Kerncentrales, windturbines en mottenbollentaks


         In de wetenschap is een theorie nooit een definitieve waarheid. Indien een natuurverschijnsel in tegenspraak met de theorie is, moet de theorie aangepast worden, misschien moet men ze definitief opdoeken. Indien er zich nieuwe feiten presenteren, denken we dus welwillend kritisch na over vroeger genomen besluiten. Dat zou ook zo moeten in de politiek. Een definitieve ideologie kan ook niet bestaan.

         Men heeft besloten onze kerncentrales af te bouwen vanaf 2015. De opwarming van de aarde eist dwingend de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Kerncentrales stoten geen CO2 uit. Durven wij die geplande kernuitstap in vraag stellen?

         Natuurlijk is kernafval diep in de aarde lang op te bergen rommel, een probleem. Veiligheid? Waarschijnlijk hebben Russische ingenieurs ooit beweerd dat de kerncentrale van Tsjernobyl veilig was. Ondertussen is de veiligheid veel verbeterd. Amerikaanse fysici hebben in de jaren 1990 een methode uitgedacht om die verderfelijke kernafval om te zetten in minder slechte met ATW, Accelerator-driven Transmutation of Waste. Die transmutatie is het omzetten van een kern in een andere kern door in de kern een neutron (neutronen) te schieten. Zo ontstaat een kern met evenveel protonen, maar met meer neutronen: een isotoop. Men zou zo de radioactieve kernen met een lange levensduur kunnen omzetten in isotopen met een veel kortere levensduur. De aldus behandelde afval zou ter plaatse kunnen bewaard blijven tot hij praktisch uitgestraald is. ATW is duur, het vergt een bijkomende kleinere thoriumreactor voor de bestraling, maar die reactor levert ook elektrische energie (*1). ATW is nergens praktisch uitgetest, denk ik, is misschien wishful thinking. Of niet?

         Toch pleit ik ervoor om onze kerncentrales langer in leven te houden. Het is zeker economisch verantwoord. Ik denk echter vooral aan ITER, het internationaal project om te testen of de kernfusiereactor al of niet netto energie kan leveren. In een fusiereactor wil men de waterstofbomreactie ‘gecontroleerd traag’ laten verlopen zodat men de vrijgekomen energie nuttig kan gebruiken. ITER staat voor ‘International Thermonuclear Experimental Reactor’(*2).

Die fusiereactor levert geen lang levende radioactieve kernen af. De gevormde bewegende heliumkernen (α-stralen) en neutronen kan men makkelijk stoppen. De fusie van deuterium en tritium tot helium heeft men reeds op kleinere schaal gecontroleerd laten verlopen, maar men heeft voor de realisatie ervan steeds er meer energie moeten instoppen dan de reactie opbracht. Met die grotere-schaal ITER is er hoop op energiewinst. Nu zit de wereld toch reeds jaren te snakken naar propere energie. Maar de wetenschap heeft geld en dus de politiek nodig om zo’n duur project als ITER (10 miljard €) te realiseren. Jaren internationaal bedelen om de fondsen, jaren politiek getouwtrek om de vestigingsplaats voor ITER (Frankrijk of Japan). In de zomer van 2005 heeft het internationaal hogerhand eindelijk de beslissing genomen: vestiging in Caradache (Frankrijk), Japanse directeur (Kaname Ikeda). De realisatie is gepland tegen 2016.

         Ik vind het de moeite waard te wachten tot 2016 met het afschaffen van onze kerncentrales, dan weten we waarschijnlijk of er ooit propere kernfusiereactors kunnen gebouwd worden en de vuile mogen (moeten!) dan verdwijnen. Haast en spoed is zelden goed.

         Natuurlijk plaatsen we ondertussen windturbines, zoeken we naar andere mogelijkheden voor duurzame energie. Realistisch blijven. Die windturbines zijn uitstekend, maar niet perfect uitstekend. Het vermogen dat ze leveren is evenredig met de derdemacht van de windsnelheid (evenredig met v3) (*3). Dus als zo’n turbine bij de optimale windsnelheid 2 megawatt vermogen levert, dan daalt dat vermogen met een factor 8 ( 23) als de windsnelheid gehalveerd wordt, we krijgen nog 0,25 MW. Daalt de windsnelheid met een factor 3 (33 = 27) krijgen we slechts 2 MW / 27 = 0,074 MW. Als je een vermogen aan windturbines van 100 MW installeert is het dus wenselijk 100 MW aan klassieke centrales in reserve te houden. Die kan je dan geleidelijk laten bijspringen als de windsnelheid daalt. Die centrales moeten bedrijfsklaar in reserve blijven, dat vraagt onderhoud en personeel. Ik heb in Physics World gelezen dat in 2005 het in heel Duitsland windstil werd in een half uur tijd. Men moest toen zoveel gascentrales doen bijspringen, dat men Rusland moest verzoeken onmiddellijk meer gas te leveren.

In “sp.a standpunten” las ik, dat de partijvoorzitter ‘mottenbollentaks’ wil invoeren op reeds afgeschreven elektriciteitscentrales. Argument: “De consumenten en bedrijven zijn die centrales nu een tweede keer aan het betalen. Dat vinden we absurd. Bovendien kunnen nieuwe spelers met nieuwe centrales nooit de concurrentie aan met de goedkope elektriciteit uit afgeschreven centrales. Een mottenbollentaks zorgt er ook voor dat nieuwe spelers met gelijke wapens kunnen strijden.”

Ik dacht dat goedkoper produceren voor de consumenten een voordeel was... Ik denk dat er juist oudere centrales in reserve moeten blijven om bij te springen bij minder wind. Een splinternieuwe centrale heeft meer rendement dan een oude en werkt dus het best continu, is ook duur als ‘reserve’.

         Eigenlijk wil ik slechts zeggen dat ik het niet verbied dat sp.a en zelfs groen! nog eens nadenken over het afschaffen van onze kerncentrales, doe het niet te vroeg.

         ‘Sp.a standpunten’ beweert eveneens in de paragraaf “Waarom blijven jullie voorstander van een uitstap uit de kernenergie?” Bij niet uitstappen: “Bovendien ontbreekt dan elke prikkeling om een eind te maken aan de massale energieverspilling die in ons land plaatsvindt.”
Een soort voorspelling van nipt voldoend energie bij de afschaffing? Ik wil ze nog eens prikkelen om na te denken over die uitstap en over de mottenbollentaks. Ik stel me de vraag zijn de kernuitstap-fundamentalisten nu groen! of groen?

 

(*1) Voor meer details: zie “Groenen, gifgroenen en wegwerpgroenen”

(*2) Voor meer details: zie “Mijn privé Kyotonorm hoopt op ITER”

(*3) De wind geeft een deel van zijn kinetische energie af aan het schoepenrad van de windturbine.
De kinetische energie  E = mv2 / 2.  Die is dus evenredig met v2 en met m, de massa.. Indien bij een bepaalde windsnelheid 100 kg lucht in een bepaalde tijd t het schoepenrad treft, zal bij een dubbele windsnelheid 200 kg lucht het schoepenrad in de tijd t treffen. De massa m is dus hier ook evenredig met v.
De energie afgegeven in een tijd t (het vermogen) is dus evenredig met v2 x v , dus met v3.

© Hugo Van Vlaslaer

terug naar de startpagina (klik)      terug naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)