beaamt dit laatste in de overtreffende trap.  Fernando is weliswaar niet meer, maar hij liet veel achter dat niet achterlijk is.  Ook soep.

Hij, Fernando Pessoa (1888 - 1935), was de belangrijkste Portugese dichter van de twintigste eeuw.  Geboren in 1888, het jaar met tot op heden het grootste aantal achten na keizer Karel.  Pessoa, geboren om te “achten”.  Misschien een eigenaardige man.  Hij schreef zijn gedichten toe aan fictieve personen: Alberto Caeiro, Ricardo Reis, Alvaro de Campos.  Ze hielden er een eigen stijl en een eigen levensbeschouwing op na.  Hij publiceerde ook onder zijn eigen naam, weer anders.  Onder alle namen was hij bijzonder taalvaardig.

Zijn “Het boek der rusteloosheid” is proza, soep, geen roman.  Het bestaat uit losse aantekeningen, gedachten, beschouwingen.  Pas 47 jaar na de dood van Pessoa uitgegeven.  Het boek leefde vanaf 1990 ook gedrukt in het Nederlands.  Weinig verhaal, geen spanning, een beetje prekerig beschouwend van toon, slechts te lezen omdat er zoveel “mooi” gezegd wordt, omdat er poëzie in steekt, omdat het soep is op smaak gebracht met taalbouillonblokjes.  De uitzonderlijke soep van de dichter.

Ik citeer om verder te verhandelen:

Ik verkies het proza boven de poëzie als kunstvorm...

Ik beschouw het vers als een tussenstadium, een overgangsvorm van muziek naar proza.  Net als muziek is het vers onderworpen aan wetten van ritme, die, ook al zijn het niet de rigide wetten van het reguliere vers, altijd bestaan als wachters, keurslijven, verordeningen met hun vanzelfsprekende onderdrukking en straf.  In het proza spreken wij vrijuit.  We kunnen muzikale ritmen insluiten en desondanks denken.  We kunnen poëzieritmen insluiten en daar toch buiten blijven.  Een toevallig versritme verstoort het proza niet; een toevallig prozaritme doet het vers struikelen.

In het proza komen alle kunstvormen samen...

In het proza geven wij alles weer door transpositie: kleur en vorm, die de schilderkunst alleen maar rechtstreeks kan geven, als kleur en als vorm, zonder innerlijke dimensie; het ritme, dat de muziek alleen maar rechtstreeks kan geven, als ritme zelf...

Ik ben er vast van overtuigd dat er in een volmaakt beschaafde wereld geen andere kunst zou bestaan dan het proza.  In die wereld zouden wij zonsondergangen overlaten aan zichzelf, er slechts in de kunst zorg voor dragend hen verbaal te begrijpen en hen zo om te zetten in begrijpelijke, gekleurde muziek...

De poëzie zou blijven bestaan om de kinderen dichter bij het toekomstige proza te laten komen, want de poëzie is stellig een zaak voor kinderen, een oefening van het geheugen, een hulpmiddel en een eerste begin.

Zelfs de lagere kunsten, of de kunstvormen die wij als zodanig zouden kunnen betitelen, reflecteren zich mompelend in het proza.  Er is proza dat danst, dat zingt, dat zichzelf voordraagt.  Er zijn verbale ritmen die balletten zijn, waarvan de idee zich wentelend omhult in een doorzichtige en perfecte sensualiteit.  En tevens liggen in het proza verkrampte subtiliteiten waarin een groot acteur, het Woord, het ongrijpbare mysterie van het heelal ritmisch verandert in zijn lichamelijke substantie.

Soep?  De soep der letteren wordt vaak heter gelezen dan geschreven.  Blijft hier, zelfs na “beter hard geblazen dan de mond gebrand”, eigenaardig dat een dichter een verteller “hulpboekhouder” schept, die tegen de poëzie pleit. Geestelijke acrobatie van Fernando?  Cynisme?

Hij dichtte ook volgens verschillende personages.  Geestelijke acrobatie?  Heeft hij ooit een training gevolgd om de waarheden van anderen te verdedigen?  Neen, zo’n dingen geschieden nu, aangepast voor “van vakbondsafgevaardigden tot managers”.  De eerlijkheid van onze beschaving: leren de waarheid van anderen te verdedigen.

“Het boek der rusteloosheid.”  Ik trek, gepensioneerd, op rust, het besluit dat de prozasoep, recht heeft op ruimte, op veel ruimte.   Wat ik wou bewijzen. 

Mogen er ook balletjes in de soep?  Humorballetjes?

© Hugo Van Vlaslaer

naar het volgende stukje: klik hier

terug naar de startpagina:  klik dan hier    naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)